Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2006:AV6805

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
22-03-2006
Datum publicatie
27-03-2006
Zaaknummer
0400543
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering tot ontruiming van zwembad met aanhorigheden wegens het in strijd handelen met de bepalingen in het huurcontract over het gebruik, de sluitingstijd, het gebruik van alcoholische dranken, alsmede de bestemming en de omvang van het gehuurde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest d.d. 22 maart 2006

Rolnummer 0400543

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

Coöperatieve Vereniging Recreatiepark Ermerzand U.A.,

gevestigd te Erm, gemeente Coevorden,

appellante,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna te noemen: Ermerzand,

procureur: mr P.R. van den Elst,

tegen

[geïntimeerde],

handelende onder de naam Saunacentrum/Zonnestudio Ermerzand,

zaakdoende te Erm, gemeente Coevorden,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna te noemen: [geïntimeerde],

procureur: mr J.V. van Ophem.

Het geding in eerste instantie

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het kort geding vonnis uitgesproken op 20 oktober 2004 door de rechtbank Assen, sector kanton, locatie Emmen (hierna: de kantonrechter).

Het geding in hoger beroep

Bij exploot van 17 november 2004 is door Ermerzand hoger beroep ingesteld

van genoemd vonnis met dagvaarding van [geïntimeerde] tegen de zitting van

1 december 2004.

De conclusie van de dagvaarding in hoger beroep luidt:

"dat het Gerechtshof te Leeuwarden bij, arrest uitvoerbaar bij voorraad, het op 20 oktober

2004 door de Voorzieningenrechter van de rechtbank Assen (sector kanton, locatie

Emmen) tussen partijen onder rolnummer 142201 VV EXPL 04-41 gewezen vonnis te

vernietigen en opnieuw rechtdoende:

1. Geïntimeerde te veroordelen om het gehuurde, met al degenen die en al hetgeen

daarin of daarop zich vanwege geïntimeerde bevinden, respectievelijk bevindt, binnen

twee dagen na betekening van het in deze te wijzen arrest, althans binnen een

zodanige andere termijn als bij dit arrest in goede justitie te bepalen is, volledig en

behoorlijk te verlaten en te ontruimen en met overgave van sleutels in lege en

behoorlijke staat ter vrije beschikking van appellante te stellen en vervolgens verlaten

en ontruimd te houden, zulks met machtiging aan appellante, bij gebreke van

voldoening hieraan deze verlating en ontruiming en dit vervolgens verlaten en

ontruimd houden zelf te bewerkstelligen met behulp van de sterke arm van politie en

justitie en op kosten van geïntimeerde;

2. Geïntimeerde te veroordelen in de kosten van deze procedure."

Ermerzand heeft een memorie van grieven, tevens houdende vermeerdering van eis, genomen, waarvan de conclusie luidt:

"het vonnis d.d. 20 oktober 2004 van de Voorzieningenrechter van de rechtbank Assen te

vernietigen en opnieuw rechtdoende:

primair:

Geïntimeerde te veroordelen om het gehuurde, met al degenen die en al hetgeen

daarin of daarop zich vanwege geïntimeerde bevinden, respectievelijk bevindt, binnen

twee dagen na betekening van het in deze te wijzen arrest, althans binnen een

zodanige andere termijn als bij dit arrest in goede justitie te bepalen is, volledig en

behoorlijk te verlaten en te ontruimen en met overgave van sleutels in lege en

behoorlijke staat ter vrije beschikking van appellante te stellen en vervolgens verlaten

en ontruimd te houden, zulks met machtiging aan appellante, bij gebreke van

voldoening hieraan deze verlating en ontruiming en dit vervolgens verlaten en

ontruimd houden zelf te bewerkstelligen met behulp van de sterke arm van politie en

justitie en op kosten van geïntimeerde;

subsidiair:

1. [geïntimeerde] te verbieden consumpties te verstrekken aan anderen dan gebruikers van

zwembad, sauna en/of zonnebank;

