Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2006:AV6312

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
22-03-2006
Datum publicatie
22-03-2006
Zaaknummer
0500140
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Partijen hebben een affectieve relatie gehad. Uit deze relatie is [in] 1999 voornoemde [minderjarige] geboren. De man heeft [de minderjarige] erkend. De vrouw heeft van rechtswege alleen het gezag over [de minderjarige]. Partijen hebben hun relatie en samenwoning in maart 2003 verbroken. [de minderjarige] woont sedertdien bij de vrouw. De vrouw heeft bij inleidend verzoekschrift van 29 maart 2004 de rechtbank te Assen verzocht om vaststelling van een door de man te betalen bijdrage ten behoeve van [de minderjarige]. Hierover is beslist bij de beschikking waarvan beroep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking d.d. 22 maart 2006

Rekestnummer 0500140

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Beschikking in de zaak van

[de man],

wonende te [woonplaats man],

appellant in het principaal appel,

geïntimeerde in het incidenteel appel,

hierna te noemen: de man,

toevoeging,

procureur mr S.A. Roodhof,

advocaat mr R. Kaya,

tegen

[de vrouw],

wonende te [woonplaats vrouw],

geïntimeerde in het principaal appel,

appellante in het incidenteel appel,

hierna te noemen: de vrouw,

procureur mr P. van der Sluis,

advocaat mr J. Dijkman.

Het geding in eerste aanleg

Bij beschikking van 22 december 2004 heeft de rechtbank te Assen de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige], geboren [in] 1999, met ingang van 1 oktober 2003 tot en met 31 juli 2004 bepaald op euro 147,- per maand en met ingang van 1 augustus 2004 op euro 202,- per maand.

Het geding in hoger beroep

Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie op 22 maart 2005, heeft de man verzocht de beschikking van 22 december 2004 te vernietigen en opnieuw beslissende de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van voornoemde minderjarige te bepalen op nihil.

Bij verweerschrift, ingekomen ter griffie op 19 mei 2005, heeft de vrouw het verzoek bestreden en verzocht de man in zijn verzoeken niet-ontvankelijk te verklaren althans hem deze te ontzeggen.

Tevens heeft de vrouw bij voormeld verweerschrift incidenteel beroep ingesteld en daarin verzocht de beschikking van 22 december 2004 te vernietigen en opnieuw beslissende te bepalen dat bij de berekening van de draagkracht van de vrouw rekening zal worden gehouden met een bedrag van euro 114,40 ten behoeve van de werkelijke verwervingskosten en zodoende de bijdrage van de man en de vrouw in de kosten van verzorging en opvoeding van voornoemde minderjarige aan te passen.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de overige stukken, waaronder een brief d.d. 14 september 2005 met bijlagen, van mr Van der Sluis.

Ter zitting van 17 januari 2006 is de zaak behandeld.

De beoordeling

Inleiding

1. Partijen hebben een affectieve relatie gehad. Uit deze relatie is [in] 1999 voornoemde [minderjarige] geboren. De man heeft [de minderjarige] erkend. De vrouw heeft van rechtswege alleen het gezag over [de minderjarige]. Partijen hebben hun relatie en samenwoning in maart 2003 verbroken. [de minderjarige] woont sedertdien bij de vrouw. De vrouw heeft bij inleidend verzoekschrift van 29 maart 2004 de rechtbank te Assen verzocht om vaststelling van een door de man te betalen bijdrage ten behoeve van [de minderjarige]. Hierover is beslist bij de beschikking waarvan beroep.

De geschilpunten

2. De geschilpunten tussen partijen betreffen:

- de ingangsdatum van de eventuele alimentatie;

- de draagkracht van de man op de volgende punten:

* de woonlasten;

* de aflossing op de schuld aan Dexia;

* de premie autoverzekering;

- de draagkracht van de vrouw op de volgende punten:

* het inkomen c.q. het bedrijfsresultaat;

* de premie levensverzekering;

* de (overige) woonlasten;

* de premie ziektekostenverzekering;

* de oppaskosten;

* de kosten woon-werkverkeer;

- het aandeel van partijen in de kosten van het kind.

De ingangsdatum van de eventuele alimentatie

3. Partijen zijn verdeeld over de ingangsdatum van de alimentatie.

4. Ingevolge het bepaalde in artikel 1:402 lid 1 BW is de rechter voor wat betreft de vaststelling van de ingangsdatum van de alimentatie in beginsel vrij.

