Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2005:AU8182

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
14-12-2005
Datum publicatie
16-12-2005
Zaaknummer
Rolnummer 0500068
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Aan zowel de primaire als de (meer) subsidiaire vordering ligt ten grondslag de stelling dat Grain Plastic als eigenaar van de vezels heeft geweigerd deze van het bedrijfsterrein te verwijderen, zodat Grasso Stiens genoodzaakt is de vezels zelf af te voeren. De (geld)vordering ziet op de daarmee gepaard gaande kosten van transport. Grain Plastics heeft gemotiveerd betwist dat de vezels haar ooit in eigendom hebben toebehoord. Zij zegt zich van meet af aan op het standpunt te hebben gesteld dat De Vries de bestelling als bestuurder van Grasso Stiens heeft geplaatst. Zij beroept zich daarbij onder meer op een uit 1998 daterende overeenkomst (producties 1 bij conclusie van antwoord), waaruit kan worden afgeleid dat Grasso Stiens bij verkoop aan het bedrijf Greco de nota zou verzenden en Grain Plastics betaald zou worden voor de bemiddeling en het transport. Toen de discussie ontstond over de vraag wie eigenaar was van "de grijze hoop" die was overgebleven, hebben partijen op 18 juni 2001 een vaststellingsovereenkomst gesloten waarmee een einde is gemaakt aan het geschil over de eigendomskwestie van de partij vezels, aldus Grain Plastics.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest d.d. 14 december 2005

Rolnummer 0500068

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

Grasso Stiens Beheer B.V.,

gevestigd te Stiens,

appellante,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna te noemen: Grasso Stiens,

procureur: mr W. Sleijfer,

voor wie heeft gepleit mr W.J.Th. Bustin, advocaat te Leeuwarden,

tegen

Grain Plastics B.V.,

gevestigd te Leeuwarden,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna te noemen: Grain Plastics,

procureur: mr S.A. Roodhof, die ook heeft gepleit.

Het geding in eerste instantie

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in de vonnissen uitgesproken op respectievelijk 5 oktober 2004 en 21 december 2004 door de rechtbank Leeuwarden, sector kanton, locatie Leeuwarden (hierna: de kantonrechter).

Het geding in hoger beroep

Bij exploot van 31 december 2004 is door Grasso Stiens hoger beroep ingesteld van genoemd vonnis van 21 december 2004 met dagvaarding van Grain Plastics tegen de zitting van 9 februari 2005.

Het petitum van de dagvaarding in hoger beroep luidt:

"te vernietigen het vonnis op 21 december 2004 door de Rechtbank Leeuwarden, sector

Kanton, locatie Leeuwarden, gewezen tussen appellante als eiseres en geïntimeerde als

gedaagde en, opnieuw rechtdoende, bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij

voorraad, de oorspronkelijke vorderingen van appellante alsnog aan haar toe te wijzen,

met veroordeling van geïntimeerde in de kosten van beide instanties."

Grasso Stiens heeft een memorie van grieven genomen.

Door Grain Plastic is bij memorie van antwoord verweer gevoerd, met als conclusie:

"bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de vorderingen van Grasso

Stiens af te wijzen, al dan niet met verbetering van gronden, althans het vonnis van de

Rechtbank Leeuwarden van 21 december 2004 te bekrachtigen, met veroordeling van

Grasso Stiens in de kosten van deze procedure, in beide instanties."

Vervolgens hebben partijen hun zaak doen bepleiten onder overlegging van pleitnota's door hun advocaten.

Ten slotte hebben partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.

De grieven

Grasso Stiens heeft negen grieven opgeworpen.

De beoordeling

1. Tegen de weergave van de vaststaande feiten in de rechtsoverwegingen 3, 4 en 5 in het vonnis waarvan beroep is geen grief ontwikkeld, zodat ook in hoger beroep van die feiten zal worden uitgegaan, welke feiten het hof hierna zal herhalen onder aanvulling van enkele feiten die in hoger beroep zijn komen vast te staan.