2. [geïntimeerde] te gebieden zich met onmiddellijke ingang te houden aan de tussen partijen

in de huurovereenkomst overeengekomen sluitingstijd van 00.00 uur en wel zodanig

dat na 00.00 uur geen consumpties meer in het door haar gehuurde worden verstrekt

en zich na 00.15 uur geen derden meer in het door haar gehuurde bevinden;

3. [geïntimeerde] te verbieden sterk alcoholische drank in voorraad te hebben en/of - al dan

niet in gemixte vorm - aan derden te verstrekken, waarbij onder "sterk-alcoholische

drank" verstaan dient te worden al die dranken die niet verkrijgbaar zijn in reguliere

supermarkten;

4. [geïntimeerde] te verbieden buiten het door haar gehuurde een terras te houden, buiten het

door haar gehuurde consumpties te verstrekken en/of derden toe te staan aldaar door

haar verstrekte consumpties te gebruiken;

5. [geïntimeerde] te verbieden vanuit het door haar gehuurde geluidsoverlast te (laten)

bezorgen aan parkbewoners;

één en ander op straffe van een dwangsom van euro 500,-- per overtreding, dan wel per

dag(deel) dat de overtreding voortduurt.

meer subsidiair:

[geïntimeerde] te gebieden c.q. te verbieden hetgeen het gerechtshof in goede justitie bepaalt,

eveneens op straffe van een in goede justitie te bepalen dwangsom bij overtreding;

zowel primair, subsidiair als meer subsidiair:

gedaagde veroordelen in de kosten van beide instantiën."

Door [geïntimeerde] is bij memorie van antwoord verweer gevoerd, met als conclusie:

"dat Uw Hof, eventueel met verbetering van gronden, het vonnis van de rechtbank Assen,

sector kanton, locatie Emmen, van 20 oktober 2004 (zaaknummer 142201 VV EXPL

04-41) zal bevestigen met veroordeling van Ermerzand in de kosten van beide

instanties."

Vervolgens heeft Ermerzand een akte ter rolle genomen, waarop door [geïntimeerde] is gereageerd met een antwoordakte.

[geïntimeerde] heeft verzocht de zaak mondeling te mogen bepleiten. Nadat het hof een datum voor het pleidooi heeft bepaald, heeft [geïntimeerde] te kennen gegeven er alsnog vanaf te zien de zaak te bepleiten.

Ten slotte hebben partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.

De beoordeling

1. Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of niet voldoende weersproken, dan wel op grond van de overgelegde niet bestreden producties staat in dit kort geding het volgende vast:

1.1. Ermerzand is eigenaresse van het zwembad met toebehoren, staande en gelegen op het recreatiepark Ermerzand. Op het park staan 195 recreatiewoningen. Alle eigenaren daarvan zijn lid van Ermerzand en betalen aan haar een bijdrage om - onder meer - gebruik te kunnen maken van het zwembad.

1.2. Op 15 september 2003 heeft Ermerzand met [geïntimeerde] een overeenkomst gesloten met betrekking tot de huur en verhuur van het zwembad met aanhorigheden (hierna: het gehuurde). Deze huurovereenkomst is aangegaan voor de duur van (ruim) 5 jaren, lopende tot en met 31 december 2008, terwijl de overeenkomst daarna aansluitend wordt voortgezet voor een periode van 5 jaren, derhalve tot en met 31 december 2013.

1.3. De artikelen 1.1, 1.2 en 1.3 van de huurovereenkomst luiden:

"1.1 Deze huurovereenkomst heeft betrekking op de bedrijfsruimte, hierna het gehuurde genoemd, plaatselijk bekend: zwembad met bijbehorende ruimten op het bungalowpark Ermerzand te Erm en nader aangegeven op de aan deze akte gehechte en door partijen gewaarmerkte tekening van het gehuurde, die deel uitmaakt van deze overeenkomst.