5. In zaken waarin wordt verzocht een alimentatiebijdrage vast te stellen is het gebruikelijk dat deze eerst ingaat op de datum waarop het inleidend verzoek ter griffie van de rechtbank is ingediend. In deze zaak is dit op 29 maart 2004 geschied.

6. De man heeft de stelling van de vrouw dat hij bij brief van 1 oktober 2003 is aangesproken tot betaling van alimentatie, gemotiveerd weersproken. De juistheid van die stelling staat derhalve niet vast, zodat het hof hieraan voorbij zal gaan.

7. Nu er overigens geen omstandigheden zijn gesteld of gebleken die aanleiding geven af te wijken van hetgeen gebruikelijk is, zal het hof de eventuele door de man te betalen alimentatie voor [de minderjarige] vaststellen met ingang van 29 maart 2004.

De woonlasten van de man

8. Partijen zijn het er niet over eens welke woonlasten bij de berekening van de draagkracht van de man in aanmerking dienen te worden genomen.

9. Ingevolge de geldende richtlijnen dient als redelijke netto woonlast te worden aangehouden een percentage van het berekende besteedbaar maandinkomen van de vrouw, zonder rekening te houden met de hypotheeklast en het eigenwoningforfait.

10. Uitgaande van de draagkrachtberekening behorende bij de beschikking waarvan beroep, die op het punt van de berekening van het besteedbaar inkomen van de man niet in geschil is, bedraagt het besteedbaar inkomen van de man alsdan:

Inkomsten uit arbeid: euro 26.169

Inkomstenbelasting: euro 6.390-

Besteedbaar inkomen per jaar: euro 19.779

Besteedbaar inkomen per maand: euro 1.648

11. De woonlasten van de man bedragen in totaal euro 517,- netto per maand, bestaande uit euro 352,- aan netto hypotheekrente (zijnde de hypotheekrente ad euro 530,- per maand verminderd met het fiscaal voordeel van euro 178,-per maand) vermeerderd met euro 70,- per maand aan aflossing en euro 95,- per maand terzake van het forfait overige eigenaarslasten.

12. Gelet op het hiervoor berekende netto besteedbaar inkomen van de man ad euro 1.648,- per maand, zijn de netto woonlasten van de man niet onredelijk hoog. Deze bedragen immers 0,313% van het hiervoor berekende netto besteedbaar inkomen van de man, hetgeen het hof in de situatie van de man redelijk acht.

13. Dit geldt naar het oordeel van het hof ook indien er van wordt uitgegaan dat, zoals hierna zal worden overwogen, het besteedbaar inkomen van de man met ingang van 15 september 2005 90% bedraagt van zijn oorspronkelijke inkomen.

14. De woonlasten van de man zullen derhalve onverkort in de draagkrachtberekening worden betrokken.

De aflossing op de schuld aan Dexia

15. Tussen partijen is in geschil of bij de berekening van de draagkracht van de man rekening dient te worden gehouden met de aflossing op de schuld aan Dexia.

16. Het hof is met de rechtbank van oordeel dat met deze schuld geen rekening dient te worden gehouden, nu deze schuld niet ten tijde van de relatie c.q. samenwoning van partijen is aangegaan, de noodzaak tot het aangaan ervan niet is komen vast te staan en evenmin is gebleken dat deze schuld ten voordele van de gemeenschappelijke huishouding van partijen heeft gestrekt.

De premie autoverzekering

17. Partijen zijn verdeeld over het antwoord op de vraag of de premie voor de autoverzekering van de man in de draagkrachtberekening moet worden betrokken.

18. Het hof zal geen rekening houden met de premie voor deze verzekering. De man dient deze premie te voldoen uit de reiskostenvergoeding die hij, zoals blijkt uit zijn salarisspecificaties van 2004, van zijn werkgever ontvangt en waarin, zoals de vrouw heeft gesteld en de man niet heeft weersproken, de premie voor een dergelijke verzekering is verdisconteerd, en voorts uit de alimentatievrije voet waarin ook een bedrag voor verzekeringspremies is begrepen.

Het inkomen c.q. het bedrijfsresultaat van de vrouw

19. Partijen verschillen van mening over het in de draagkrachtberekening te betrekken inkomen van de vrouw c.q. het resultaat van haar onderneming.

