Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2005:AU8238

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
13-10-2005
Datum publicatie
16-12-2005
Zaaknummer
WAHV 05-00770
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Overschrijding maximumsnelheid op autosnelwegen; Radarsnelheidsmeter stond opgesteld in de berm van de autosnelweg; Geen onrechtmatige snelheidsmeting; Vrijstelling van de bepalingen van het RVV 1990.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Verkeer 2005/68
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 05/00770

13 oktober 2005

CJIB 09071864114

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank te Zutphen

van 20 april 2005

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Zutphen ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking als kentekenhouder een administratieve sanctie van Euro 145,- opgelegd ter zake van "overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen (gedragsregel); meer dan 30 km/h en t/m 35 km/h", welke gedraging zou zijn verricht op 9 mei 2004 op de Rijksweg A28-Oostbaan te Wezep.

3.2. De betrokkene bestrijdt op zich niet dat hij op tijd en plaats als voormeld de maximumsnelheid heeft overschreden in de mate als hiervoor aangegeven. Hij stelt zich niettemin op het standpunt dat de inleidende beschikking dient te worden vernietigd, omdat het bewijs van de gedraging onrechtmatig zou zijn verkregen. Hiertoe voert hij aan dat de radarsnelheidsmeter in de berm van de A28 stond opgesteld. Dit betekent, aangezien naar zijn mening de berm en de vluchtstrook deel uitmaken van de weg en alleen in noodsituaties mogen worden gebruikt, dat de politie ten behoeve van de snelheidsmeting ten onrechte gebruik heeft gemaakt van de berm en vluchtstrook.

3.3. Het door de betrokkene gestelde kan op grond van het volgende niet leiden tot de conclusie dat er sprake is geweest van een onrechtmatige snelheidsmeting.

Art. 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) bepaalt dat door het bevoegde gezag ontheffing kan worden verleend van een aantal artikelen, waaronder art. 43.

Art. 43 RVV 1990 bepaalt in het derde lid: "Behoudens noodgevallen is het de weggebruikers verboden op een autosnelweg of autoweg gebruik te maken van de vluchtstrook, de vluchthaven of de berm.".

Het Besluit van de minister van Verkeer en Waterstaat van 31 maart 1994, nr. RVR 172392, betreffende Beschikking houdende vrijstelling van de bepalingen van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, houdt in, voor zover hier van belang:

"(....)

II aan de regio's (regionale politiekorpsen) ten behoeve van de bij hen in dienst zijnde ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Politiewet 1993 en aan de Minister van Justitie ten behoeve van de bij het Korps landelijke politiediensten werkzaam zijnde ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Politiewet 1993 alsmede ten behoeve van de bijzondere ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Politiewet 1993, vrijstelling te verlenen van de bepalingen van het RVV 1990.

III aan de uitoefening van de bevoegdheden, ontleend aan de vrijstelling, de volgende voorschriften te verbinden:

a. de veiligheid van het verkeer dient zoveel mogelijk te worden gewaarborgd;

b. van de vrijstelling mag alleen gebruik worden gemaakt voor zover dit voor de uitvoering van de opgedragen taken noodzakelijk is.".

3.4. Uit de stukken blijkt dat opstelling en gebruik van de meetapparatuur geschiedde door ambtenaren van politie als hiervoor bedoeld. Waar gesteld noch gebleken is dat de veiligheid van het verkeer niet zoveel mogelijk is gewaarborgd en opstelling en gebruik van de meetapparatuur bezwaarlijk anders kan worden gezien dan als de uitvoering van een aan ambtenaren van politie opgedragen taak, is voldaan aan de voorschriften, verbonden aan de hiervoor vermelde vrijstelling. Opstelling van meetapparatuur in de berm van een snelweg is derhalve mogelijk zonder te handelen in strijd met het bepaalde in de RVV 1990.

3.5. Aan het voorgaande kan niet afdoen de omstandigheid dat in een andere, van deze zaak losstaande zaak op grond van dezelfde als door de betrokkene aangevoerde grond het beroep tegen de inleidende beschikking door de officier van justitie gegrond zou zijn verklaard.

3.6. Aangezien naar de overtuiging van het hof vast staat dat de gedraging is verricht, zal de beslissing van de kantonrechter worden bevestigd.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Hiemstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.