1.2 Het gehuurde mag uitsluitend worden gebruikt als zwembad, inrichting voor sauna's en zonnebanken met een ruimte bestemd voor het nuttigen van zwakalcohol houdende drankjes, frisdranken en kleine versnaperingen voor gebruikers van de bedrijfsruimten. De openingstijden liggen dagelijks tussen 07.00 en 24.00 uur.

1.3 Het is huurder niet toegestaan zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van verhuurder een andere bestemming aan het gehuurde te geven dan omschreven in 1.2."

1.4. Op 15 april 2004 hebben Burgemeester en wethouders van Coevorden aan [geïntimeerde] vergunning verleend voor het voor het uitoefenen van het horecabedrijf in het perceel Dalerstraat 38B te Erm, welke vergunning geldt voor Saunacentrum Ermerzand en terras.

1.5. De statuten van Ermerzand zijn laatstelijk bij notariële akte d.d. 13 oktober 1994 gewijzigd en opnieuw vastgesteld. Artikel 18 lid 8 van die statuten luidt:

"Voor het instellen van-, het verweer voeren tegen en het berusten in rechtsvorderingen, alsmede voor het aangaan van dadingen of andere vaststellingsovereenkomsten behoeft het bestuur toe-stemming van de ledenvergadering. Voor het voeren van een kort geding is zodanige toestemming niet vereist ...". Artikel 21 van de statuten bevat - onder meer - regelingen omtrent het bijeenroepen van de algemene vergadering, het uitoefenen van het stemrecht van de leden en de door de vergadering te nemen besluiten.

2. Het gaat in dit kort geding - samengevat - om het volgende.

2.1. Stellende dat [geïntimeerde] in strijd handelt met de bepalingen in het huurcontract over het gebruik, de sluitingstijd, het gebruik van alcoholische dranken, alsmede de bestemming en de omvang van het gehuurde, en voorts overlast veroorzaakt, heeft Ermerzand [geïntimeerde] in kort geding voor de kantonrechter gedagvaard en gevorderd haar, [geïntimeerde], te veroordelen tot ontruiming van het gehuurde, kosten rechtens.

2.2. Na door [geïntimeerde] gevoerd verweer heeft de kantonrechter bij het vonnis waarvan beroep Ermerzand in haar vorderingen niet ontvankelijk verklaard en haar veroordeeld in de kosten van het geding.

3. Ermerzand heeft in hoger beroep drie grieven opgeworpen. Grief I klaagt dat de kantonrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat niet met de vereiste zekerheid vast te stellen is of de huidige bestuursleden van Ermerzand op rechtsgeldige wijze gekozen zijn conform de statuten. In grief II voert Ermerzand aan dat de kantonrechter ten onrechte in twijfel trekt of het bestuur op de voorgeschreven wijze toestemming van de ledenvergadering gevraagd heeft voor het voeren van de kort geding procedure. Grief III keert zich tegen de vaststelling door de kantonrechter dat de zaak zich vanwege de aard en de complexiteit daarvan in feite ook niet goed leent voor een procedure in kort geding, juist ook gelet op de belangen van beide partijen en de eventueel daaraan verbonden financiële gevolgen.

4. Ermerzand heeft bij memorie van grieven haar eis vermeerderd met een subsidiaire en meer subsidiaire eis als hiervoor vermeld. [geïntimeerde] heeft hiertegen geen bezwaar gemaakt als bedoeld in art. 130 lid 1 Rv, tweede volzin. Het hof zal dan ook recht doen op de vermeerderde vordering.

5. Vooropgesteld wordt dat de spoedeisendheid van de zaak voortvloeit uit de aard van de vordering.

6. De grieven I en II lenen zich voor gezamenlijke behandeling.

6.1. De vraag of de huidige bestuursleden van Ermerzand op rechtsgeldige wijze

- conform de statuten - zijn gekozen, behoeft in dit kort geding geen beantwoording. Naar 's hofs oordeel gaat het hier immers allereerst om een, interne verenigings(rechtelijke) aangelegenheid. Gesteld noch gebleken is dat de algemene ledenvergadering van Ermerzand, als hoogste orgaan van de vereniging, zich tegen de gevolgde wijze van verkiezing van het huidige bestuur heeft verzet, of dat een vordering tot vernietiging van de benoeming is ingesteld. Voorshands moet er dan ook van worden uitgegaan dat Ermerzand rechtsgeldig wordt vertegenwoordigd door de huidige bestuursleden.