20. Vast staat dat de vrouw medevennoot is van de vennootschap onder firma Croissanterie Westerhaven te Groningen.

21. De (procureur van de) vrouw heeft bij schrijven van 14 september 2005 onder meer de door AaaBee Accountancy Assen samengestelde jaarrekening over 2004 van deze vennootschap in het geding gebracht.

22. Volgens deze jaarrekening bedraagt het resultaat uit gewone bedrijfsvoering van de vennootschap in het jaar 2004 euro 93.015,- en bedraagt het aandeel van de vrouw daarin (33,33% x euro 93.015,-) euro 31.005,-.

23. Nu de man de juistheid van deze jaarrekening over 2004 niet heeft weersproken en gelet op voormelde ingangsdatum van de eventuele alimentatie, zal het hof bij de beoordeling van de draagkracht van de vrouw deze jaarrekening tot uitgangspunt nemen.

De premie levensverzekering

24. Partijen zijn het er niet over eens of en in hoeverre er bij de beoordeling van de draagkracht van de vrouw met ingang van 1 augustus 2004 rekening moet worden gehouden met de premie voor de levensverzekering.

25. Uit de stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat de vrouw en haar partner, met wie zij sedert 1 augustus 2004 samenwoont, een levensverzekering hebben afgesloten bij ABN-AMRO. Voorts is gebleken dat de vrouw hiervoor euro 233,- per maand aan premie betaalt en haar partner euro 190,- per maand.

26. Nu voorts is gebleken dat deze verzekering is gekoppeld aan de hypothecaire geldlening van de vrouw en haar partner, zal, conform de trema-richtlijnen, hiermee op na te melden wijze rekening worden gehouden bij de beoordeling van de draagkracht. Dat deze verzekering een spaarelement bevat, maakt het voorgaande niet anders.

27. Nu eveneens is gebleken dat de partner van de vrouw voldoende inkomen geniet om in eigen levensonderhoud te voorzien, dient er, zoals te doen gebruikelijk, van worden uitgegaan dat de vrouw haar woonlasten kan delen met haar partner.

28. Derhalve zal er met ingang van 1 augustus 2004 rekening worden gehouden met de helft van het bedrag dat de vrouw en haar partner in totaal aan premie voor de levensverzekering betalen, dus afgerond (euro 233,- + euro 190,- : 2) euro 212,- per maand.

De (overige) woonlasten van de vrouw

29. Partijen zijn het niet eens over de woonlasten die bij de berekening van de draagkracht van de vrouw met ingang van 1 augustus 2004 in aanmerking dienen te worden genomen.

30. Ingevolge de geldende richtlijnen dient als redelijke netto woonlast te worden aangehouden een percentage van het berekende besteedbaar maandinkomen van de vrouw, zonder rekening te houden met de hypotheeklast en het eigenwoningforfait.

31. Het besteedbaar inkomen van de vrouw bedraagt alsdan:

Bedrijfsresultaat: euro 31.005

Inkomstenbelasting: euro 5.018-

Besteedbaar inkomen per jaar: euro 25.987

Besteedbaar inkomen per maand: euro 2.166

32. Nu, zoals hiervoor is overwogen, de partner van de vrouw voldoende inkomen geniet om in eigen levensonderhoud te voorzien, zal bij de beoordeling van de draagkracht van de vrouw met ingang van 1 augustus 2004 rekening worden gehouden met de helft van de woonlasten van de vrouw en haar partner.

33. De woonlasten van de vrouw bedragen met ingang van 1 augustus 2004 in totaal euro 494,- netto per maand, bestaande uit euro 234,- aan netto hypotheekrente (zijnde de hypotheekrente ad euro 354,- per maand verminderd met het fiscaal voordeel van euro 120,- per maand) vermeerderd met euro 212,- aan premie levensverzekering voor de vrouw en euro 48,- per maand terzake van het forfait overige eigenaarslasten.

34. Gelet op het hiervoor berekende besteedbaar inkomen van de vrouw ten bedrage van euro 2.166,- zijn de netto woonlasten van euro 494,- per maand niet onredelijk hoog. Deze bedragen immers 0,228% van het hiervoor berekende netto besteedbaar inkomen van de vrouw, hetgeen het hof in de situatie van de vrouw redelijk acht.