1.1. Bedoelde vaststaande feiten zijn de volgende:

- [betrokkene 1] heeft bij het bedrijf Distriplast het vezelmateriaal besteld waar deze procedure over gaat. Hij was toen directeur-grootaandeelhouder van Grasso Stiens. Grain Plastics, destijds genaamd Grasso Drain B.V. was indertijd een volle dochter van Grasso Stiens.

- Op 31 maart 1992 heeft Distriplast de levering van vezelmateriaal (hierna ook "de grijze hoop") aan Grasso Drain gefactureerd.

- Deze factuur is voldaan door Grasso Stiens.

- Op 11 augustus 1993 heeft Grasso Plastics haar huidige naam verkregen. Zij handelt in drainagematerialen en kunststoffen.

- Grain Plastics heeft van Grasso Stiens in huur gehad het perceel Botniawei 6 te Marrum ten behoeve van haar bedrijfsactiviteiten. De huurovereenkomst is inmiddels geëindigd en Grain Plastics heeft het gehuurde ontruimd.

- Op 18 juni 2001 heeft tussen partijen een bespreking plaatsgevonden omtrent de afwikkeling van "de grijze hoop". Het door beide partijen ondertekende verslag van die bespreking, gedateerd 20 juni 2001, vermeldt:

"Reeds sinds een aantal jaren speelt de discussie omtrent het eigendom van de voorraad grijze

vezels welke zich op het terrein botniawei 6 bevindt.

Het perceel is in eigendom van Grasso- Stiens Beheer b.v. ( [betrokkene 1]) en wordt deels

verhuurd aan Grainplastics b.v. ([betrokkene 2] en [betrokkene 3]).

In het verleden is een belangrijk deel verkocht als basistoevoegmiddel in manegebodems.

De eigendomssituatie is actueel nu de huurder op afzienbare termijn gaat verhuizen.

In een overleg tussen beide partijen is het volgende overeengekomen.

Grasso Stiens Beheer stuurt een nota naar Grainplastics b.v. a ƒ 30.000,-.

Grainplastics betaalt deze, waarna Grasso- Stiens Beheer zich als eigenaar van het materiaal

met deze grondstof redt.

De discussie omtrent het eigendom is daarmee gesloten."

2. Grasso Stiens heeft Grain Plastics voor de rechtbank gedagvaard. Zij heeft primair gevorderd Grain Plastics te veroordelen tot betaling van een bedrag van Euro 56.500,-- excl. btw met wettelijke rente. Grondslag van deze vordering is de stelling dat Grain Plastics als eigenares van "de grijze hoop" heeft geweigerd deze na beëindiging van de huurovereenkomst te verwijderen, waarop Grasso Stiens, in verband met de verkoop van haar perceel, genoodzaakt is geweest "de grijze hoop" zelf te doen afvoeren. Grasso Stiens heeft voorts (voorwaardelijk) subsidiair gevorderd: vernietiging van de overeenkomst van 20 juni 2001 op grond van misbruik van omstandigheden, respectievelijk dwaling, dan wel ontbinding van die overeenkomst, dan wel deze te wijzigen, met veroordeling van Grain Plastics tot vergoeding aan Grasso Stiens van het bedrag van Euro 56.500,-- excl. btw, vermeerderd met wettelijke rente, en meer subsidiair: voor recht te verklaren dat Grain Plastics als gevolg van de verwijdering van de vezels door en op kosten van Grasso Stiens ongerechtvaardigd is verrijkt, met veroordeling van Grain Plastics tot betaling aan Grasso Stiens van het bedrag van Euro 56.500,-- excl. btw, met wettelijke rente, alles kosten rechtens. Bij conclusie van repliek heeft Grasso Stiens haar primaire, (voorwaardelijk) subsidiaire en meer subsidiaire vordering voor wat betreft het geldbedrag vermeerderd tot Euro 72.517,55 (excl. btw).

2.1. Na door Grain Plastics gevoerd verweer heeft de kantonrechter bij (eind)vonnis van 21 december 2004 de vorderingen van Grasso Stiens afgewezen en haar veroordeeld in de proceskosten.