6.2. Volgens het bepaalde in artikel 18 lid 8, tweede volzin, van de statuten van Ermerzand, zoals hiervoor onder 1.5 weergegeven, heeft het bestuur voor het voeren van een kort geding geen toestemming van de ledenvergadering nodig. Het ontbreken van een dergelijke toestemming is in het onderhavige kort geding dan ook ten onrechte aan Ermerzand tegengeworpen.

6.3. Het door [geïntimeerde] bij wijze van verweer gedane beroep op niet-ontvankelijkheid van Ermerzand moet derhalve worden verworpen.

6.4. De grieven I en II slagen.

7. Ermerzand verwijt [geïntimeerde] - onder andere - in strijd met het huurcontract in het gehuurde ook consumpties te verstrekken aan anderen dan de gebruikers van het zwembad met bijbehorende ruimten en bovendien bij het gehuurde een terras te houden.

7.1. Uit de tekst van artikel 1.2 van de huurovereenkomst leidt het hof af dat het verstrekken van de daarin genoemde consumpties beperkt dient te blijven tot de gebruikers van de door [geïntimeerde] gehuurde bedrijfsruimten. Welke die bedrijfs-ruimten zijn, is aangegeven in artikel 1.1.

7.2. Naar het voorlopig oordeel van het hof moet de tekst van deze beide artikelen aldus worden verstaan dat [geïntimeerde] slechts is toegestaan consumpties te verstrekken aan de gebruikers van het zwembad, de sauna's, de zonnebanken en de als zodanig aangeduide multi-functionele ruimte. Bezien in de context van de huurovereenkomst kunnen onder gebruikers van de multifunctionele ruimte uitdrukkelijk niet begrepen worden degenen die zich daar uitsluitend voor het nuttigen van consumpties bevinden. Met andere woorden, het ten behoeve van het publiek in de multi-functionele ruimte exploiteren van een café/bar in de gebruikelijke zin van het woord is volgens de huurovereenkomst niet toegestaan.

7.3. Voor de door [geïntimeerde] bepleite, ruimere opvatting omtrent de bestemming en het gebruik van de multi-functionele ruimte, is derhalve voorshands geen plaats.

7.4. Uit de tekst van de huurovereenkomst kan voorts niet worden afgeleid dat het houden van een terras bij het gehuurde is toegestaan. [geïntimeerde] heeft weliswaar aangevoerd dat haar door vorige bestuursleden van Ermerzand toestemming is verleend om een terras te houden, doch Ermerzand heeft zulks gemotiveerd weersproken. Op [geïntimeerde] rust de bewijslast ter zake. Omdat echter de kort geding procedure zich niet leent voor bewijslevering, gaat het hof voorshands aan het verweer van [geïntimeerde] voorbij.

7.5. De door de gemeente Coevorden aan [geïntimeerde] verleende horecavergunning doet aan het voorgaande niet af. Het publiekrechtelijk beoordelingskader van de Drank- en Horecawet ziet niet op de contractuele betrekkingen tussen Ermerzand en [geïntimeerde].

8. Aangaande de overige door Ermerzand gestelde tekortkomingen van [geïntimeerde] in de nakoming van haar verplichtingen uit de huurovereenkomst - het overschrijden van de sluitingstijden, het serveren van alcoholische dranken en het bezorgen van geluidoverlast - is het hof voorshands van oordeel dat Ermerzand, mede gelet op de door haar in dit geding overgelegde producties, voorshands voldoende aan-nemelijk heeft gemaakt dat er sprake is (geweest) van overschrijding door [geïntimeerde] van de sluitingstijden, van het serveren van sterk- alcoholische drank en van geluidoverlast vanuit het gehuurde.