35. Het hof zal deze woonlasten van de vrouw dan ook onverkort in aanmerking nemen.

De premie ziektekostenverzekering

36. Partijen verschillen van mening over de in de draagkrachtberekening te betrekken premie voor de ziektekostenverzekering van de vrouw.

37. Blijkens de aangifte inkomstenbelasting 2004 van de vrouw was de zij in het jaar 2004 een bedrag van euro 1.262,- aan premie Zfw verschuldigd. Voorts staat op het premie-overzicht ziekenfondsverzekering van Geové vermeld dat de vrouw dient te betalen euro 33,90 per maand aan ziekenfondspremie inclusief de nominale premie, euro 14,26 per maand aan TV ZKV, euro 5,- aan AV Ziezo ZKV.

38. Het hof zal, zoals te doen gebruikelijk, bij de beoordeling van de draagkracht van de vrouw rekening houden met de verschuldigde premie zfw en voorts met de bedragen die op voormeld overzicht van Geové staan vermeld, verminderd met de nominale premie ad euro 18,- per maand. Deze maakt immers als wettelijke heffing deel uit van de premie, en moet worden voldaan uit de alimentatievrije voet en/of het vrij ter beschikking staande deel van de draagkrachtruimte van de vrouw.

39. Gelet op het voorgaande zal bij de beoordeling van de draagkracht van de vrouw afgerond euro 140,-per maand aan kosten van verzekering tegen ziekte in aanmerking worden genomen.

De oppaskosten

40. Tussen partijen is in geschil of er bij de beoordeling van de draagkracht van de vrouw rekening dient te worden gehouden met oppaskosten.

41. De man heeft niet weersproken de stelling van de vrouw dat zij in verband met haar werkzaamheden in de croissanterie een oppas voor [de minderjarige] nodig heeft en evenmin dat de ouders van de vrouw in deze geen taak (meer) kunnen vervullen.

42. Het hof acht daarom voldoende aannemelijk geworden dat de vrouw oppaskosten heeft en ook dat de vrouw deze contant betaalt. Het hof zal hiermee bij de beoordeling van de draagkracht van de vrouw rekening te houden, zoals de rechtbank ook heeft gedaan en tegen welke berekeningswijze geen van partijen een grief heeft geformuleerd.

43. Het hof zal hierbij uitgaan van het bedrag dat in de beschikking waarvan beroep hiervoor is meegenomen, derhalve van euro 108,- per maand. De vrouw heeft immers geen grief gericht tegen dit bedrag. Bovendien is het meerdere niet aangetoond.

De kosten woon-werkverkeer

44. Partijen verschillen van mening over het antwoord op de vraag of rekening moet worden gehouden met de kosten voor woon-werkverkeer van de vrouw.

45. De vrouw stelt dat zij in het kader van woon-werkverkeer met de auto 22 dagen per maand 41,6 kilometer aflegt en voorts dat in de jaarrekening 2004 vermelde autokostenvergoeding alleen betrekking heeft op zakelijke reiskosten en niet op de kosten van woon-werkverkeer. De man heeft deze stellingen niet dan wel onvoldoende weersproken, zodat het hof zal uitgaan van de juistheid daarvan.

46. In beginsel wordt bij de beoordeling van de draagkracht rekening gehouden met reëel gemaakte kosten woon-werkverkeer. Indien het noodzakelijk is gebruik te maken van de eigen auto, wordt euro 0,25 per retourkilometer gerekend.

47. Gelet op het voorgaande zal bij de beoordeling van de draagkracht van de vrouw rekening worden gehouden met een bedrag van afgerond euro 114,- per maand aan kosten voor woon-werkverkeer.

Het aandeel van partijen in de kosten van het kind

48. In beginsel dienen de onderhoudsplichtigen naar rato van hun draagkracht te voorzien in de kosten van de kinderen.

49. Tussen partijen is niet in geschil dat het eigen aandeel van de ouders in de kosten van [de minderjarige] -de behoefte van [de minderjarige]- euro 450,- per maand bedraagt.

50. De draagkracht van partijen zal worden berekend en aan de hand daarvan zal worden vastgesteld in welke mate door ieder van partijen in de behoefte van [de minderjarige] behoort te worden voorzien.

