Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2005:AU8612

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
21-12-2005
Datum publicatie
28-12-2005
Zaaknummer
0300481
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof stelt vast dat [geïntimeerde] niet heeft voldaan aan het door het hof bij tussenarrest gegeven bevel tot verschijning, nu hij immers zonder opgave van een geldige reden niet ter comparitie is verschenen en zich daar slechts heeft laten vertegenwoordigen door zijn raadsvrouw. Dientengevolge heeft [geïntimeerde] zich ter comparitie niet uit kunnen laten over de "bonnen" waarop [appellant] zich beroept en waaromtrent het hof in zijn tussenarrest het nodige heeft opgemerkt (zie rechtsoverweging 9) en terzake waarvan het hof vragen had aangekondigd (zie rechtsoverweging 10).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest d.d. 21 december 2005

Rolnummer 0300481

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

[appellant],

wonende te [woonplaats appellant],

appellant in het principaal en geïntimeerde in het incidenteel appel,

in eerste aanleg: gedaagde in conventie en eiser in reconventie,

hierna te noemen: [appellant],

procureur: mr R.A. Schütz,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats geïntimeerde],

geïntimeerde in het principaal en appellant in het incidenteel appel,

in eerste aanleg: eiser in conventie en verweerder in reconventie,

hierna te noemen: [geïntimeerde],

toevoeging,

procureur: mr S.A. Roodhof.

De inhoud van het tussenarrest d.d. 25 augustus 2004 wordt hier overgenomen.

Het verdere procesverloop

De bij bedoeld tussenarrest bevolen comparitie van partijen is gehouden. Daarvan is proces-verbaal opgemaakt.

[appellant] heeft een akte genomen waarbij producties zijn overgelegd.

[geïntimeerde] heeft een antwoordakte genomen.

Vervolgens heeft [appellant] de stukken wederom overgelegd voor het wijzen van arrest.

De verdere beoordeling

1. Het hof stelt vast dat [geïntimeerde] niet heeft voldaan aan het door het hof bij tussenarrest gegeven bevel tot verschijning, nu hij immers zonder opgave van een geldige reden niet ter comparitie is verschenen en zich daar slechts heeft laten vertegenwoordigen door zijn raadsvrouw. Dientengevolge heeft [geïntimeerde] zich ter comparitie niet uit kunnen laten over de "bonnen" waarop [appellant] zich beroept en waaromtrent het hof in zijn tussenarrest het nodige heeft opgemerkt (zie rechtsoverweging 9) en terzake waarvan het hof vragen had aangekondigd (zie rechtsoverweging 10).

2. Ook in zijn laatste akte heeft [geïntimeerde] zich niet nader over deze "bonnen" uitgelaten en heeft hij gemeend te kunnen volstaan met een verwijzing naar zijn standpunt terzake in eerste aanleg.

3. Nu de stelling van [appellant] dat [geïntimeerde] een groot aantal van die "bonnen" van zijn handtekening heeft voorzien ("[naam]") niet is weersproken, neemt het hof dat als vaststaand aan. Waar [geïntimeerde] bovendien - ondanks het uitdrukkelijke verzoek van het hof daartoe - geen verklaring heeft gegeven voor het plaatsen van zijn handtekening op de diverse "bonnen", moet het er voor worden gehouden dat hetgeen [appellant] dienaangaande heeft gesteld juist is, zodat de afgetekende bonnen als betalingsbewijzen hebben te gelden.

4. Het vorenstaande betekent dat de principale grieven doel treffen en dat de vordering van [geïntimeerde] grondslag ontbeert.

Slotsom

5. Het beroepen vonnis dient te worden vernietigd. Opnieuw rechtdoende zullen de vorderingen, die partijen over en weer hebben ingesteld, alsnog worden afgewezen. [geïntimeerde] zal worden belast met de kosten van de procedure in eerste aanleg in conventie (salaris gemachtigde: 4,5 punt tarief VI -oud) en [appellant] met de kosten van de procedure in eerste aanleg in reconventie (salaris gemachtigde: 3 punt tarief VIII-oud). [geïntimeerde] zal worden belast met de kosten van het principaal appel (salaris procureur: 2,5 punt tarief I) en [appellant] met de kosten van het incidenteel appel (salaris procureur 1.25 punt tarief II);

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep, zowel in conventie als in reconventie;

wijst de vorderingen in conventie en in reconventie af;

veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van de procedure in eerste aanleg in conventie, tot op heden aan de zijde van [appellant] begroot op euro 118,20 aan verschotten en op euro 1.215,-- aan salaris voor de gemachtigde;

veroordeelt [appellant] in de kosten van de procedure in eerste aanleg in reconventie, tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op nihil aan verschotten en op euro 1.230,-- aan salaris voor de gemachtigde;

veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van het principaal appel, tot op heden aan de zijde van [appellant] begroot op euro 273,20 aan verschotten en op euro 1.580,-- aan salaris voor de procureur;

veroordeelt [appellant] in de kosten van het incidenteel appel, tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op nihil aan verschotten en op euro 1.117,50 aan salaris voor de procureur;

bepaalt dat door partij [appellant] van voormelde bedragen aan de griffier dient te worden voldaan euro 1.117,50 voor salaris voor de procureur, op rekeningnummer 19.23.06.103 t.n.v. DS 541 MVJ Arrondissement Leeuwarden, die daarmee zal handelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 243 Rv;

verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;

Aldus gewezen door mrs Mollema, voorzitter, Zuidema en Kuiper, raden, en uitgesproken door mr Streppel, vice-president, lid van een enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van de heer Bilstra als griffier ter openbare terechtzitting van dit hof van woensdag 21 december 2005.