Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2005:AU6420

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
07-07-2005
Datum publicatie
18-11-2005
Zaaknummer
WAHV 05-00609
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Als bestuurder tijdens het rijden een mobiele telefoon vasthouden; Overtreding van art. 61a RVV 1990; De betrokkene stelt zich op het standpunt dat deze wettelijke bepaling buiten toepassing moet blijven, omdat deze bepaling een willekeurige handeling verbiedt in tegenstelling tot het vasthouden van eten, drinken of andere voorwerpen dan mobiele telefoons. In het arrest wordt verwezen naar een deel van de inhoud van de Nota van toelichting. Gelet hierop is er geen reden de sanctie te matigen.

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 9
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Verkeer 2005/69
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 05/00609

7 juli 2005

CJIB 39074648154

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank te Arnhem

van 12 januari 2005

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Arnhem ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van Euro 140,- opgelegd ter zake van "als bestuurder tijdens het rijden een mobiele telefoon vasthouden (feitcode R545)", welke gedraging zou zijn verricht op

12 mei 2004 om 15.00 uur op de Groenestraat in Nijmegen.

3.2. De bij feitcode R545 behorende gedraging is een overtreding van art. 61a van het Reglement verkeersregels en verkeersteken 1990 (RVV 1990). Deze bepaling houdt het volgende in: "Het is degene die een motorvoertuig, bromfiets of invalidenvoertuig bestuurt verboden tijdens het rijden een mobiele telefoon vast te houden.".

3.3. De betrokkene ontkent niet de gedraging te hebben verricht. Zijn betoog strekt ertoe dat hij de telefoon niet heeft gebruikt en dat bovenstaande wettelijke bepaling een willekeurige handeling verbiedt, in tegenstelling tot het vasthouden van eten, drinken of andere voorwerpen dan mobiele telefoons. De betrokkene is kennelijk van mening dat bovenstaande wettelijke bepaling buiten toepassing moet blijven.

3.4. De Nota van toelichting bij het Besluit van 4 februari 2002 tot wijziging van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (verbod handmatig telefoneren), Stb. 2002, 67, houdt onder meer in:

"Het handmatige telefoneren en het gelijktijdig besturen van een

motorvoertuig, invalidenvoertuig of bromfiets vormt een gevaar voor de

verkeersveiligheid. De Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid

schat dat per jaar in het verkeer enkele tientallen doden en bijna

driehonderd gewonden vallen door het gebruik van de mobiele telefoon.

De oorzaak hiervan is gelegen in een tweetal factoren. Ten eerste is bij het

handmatig telefoneren - vaak gedurende enige tijd - slechts één hand

beschikbaar voor het verrichten van de noodzakelijke verkeershandelingen.

Ten tweede wordt de aandacht van de bestuurder door het voeren

van een telefoongesprek afgeleid van de verkeerssituatie. Door de combinatie

van deze twee factoren ontstaat een niet te veronachtzamen risico

voor de verkeersveiligheid.",

alsook:

"In artikel 61a RVV 1990 wordt gesproken van het vasthouden van een

mobiele telefoon en niet van telefoneren. Hiervoor zijn verschillende

redenen te geven. Ten eerste wordt hiermee de afwijzing van het fysieke

aspect van het handmatig telefoneren beter tot uitdrukking gebracht.

Onder vasthouden wordt verstaan het in de hand houden, het tussen oor

en schouder geklemd houden etc. Ten tweede kan bij de term telefoneren

onduidelijkheid bestaan wanneer daarvan sprake is. Is dat op het moment

dat de telefoon ter hand wordt genomen, een nummer wordt ingetoetst of

bijvoorbeeld op het moment dat de verbinding tot stand komt. Ten derde

wordt met de term telefoneren de reikwijdte beperkt tot de overdracht van

spraak. Door de gekozen formulering van artikel 61a RVV 1990 wordt

tevens het verzenden of ontvangen en lezen van SMS-berichten of

e-mailberichten of het internetten met een mobiele telefoon tijdens het

rijden onder de verbodsbepaling gebracht. Ten vierde heeft het openbaar

ministerie aangegeven dat een verbod op het telefoneren aanzienlijk

moeilijker te handhaven is dan een verbod op het vasthouden van een

mobiele telefoon. Immers steeds zal moeten worden vastgesteld dat ook

daadwerkelijk werd getelefoneerd met het apparaat. Het is niet onaannemelijk

dat de verdachte zich zal verweren met de mededeling dat hij

weliswaar met een telefoon aan het oor zat, maar dat er geen verbinding

was en dat hij dus niet daadwerkelijk aan het telefoneren was. Hoewel,

zoals in paragraaf 3 wordt omschreven, in dergelijke gevallen de officier

van justitie wel inlichtingen betreffende de telecommunicatie kan

vorderen teneinde vast te stellen of ook daadwerkelijk gebruik is gemaakt

van de mobiele telefoon, is een verbod op het vasthouden van dergelijke

apparatuur aanzienlijk eenvoudiger te handhaven.".

3.5. Het staat de rechter niet vrij art. 61a RVV 1990 buiten toepassing te laten. In acht genomen de inhoud van de Nota van Toelichting, zoals hiervoor vermeld, is het door de betrokkene gestelde - nog daargelaten de juistheid van betrokkenes stelling dat hij de telefoon niet heeft gebruikt, gelet op zijn verklaring bij staandehouding - niet van dien aard dat dit het opleggen van de onderhavige administratieve sanctie niet billijkt of tot matiging van de opgelegde sanctie dient te leiden.

3.6. De betrokkene voert nog terecht aan dat de kantonrechter ten onrechte heeft overwogen dat aan de betrokkene als kentekenhouder een sanctie is opgelegd. Gelet op de inhoud van het dossier is hier sprake van een kennelijke vergissing. Naar het oordeel van het hof wordt de betrokkene door deze vergissing niet in zijn belangen geschaad. Daarom zal het hof de beslissing van de kantonrechter verbeterd lezen in die zin dat voornoemde passage als niet geschreven wordt beschouwd.

3.7. De bestreden beslissing zal worden bevestigd.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Wagtendonk, in tegenwoordigheid van mr. Hiemstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.