3. De grieven leggen de zaak in volle omvang ter beoordeling aan het hof voor. Zij zullen daarom gezamenlijk worden behandeld.

4. Aan zowel de primaire als de (meer) subsidiaire vordering ligt ten grondslag de stelling dat Grain Plastic als eigenaar van de vezels heeft geweigerd deze van het bedrijfsterrein te verwijderen, zodat Grasso Stiens genoodzaakt is de vezels zelf af te voeren. De (geld)vordering ziet op de daarmee gepaard gaande kosten van transport.

4.1. Grain Plastics heeft gemotiveerd betwist dat de vezels haar ooit in eigendom hebben toebehoord. Zij zegt zich van meet af aan op het standpunt te hebben gesteld dat De Vries de bestelling als bestuurder van Grasso Stiens heeft geplaatst. Zij beroept zich daarbij onder meer op een uit 1998 daterende overeenkomst (producties 1 bij conclusie van antwoord), waaruit kan worden afgeleid dat Grasso Stiens bij verkoop aan het bedrijf Greco de nota zou verzenden en Grain Plastics betaald zou worden voor de bemiddeling en het transport. Toen de discussie ontstond over de vraag wie eigenaar was van "de grijze hoop" die was overgebleven, hebben partijen op 18 juni 2001 een vaststellingsovereenkomst gesloten waarmee een einde is gemaakt aan het geschil over de eigendomskwestie van de partij vezels, aldus Grain Plastics.

4.2. Grasso Stiens heeft haar standpunt dat de eigendom van de vezels bij Grain Plastics berustte, in hoger beroep weliswaar gehandhaafd, doch dit standpunt verhoudt zich zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet met hetgeen Grasso Stiens ten pleidooie ook heeft gesteld, namelijk dat de op 18 juni 2001 tussen partijen gemaakte afspraken inhouden dat op haar een inspanningsverplichting rustte om de vezels, als ware zij eigenaar, van de hand te doen, waaraan zij heeft toegevoegd dat zij erop kon en mocht vertrouwen dat dit kostenneutraal zou kunnen gebeuren. Als zij geen eigenaar van de vezels is, valt naar het oordeel van het hof immers niet in te zien welk belang zij erbij heeft gehad de verkoop kostenneutraal te laten plaatsvinden.

4.3. Gelet op het gemotiveerde verweer van Grain Plastics, en in het bijzonder ook gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, kan voorshands niet als vaststaand worden aangenomen dat Grain Plastics inderdaad de eigenaar van de vezels was.

5. Gelet op het voorgaande dient Grasso Stiens, op wie de bewijslast ter zake rust, te bewijzen dat Grain Plastics eigenaar van de vezels was. Zij heeft in hoger beroep weliswaar bewijs aangeboden, doch dat ziet op stellingen die voor de beoordeling van de kern van het geschil - de eigendom van de vezels - niet relevant zijn. Een op die kern van het geschil toegesneden, specifiek, bewijsaanbod ontbreekt. Voor een ambtshalve te geven bewijsopdracht ziet het hof onder de gegeven omstandig-heden geen aanleiding.

6. Dit leidt tot de conclusie dat de grondslag van de vorderingen van Grasso Stiens niet in rechte is komen vast te staan. De vorderingen zijn derhalve niet toewijsbaar.

Slotsom

7. De grieven falen. Het vonnis van 21 december 2004 waarvan beroep dient te worden bekrachtigd.

Grasso Stiens zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep (3 procespunten, tarief IV).

De beslissing

Het gerechtshof:

bekrachtigt het vonnis van 21 december 2004 waarvan beroep;

veroordeelt Grasso Stiens in de kosten van het geding in hoger beroep en begroot die tot aan deze uitspraak aan de zijde van Grain Plastics op Euro 244,-- aan verschotten en op Euro 4.893,-- aan salaris voor de procureur;

verklaart dit arrest voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mrs Breemhaar, voorzitter, Zandbergen en Voorink, raden, en uitgesproken door mr Mollema, vice-president, lid van een enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mevrouw Haites-Verbeek als griffier ter openbare terechtzitting van dit hof van woensdag 14 december 2005.