Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2006:AX6507

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
30-03-2006
Datum publicatie
01-06-2006
Zaaknummer
WAHV 05-01367
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Aan de betrokkene is een sanctie opgelegd ter zake van "als weggebruiker buiten noodzaak op de vluchtstrook stilstaan". In art. 43, derde lid, RVV 1990 is bepaald dat het behoudens noodgevallen de weggebruikers verboden is op een autosnelweg of autoweg gebruik te maken van de vluchtstrook. Het benutten van de vluchtstrook teneinde een sanitaire stop te maken is geen noodgeval in de zin van voormelde bepaling. Geen reden tot matiging van de sanctie.

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 9
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
VR 2006, 116
Module Verkeer 2006/228
JWR 2006/40 met annotatie van JvdH
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 05/01367

30 maart 2006

CJIB 19078106038

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank te Zutphen

van 19 september 2005

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Zutphen ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van Euro 95,- opgelegd ter zake van "als weggebruiker buiten noodzaak op de vluchtstrook of vluchthaven stilstaan (feitcode R465C)", welke gedraging zou zijn verricht op 8 december 2004 om 13.15 uur op de rijksweg A50 in Apeldoorn.

3.2. De betrokkene, geboren op 26 februari 1933, voert aan dat het voor hem bittere noodzaak was om een stop te maken op de vluchtstrook, omdat de keus was om in de auto in de broek te plassen of dit te doen in de vrije natuur. De betrokkene kreeg op voormeld tijdstip hoge nood, die plotseling kwam opzetten. Dit overkomt hem en meer van zijn leeftijdgenoten wel vaker, aldus de betrokkene. De betrokkene vindt de opgelegde sanctie dan ook veel te hoog in verhouding tot de gemaakte overtreding. De betrokkene verzoekt dan ook om matiging van de sanctie.

3.3. De ambtsedige verklaring van de verbalisant, zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB, vermeldt onder meer het volgende: " (...). Ik zag dat het voertuig stilstond op de vluchtstrook. In/nabij het voertuig bevond zich een persoon die mij mededeelde de bestuurder van het voertuig te zijn geweest. Deze toonde mij de noodzaak van het gebruik van de vluchtstrook niet aan. (...) Bestuurder was gestopt voor een sanitaire stop op de vluchtstrook gelegen naast de uitvoegstrook, 300 meter verder had de bestuurder op een veilige plek gestaan boven aan de afrit. (...).".

3.4. De bij de feitcode behorende gedraging is een overtreding van artikel 43, derde lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV) 1990. Deze bepaling luidt als volgt: "Behoudens in noodgevallen is het de weggebruikers verboden op een autosnelweg of autoweg gebruik te maken van de vluchtstrook, de vluchthaven of de berm.".

3.5. Uit het gebruik van het woord "noodgevallen" en uit de wetsgeschiedenis blijkt, dat het de weggebruiker slechts in incidentele gevallen van urgente aard vrijstaat gebruik te maken van de vluchtstrook . De Nota van toelichting op het RVV 1990 (hoofdstuk X) houdt in dit verband onder meer in dat de vluchtstrook primair bestemd is voor pechgevallen. Het hof leidt hieruit af dat met name moet worden gedacht aan objectief waarneembare noodsituaties. Het voorgaande brengt mee dat het benutten van de vluchtstrook teneinde een sanitaire stop te maken naar het oordeel van het hof niet als een noodgeval in de zin van deze bepaling kan worden aangemerkt. Nu in casu geen sprake was van een noodgeval, stelt het hof vast dat de gedraging is verricht.

3.6. Het zaakoverzicht houdt niet alleen in, dat de betrokkene een verboden gebruik heeft gemaakt van de vluchtstrook, maar tevens, dat hij dit heeft gedaan op een onveilige plaats op die vluchtstrook, namelijk op het gedeelte van de vluchtstrook dat is gelegen naast de uitvoegstrook van een afrit. Het hof ziet daarom geen aanleiding om de sanctie te matigen, zoals de betrokkene vraagt.

3.7. Tenslotte overweegt het hof dat de betrokkene zich terecht er over heeft beklaagd dat zijn naam en initialen in de correspondentie niet altijd correct zijn vermeld. Dit brengt echter niet mee dat de inleidende beschikking op grond daarvan zou moeten worden vernietigd, aangezien het voor de betrokkene duidelijk is geweest dat de correspondentie voor hem bestemd was.

3.8. Gelet op het hiervoor overwogene zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mrs. Dijkstra, Poelman en Weenink, in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.