Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2006:AX6530

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
05-04-2006
Datum publicatie
02-06-2006
Zaaknummer
WAHV 06-00025
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Proceskostenveroordeling
Inhoudsindicatie

De zitting van de kantonrechter heeft plaatsgevonden in de plaats waar de gemachtigde van de betrokkene woonachtig is. In dat geval komen de reiskosten in het algemeen niet voor vergoeding in aanmerking. In het onderhavige geval is niet gebleken van bijzondere omstandigheden van dat uitgangspunt af te wijken.

Wetsverwijzingen
Besluit proceskosten bestuursrecht 1, geldigheid: 2006-04-05
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

WAHV 06/00025

5 april 2006

CJIB 29080779711

Gerechtshof te Leeuwarden

Beslissing

op het verzoek om een kostenveroordeling

ex artikel 13b WAHV

van

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

gevestigd te [plaatsnaam]

voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde]

1. Het procesverloop

Op 29 november 2005 heeft de kantonrechter te 's-Gravenhage het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement

's-Gravenhage ongegrond verklaard. De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

Bij brief van 2 februari 2006 heeft de advocaat-generaal het hof bericht, dat is besloten om de inleidende beschikking van 31 maart 2005, waarbij aan de betrokkene een administratieve sanctie is opgelegd, in te trekken en dat de gemachtigde van de betrokkene hiervan in kennis is gesteld.

Bij brief van 2 februari 2006 heeft het hof de gemachtigde van de betrokkene verzocht aan het hof mede te delen of het hoger beroep wordt ingetrokken alsmede of hij aanspraak wenst te maken op vergoeding van proceskosten.

Bij brief van 8 februari 2006 heeft de gemachtigde van de betrokkene aan het hof medegedeeld, dat het hoger beroep wordt ingetrokken. Hierbij is verzocht om een kostenvergoeding.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld op het verzoek om een kostenvergoeding te reageren. Hiervan is gebruik gemaakt.

De gemachtigde van de betrokkene is in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

2. Beoordeling

2.1. De gemachtigde van de betrokkene heeft verzocht om vergoeding van de volgende niet nader gespecificeerde kosten:

a. telefoonkosten;

b. parkeerkosten;

c. raadplegen van rechtskundig adviseur;

d. reiskosten;

e. verletkosten.

In totaal verzoekt de gemachtigde van de betrokkene hem een bedrag van Euro 150,- toe te kennen.

2.2. Ingevolge art. 1 van het van toepassing zijnde Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna te noemen: Besluit) kan een veroordeling in de kosten uitsluitend betrekking hebben op:

a. kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand,

b. kosten van een getuige, deskundige of tolk die door een partij of een belanghebbende is meegebracht of opgeroepen, dan wel van een deskundige die aan een partij verslag heeft uitgebracht,

c. reis- en verblijfkosten van een partij of een belanghebbende,

d. verletkosten van een partij of een belanghebbende,

e. kosten van uittreksels uit de openbare registers, telegrammen, internationale telexen, internationale telefaxen en internationale telefoongesprekken, en

f. kosten van het als gemachtigde optreden van een arts in zaken waarin enig wettelijk voorschrift verplicht tot tussenkomst van een gemachtigde die arts is.

2.3. Gelet op het bepaalde in art. 1 van het Besluit komen de in 2.1. onder a en b genoemde kosten niet voor vergoeding in aanmerking.

2.4. De wet voorziet in artikel 13a, eerste lid, WAHV slechts in het veroordelen van een partij in de kosten die een andere partij in verband met de behandeling van het beroep heeft moeten maken. Daaronder vallen in het algemeen niet de kosten die de gemachtigde heeft gemaakt. Het hof is echter van oordeel, dat indien een betrokkene verschijnt bij een niet-professioneel gemachtigde deze wat betreft de vergoeding van de reis- en verletkosten treedt in de plaats van de partij (vgl. CRvB 27 december 2002, AB-kort 2003/132).

2.5. Ten aanzien van de reiskosten overweegt het hof het volgende. De zitting van de kantonrechter heeft in 's-Gravenhage plaatsgevonden, terwijl de gemachtigde van de betrokkene in die plaats woonachtig is. Het hof is van oordeel dat in dat geval reiskosten in het algemeen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Aangezien in het onderhavige geval niet is gebleken van bijzondere redenen om van dat uitgangspunt af te wijken, zal het hof het verzoek in zoverre afwijzen.

2.6. Nu de gemachtigde van de betrokkene de in 2.1. onder c en e genoemde kosten niet heeft onderbouwd, zal het hof ook dit deel van het verzoek afwijzen.

3. De beslissing

Het gerechtshof:

wijst het verzoek om kostenvergoeding af.

Deze beslissing is gegeven door mr. Poelman, in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.