Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2005:AU7386

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
27-07-2005
Datum publicatie
02-12-2005
Zaaknummer
WAHV 05-00613
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Art. 9, lid 2, onder b, WAHV; matiging?; Gebruik vluchtstrook door arts. Onjuist gebruik attentiebalk.

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 9
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 05/00613

27 juli 2005

CJIB 79076148119

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank te Dordrecht

van 15 februari 2005

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Dordrecht ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van Euro 160,- opgelegd ter zake van "als weggebruiker buiten noodzaak over de vluchtstrook of vluchthaven rijden", welke gedraging zou zijn verricht op 25 september 2004 op de Rijksweg A15 (Noordbaan) in Hardinxveld-Giessendam. De bij deze gedraging behorende feitcode is R465A.

3.2. De betrokkene erkent ter plaatse over de vluchtstrook te hebben gereden, doch stelt zich op het standpunt dat de omstandigheden waaronder de gedraging is verricht het opleggen van een administratieve sanctie niet billijken dan wel aanleiding geven om een lager bedrag van de sanctie vast te stellen. Hiertoe wordt het volgende aangevoerd. In het verleden is de betrokkene ambulance-arts c.q. Notartzt in Duitsland en spoedeisende hulp arts op de Eerste Hulp in het Rijnstate Ziekenhuis te Arnhem geweest. Tevens is de betrokkene tien jaar parttime forensisch arts geweest. Op voormelde datum was de betrokkene op weg naar zijn ouders, had hij geen haast en nam hij de afslag A15 bij Gorinchem richting Dordrecht. Direct na de afslag was er een volledig stilstaande file. Volgens de betrokkene is in 90% van de gevallen een dergelijke file te wijten aan een verkeersongeval. De betrokkene is over de vluchtstrook gaan rijden om te kijken of hij wellicht hulp kon bieden bij een ongeval. In zijn auto voert de betrokkene een verscheidenheid aan medische apparatuur mee. Er was dus geen sprake van persoonlijk gewin, aldus de betrokkene. In het verleden heeft de betrokkene vele malen spontaan eerste hulp verleend op de Rijksweg en daarmee verschillende mensenlevens gered. Tot grote verbazing van de betrokkene bleek er die dag geen ongeval te zijn geweest, maar een volledige afsluiting van de A15. Dit was volgens de betrokkene niet aangegeven op de informatieborden boven de A27. Tenslotte heeft de betrokkene erop gewezen, dat hij een attentiebalk op het dak van zijn auto had met de tekst "Arts Spoed". De betrokkene heeft hiervan een foto overgelegd.

3.3. De ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB houdt onder meer het volgende in: "File vanwege wegwerkzaamheden. Betrokkene had kennelijk haast en reed een heel stuk over de vluchtstrook, taxibordje op het dak.".

3.4. De in feitcode R465A vermelde gedraging is een overtreding van art. 43, derde lid, RVV 1990. Deze bepaling luidt als volgt: "Behoudens in noodgevallen is het de weggebruikers verboden op een autosnelweg of autoweg gebruik te maken van de vluchtstrook, de vluchthaven of de berm.". Uit het gebruik van het woord "noodgevallen" en uit de wetsgeschiedenis blijkt, dat het gebruik van de vluchtstrook slechts in incidentele gevallen van urgente aard de weggebruiker vrijstaat. De Nota van toelichting op het RVV 1990 houdt in hoofdstuk X, "Belangrijke veranderingen" in dit verband onder meer in:

"Het RVV 1990 bevat naast vele mindere belangrijke wijzigingen, die per artikel worden belicht, enkele opmerkelijke nieuwe regelingen. Ze worden hier in het kort weergegeven. 1. Het gebruik van de vluchtstrook (artikel 43).