8.1. [geïntimeerde] heeft de stellingen van Ermerzand op die punten weliswaar weer-sproken, doch dat verweer overtuigt voorshands niet. De door [geïntimeerde] overgelegde verklaringen zijn enerzijds te weinig specifiek, terwijl anderzijds die verklaringen ook niet uitsluiten dat anderen wel hebben geconstateerd dat de sluitingstijden niet in acht zijn genomen of dat wel sprake is van overlast.

9. Het hof is derhalve voorshands van oordeel dat voldoende aannemelijk is dat [geïntimeerde] tekort schiet in de nakoming van haar uit de huurovereenkomst voortvloeiende verplichtingen.

9.1. Aard en omvang van deze tekortkomingen zijn, gelet op de wederzijdse belangen van partijen, naar 's hofs voorlopig oordeel echter onvoldoende om op grond daarvan in kort geding toewijzing van de primaire vordering te kunnen rechtvaardigen.

9.2. Naar het voorlopig oordeel van het hof volstaat de toewijzing van de subsidiaire vordering, nu voorshands de verplichtingen van [geïntimeerde] uit de huurovereen-komst voldoende vaststaan en door het opleggen van een dwangsom het nakomen van die verplichtingen ook kan worden afgedwongen. Het hof ziet aanleiding aan de dwangsom een maximum te verbinden.

9.3. Grief III slaagt.

Slotsom

10. Het slagen van de grieven leidt ertoe dat het kort geding vonnis waarvan beroep niet in stand kan blijven.

Opnieuw rechtdoende zal het hof de subsidiaire eis van Ermerzand toewijzen als na te melden.

[geïntimeerde] zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van zowel het geding in eerste aanleg (2 procespunten, tarief kantonrechters kort geding zoals dat gold tot 1 april 2005) als dat in hoger beroep (11/2 procespunt, tarief II).

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt het kort geding vonnis waarvan beroep

en, opnieuw rechtdoende

1. verbiedt [geïntimeerde] in het gehuurde consumpties te verstrekken aan anderen dan

gebruikers van zwembad, sauna en/of zonnebank en multi-functionele ruimte;

2. gebiedt [geïntimeerde] zich met onmiddellijke ingang te houden aan de tussen

partijen in de huurovereenkomst overeengekomen sluitingstijd van 00.00 uur en

wel zodanig dat na 00.00 uur geen consumpties meer in het door haar gehuurde

worden verstrekt en zich na 00.15 uur geen derden meer in het door haar

gehuurde bevinden;

3. verbiedt [geïntimeerde] in het gehuurde sterk alcoholische drank in voorraad te

hebben en/of al dan niet in gemixte vorm - aan derden te verstrekken, waarbij

onder "sterk-alcoholische drank" verstaan dient te worden al die dranken die

niet verkrijgbaar zijn in reguliere supermarkten;

4. verbiedt [geïntimeerde] buiten het door haar gehuurde op het terrein van Ermerzand

een terras te houden, buiten het door haar gehuurde op het terrein van Ermer-

zand consumpties te verstrekken en/of derden toe te staan aldaar door haar

verstrekte consumpties te gebruiken;

5. [geïntimeerde] te verbieden vanuit het door haar gehuurde geluidsoverlast te (laten)

bezorgen aan parkbewoners;

één en ander op straffe van een dwangsom van euro 500,-- per overtreding, dan wel per dag(deel) dat de overtreding voortduurt, met een maximum van euro 50.000,--;

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd;

veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van het geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Ermerzand begroot:

in eerste aanleg op euro 356,78 aan verschotten en op euro 360,-- aan salaris voor de gemachtigde, en in hoger beroep op euro 311,40 aan verschotten en op euro 1.341,-- aan salaris voor de procureur.

Aldus gewezen door mrs Mollema, voorzitter, Kuiper en Breemhaar, raden, en uitgesproken door mr Mollema, vice-president, lid van een enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mevrouw Mellink als griffier, ter openbare terechtzitting van dit hof van woensdag 22 maart 2006.