Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2005:AU6568

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
27-07-2005
Datum publicatie
22-11-2005
Zaaknummer
WAHV 05-00646
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Dictum kantonrechter onjuist. Nu de kantonrechter de sanctie heeft gematigd, had de kantonrechter het beroep gedeeltelijk gegrond moeten verklaren. Overtreding van artikel 61a RVV 1990: als bestuurder tijdens het rijden een mobiele telefoon vasthouden tijdens het rijden. Dat de betrokkene niet heeft getelefoneerd met het toestel brengt niet mee dat artikel 61a RVV 1990 niet zou zijn overtreden.

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 13
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 20d
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 05/00646

27 juli 2005

CJIB 39074939293

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank te Arnhem

van 9 maart 2005

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Arnhem ongegrond verklaard en het sanctiebedrag gematigd tot euro 100,-. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van euro 140,- opgelegd ter zake van "als bestuurder tijdens het rijden een mobiele telefoon vasthouden" (feitcode R545), welke gedraging zou zijn verricht op 7 juli 2004 op de Molenweg te Nijmegen.

3.2. De betrokkene ontkent niet dat zij tijdens het rijden de mobiele telefoon heeft vastgehouden maar stelt dat zij niet met het toestel heeft getelefoneerd en dat er derhalve geen sprake is van een overtreding.

3.3. De bij feitcode R545 behorende gedraging is een overtreding van

art. 61a RVV 1990. Deze bepaling houdt het volgende in: "Het is degene die een motorvoertuig, bromfiets of invalidenvoertuig bestuurt verboden tijdens het rijden een mobiele telefoon vast te houden.".

3.4. De in het zaakoverzicht opgenomen ambtsedige verklaring van de verbalisant houdt in, voor zover van belang:

"Gedragingsgegevens: Ik zag dat de bestuurder tijdens het rijden een op een telefoon gelijkend voorwerp met zijn (het hof leest: haar) linkerhand vasthield. Bij de staandehouding zag ik dat het een mobiele telefoon betrof.".

3.5. Het hof ziet geen aanleiding te twijfelen aan de waarneming van de verbalisant. Naar het oordeel van het hof is derhalve komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Dat de betrokkene niet met het toestel heeft getelefoneerd maakt dit (wat hier ook van zij) gelet op hetgeen onder 3.3. is weergegeven niet anders. Het enkel vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden levert reeds een overtreding op van het in art. 61a RVV 1990 bepaalde.

3.6. Niettemin kan de beslissing van de kantonrechter niet worden bevestigd. Nu de kantonrechter de sanctie heeft gematigd tot euro 100,- had de kantonrechter het beroep gedeeltelijk gegrond moeten verklaren. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter vernietigen, het bij de kantonrechter ingestelde beroep gedeeltelijk gegrond verklaren en het bedrag van de sanctie in de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking wijzigen.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;

wijzigt het bedrag van de sanctie in de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking in euro 100,-;

bepaalt dat een deel van hetgeen door de betrokkene op voet van art. 11 WAHV tot zekerheid is gesteld, te weten een bedrag van euro 40,- aan haar wordt gerestitueerd.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Wagtendonk, in tegenwoordigheid van

mr. Meijering als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.