Weggebruikers op autowegen en autosnelwegen mogen slechts in noodgevallen gebruik maken van vluchtstrook, vluchthaven of berm. Hier gaat het met name om de vluchtstrook. In het RVV 1990 is namelijk niet alleen het parkeren op de vluchtstrook aan banden gelegd maar ook het berijden ervan. (...) Het nieuwe RVV verbiedt nu ook het rijden op de vluchtstrook uitdrukkelijk. Tegen het irritante gebruik van de vluchtstrook bij filevorming kan nu dus zonder meer worden opgetreden. Bij het invoegen ligt de zaak anders. Verscheidene organisaties adviseren automobilisten van de vluchtstrook gebruik te maken als het invoegen vanaf de invoegstrook niet lukt. Hoewel voor dat advies begrip bestaat, wordt aan deze praktijk toch een einde gemaakt. Waarom? De vluchtstrook is primair bestemd voor pechgevallen. Men treft er vaak auto's aan waaraan gesleuteld wordt. Het is noch voor de inzittenden van een pechvoertuig, noch bijvoorbeeld voor een wegenwacht die ermee bezig is, een prettig idee dat er elk ogenblik een auto op ze af kan stormen die bezig is om snelheid te maken. De meeste invoegstroken zijn lang genoeg om zonder problemen te kunnen invoegen. En als er een file staat blijken de meeste bestuurders bereid er anderen tussen te laten. Volledigheidshalve is vermeld dat het berijden van de vluchtstrook in noodgevallen is toegestaan (artikel 43, derde lid, RVV 1990). Men kan daarbij denken aan een invoegende automobilist die plotseling geconfronteerd wordt met iemand die op de hoofdrijbaan snelheid maakt.".

3.5. Uit hetgeen hiervoor is weergegeven volgt, dat niet als een noodgeval in de zin van art. 43, derde lid, RVV 1990 is te beschouwen het berijden van de vluchtstrook teneinde te onderzoeken of mogelijkerwijs als oorzaak van de file zich een ongeval zou hebben voorgedaan. Het berijden van de vluchtstrook is buiten noodgevallen slechts toegestaan aan voorrangsvoertuigen, voor zover de uitoefening van hun taak dit vereist (art. 91 RVV 1990), of aan bestuurders van voertuigen aan wie door het bevoegd gezag een ontheffing is verleend (art. 87 RVV 1990). Tot geen van beide categorieën behoort de betrokkene.

3.6. Een en ander wordt niet anders doordat de betrokkene tijdens de rit over de vluchtstrook gebruik heeft gemaakt van de in zijn bezit zijnde zogenaamde attentiebalk, een op het dak van de auto te plaatsen gele balk met de tekst: "Arts spoed". Uit de door de betrokkene overgelegde informatie ten aanzien van de attentiebalk blijkt, dat deze in 1999 in de gemeente Utrecht in verband met "auto-onvriendelijke" maatregelen in de stad in gebruik is genomen op gezamenlijk initiatief van de District Huisartsen Vereniging, de Regionale Huisartsen Vereniging Utrecht-Stad, een zorgverzekeraar, de gemeente Utrecht en de regiopolitie. De attentiebalk heeft geen wettelijke status, maar dient om de huisarts, die haast moet maken in verband met een spoedmelding, duidelijk herkenbaar te maken en zo agressie en weerstand bij het publiek en een verkeerde inschatting door te politie te voorkomen (o.m. Utrechts Nieuwsblad 24 juni (kennelijk:) 1999). Voor zover een en ander - zoals de betrokkene stelt - ook zou gelden voor de huisartsenpraktijk in Nunspeet, volgt daaruit rechtstreeks, dat slechts in die gevallen waarin de arts respondeert op een spoedeisende oproep in het kader van de uitoefening van zijn praktijk gebruik mag maken van de attentiebalk.

3.7. Gelet op het bovenstaande is door de betrokkene in casu een onjuist gebruik gemaakt van de attentiebalk. Het hof ziet in hetgeen door de betrokkene is aangevoerd geen omstandigheid die het opleggen van een administratieve sanctie niet billijkt of die zou moeten leiden tot het vaststellen van een lager bedrag van de administratieve sanctie.

3.8. Nu de kantonrechter het beroep terecht ongegrond heeft verklaard, zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.