De berekening van de draagkracht van partijen

51. Gelet op het vorenstaande en voorts uitgaande van de overige niet betwiste gegevens waaronder die in de beschikking waarvan beroep en in de daarbij behorende draagkrachtberekeningen, wordt de draagkracht van de vrouw respectievelijk de man berekend als volgt.

52. Hierbij zullen de tarieven worden toegepast die gelden in de periodes waar de berekeningen betrekking op hebben.

53. Nu ter zitting is gebleken dat de man ten gevolge van zijn ziekte sedert medio september 2005 90% van zijn oorspronkelijke inkomen ontvangt, zal zijn draagkracht met ingang van 15 september 2005 opnieuw worden berekend. Hierbij zal er van worden uitgegaan dat het besteedbaar inkomen van de man alsdan 90% bedraagt van het besteedbaar inkomen zoals dat is berekend door de rechtbank en waartegen geen grieven zijn gericht. Voorts zal er van worden uitgegaan dat het draagkrachtloos inkomen van de man na 15 september 2005 gelijk is gebleven.

= De draagkracht van de man:

* met ingang van 29 maart 2004 tot 15 september 2005:

De berekening van de draagkrachtruimte:

Besteedbaar inkomen: euro 1.826

Avv alleenstaande 2004-2: euro 614

Hypotheekrente: euro 530+

Aflossing hypotheek: euro 70+

Forfait overige eigenaarslasten: euro 95+

Ziektekosten: euro 205+

Premie begrafenisverzekering: euro 4+

Kosten omgangsregeling: euro 25+

Draagkrachtloos inkomen: euro 1.543-

Draagkrachtruimte: euro 283

Van de draagkrachtruimte is 60%, derhalve afgerond euro 170,- per maand beschikbaar voor alimentatie. Gelet op het te genieten fiscaal voordeel, kan de man ten behoeve van [de minderjarige] met ingang van 29 maart 2004 tot 15 september 2005 euro 214,- per maand voldoen.

* met ingang van 15 september 2005:

De berekening van de draagkrachtruimte:

Besteedbaar inkomen (90%): euro 1.643

Draagkrachtloos inkomen: euro 1.543-

Draagkrachtruimte: euro 100

Van de draagkrachtruimte is 60%, derhalve euro 60,- per maand beschikbaar voor alimentatie. Gelet op het te genieten fiscaal voordeel, kan de man ten behoeve van [de minderjarige] met ingang van 15 september 2005 euro 104,- per maand voldoen.

= De draagkracht van de vrouw:

* met ingang van 29 maart 2004 tot 1 augustus 2004:

Berekening van de inkomstenbelasting:

Bedrijfsresultaat: euro 31.005

Aftrekbeperkingen: euro 163+

Invest. en scholingsaftrek: euro 585-

Winst uit onderneming: euro 30.583

Zelfstandigenaftrek incl.starters- en S&O: euro 6.986-

Belastbare winst uit onderneming: euro 23.597

- euro 5.432 schijf 33,4%

- euro 2.958 schijf 40,35%

IB Box 1: euro 8.390

Heffingskorting: euro 6.088-

Totaal aan inkomstenbelasting: euro 2.302

Berekening van het besteedbaar inkomen:

Commerciële winst uit onderneming: euro 31.005

Totaal aan inkomstenbelasting: euro 2.302-

Besteedbaar inkomen per jaar: euro 28.703

Besteedbaar inkomen per maand: euro 2.392

Berekening van de draagkrachtruimte:

Besteedbaar inkomen per maand: euro 2.392

Avv alleenstaande ouder 2004-2: euro 845

Huur: euro 181+

Ziektekosten: euro 140+

Werkelijke verwervingskosten: euro 114+

Oppaskosten: euro 108+

Draagkrachtloos inkomen: euro 1.388-

Draagkrachtruimte: euro 1.004

Van de draagkrachtruimte is 45% beschikbaar voor alimentatie, derhalve afgerond euro 452,- per maand,

* met ingang van 1 augustus 2004:

Berekening van de inkomstenbelasting:

Bedrijfsresultaat: euro 31.005

Aftrekbeperkingen: euro 163+

Invest. en scholingsaftrek: euro 585-

Winst uit onderneming: euro 30.583

Zelfstandigenaftrek incl.starters- en S&O: euro 6.986-

Belastbare winst uit onderneming: euro 23.597

Eigenwoningforfait: euro 675+

Rente en kosten hypotheek: euro 4.248-

Belastbare inkomsten eigen woning: euro 3.573-

Belastbare winst uit onderneming: euro 20.024

- euro 5.432 schijf 33,4%

- euro 1.516 schijf 40,35%

IB Box 1: euro 6.948

Heffingskorting: euro 3.372-

Totaal aan inkomstenbelasting: euro 3.576

Berekening van het besteedbaar inkomen:

Commerciële winst uit onderneming: euro 31.005

Totaal aan inkomstenbelasting: euro 3.576-

Besteedbaar inkomen per jaar: euro 27.429

Besteedbaar inkomen per maand: euro 2.286

Berekening van de draagkrachtruimte:

Besteedbaar inkomen per maand: euro 2.286

Avv alleenstaande ouder 2004-2: euro 845

Hypotheekrente: euro 354+

Premie levensverzekering: euro 212+

Forfait overige eigenaarslasten: euro 48+

Ziektekosten: euro 140+

Werkelijke verwervingskosten: euro 114+

Oppaskosten: euro 108+

Draagkrachtloos inkomen: euro 1.821-

Draagkrachtruimte: euro 465

Van de draagkrachtruimte is 45% beschikbaar voor alimentatie, derhalve afgerond euro 209,- per maand,

Het aandeel van partijen in de kosten van [de minderjarige]

54. Van de draagkrachtruimte van de vrouw is, gelet op voormelde draagkrachtberekening, met ingang van 29 maart 2004 tot 1 augustus 2004 euro 452,- (A) beschikbaar voor alimentatie. Van de draagkrachtruimte van de man is, gelet op de draagkrachtberekening, in deze periode euro 214,- (B) beschikbaar voor alimentatie.

55. Het aandeel van de man in de kosten van het kind bedraagt derhalve B: (A+B) x euro 450,-, is afgerond euro 144,-. De man dient derhalve in de periode van 29 maart 2004 tot 1 augustus 2004 een bedrag van euro 144,- per maand te voldoen.

56. Gelet op de omstandigheid dat de man blijkens de hiervoor weergegeven

draagkrachtberekening in de periode van 1 augustus 2004 tot 15 september 2005 een bijdrage ad euro 214,- per maand kan betalen en nu uit voorgaande berekeningen ook blijkt dat de draagkracht van de vrouw in die periode niet meer bedraagt dan de resterende behoefte van het kind per maand, zal in deze periode de bijdrage die in de beschikking waarvan beroep met ingang van 1 augustus 2004 is vastgesteld ad euro 202,- per maand aan de man worden opgelegd.

57. Gelet op de omstandigheid dat de man blijkens de hiervoor weergegeven

draagkrachtberekening met ingang van 15 september 2005 een bijdrage van euro 104,- per maand kan betalen, en nu uit voorgaande berekeningen ook blijkt dat de draagkracht van de vrouw vanaf die datum niet meer bedraagt dan de resterende behoefte van het kind per maand, zal met ingang van 15 september 2005 deze bijdrage aan de man worden opgelegd.

Slotsom

58. Op grond van het voorgaande zal de beschikking waarvan beroep

-doelmatigheidshalve geheel- worden vernietigd. Er zal opnieuw worden beslist als na te melden.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beschikking waarvan beroep;

en opnieuw beslissende:

bepaalt de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige], geboren [in] 1999,

- met ingang van 29 maart 2004 tot 1 augustus 2004 op euro 144,- per maand,;

- met ingang van 1 augustus 2004 tot 15 september 2005 op euro 202,- per maand;

- met ingang van 15 september 2005 op euro 104,- per maand;

vermeerderd met het bedrag van iedere uitkering die aan de man op grond van geldende wetten en/of regelingen ten behoeve van de minderjarige kan of zal worden verleend;

bepaalt dat deze bijdrage, voor zover de termijnen niet zijn verstreken, telkens bij vooruitbetaling aan de vrouw dient te worden voldaan;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Aldus gegeven door mrs Bloem, voorzitter, Melssen en Slob-Schuit, raden, en uitgesproken door mr Mollema, vice-president, lid van een enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mevrouw Mellink als griffier ter openbare terechtzitting van dit hof van woensdag 22 maart 2006.