Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2005:AT9430

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
08-06-2005
Datum publicatie
15-07-2005
Zaaknummer
WAHV 05-00136
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Plaatsing bord A1 van bijlage 1 van het RVV 1990 (50 km/h) binnen de bebouwde kom. Een dergelijk bord mag binnen de bebouwde kom worden geplaatst om zonodig te herinneren aan de algemene snelheidslimiet van 50 km/h. Door bord "Einde bebouwde kom" (bord H2 van bijlage 1 van het RVV 1990) wordt in dit geval de geldende maximumsnelheid van 50 km/h opgeheven ondanks bord A1.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWR 2005/78
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 05/00136

8 juni 2005

CJIB 89072157311

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank te Groningen

van 10 januari 2005

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Groningen gegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De officier van justitie heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De betrokkene heeft een verweerschrift ingediend.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van Euro 100,- opgelegd ter zake van "overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1); meer dan 20 km/h en t/m 25 km/h" (feitcode S210d), welke gedraging zou zijn verricht op 16 mei 2004 om 14:34 uur op de Bedumerweg te Onderdendam.

3.2. De betrokkene heeft niet bestreden dat hij, zoals geconstateerd door de verbalisant, 73 km per uur heeft gereden. Hij heeft echter aangevoerd dat de borden A1, J25 (opspattend grind) en J20 (slipgevaar) binnen de bebouwde kom geplaatst waren. Aangezien het bord H2 (einde bebouwde kom) ongeveer 150 à 200 meter na de tijdelijke bebording was gesitueerd, is de betrokkene ervan uitgegaan dat met dit bord ook alle restricties waren opgeheven, temeer daar het bord A1 en de waarschuwingsborden niet ook buiten de bebouwde kom geplaatst waren. De betrokkene verkeerde daardoor in de veronderstelling dat buiten de bebouwde kom de maximum toegestane snelheid van 80 km per uur gold. Hij heeft dit na staandehouding nog gecontroleerd door terug te rijden. De zich in het dossier bevindende foto's, waarop de tijdelijke bebording buiten de bebouwde kom te zien is, zijn na 16 mei 2004 genomen, zodat die niet als bewijs kunnen gelden voor de onderhavige gedraging. De betrokkene heeft een plattegrond en situatieschets bijgevoegd. Hierop heeft hij de locaties aangegeven waar, binnen de bebouwde kom van Bedum, de genoemde tijdelijke bebording was geplaatst, alsmede de locatie waar het bord H2 zich bevindt en de buiten de bebouwde kom gelegen locatie waar de snelheidsmeting heeft plaatsgevonden.

3.3. Bij de bestreden beslissing heeft de kantonrechter dit beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard en daarbij overwogen dat de betrokkene voldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld, waaruit kan worden afgeleid dat dient te worden getwijfeld aan de waarnemingen of het relaas van de verbalisant.

3.4. In hoger beroep heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat er geen reden is te twijfelen aan de waarnemingen of het relaas van de verbalisant. Hij heeft daarbij verwezen naar het proces-verbaal van de verbalisante d.d. 13 oktober 2004. Volgens de officier van justitie heeft de betrokkene niet met foto's gestaafd hetgeen hij heeft gesteld over de plaatsing van de borden.

3.5. Blijkens het aanvullend op ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal d.d. 13 oktober 2004 heeft de verbalisante onder meer het volgende verklaard: "De bebording stond ten tijde van de gedraging juist opgesteld. Voorafgaand aan de controle is de bebording gecontroleerd. Het is mij niet bekend of de bebording na 16 mei nog is gewijzigd".

3.6. In de kennisgeving beroepschrift ex art. 10 WAHV d.d. 25 oktober 2004, gericht aan de kantonrechter, is namens de officier van justitie onder meer het volgende geschreven: "Ter informatie is nog een aantal foto's bijgevoegd, afkomstig uit een andere beroepszaak WAHV 84487, betreffende een controle uitgevoerd op 28 mei 2004". Op de genoemde foto's, genummerd 4 tot en met 9, genomen op de N 995 (Bedumerweg), is te zien dat het bord A1 buiten de bebouwde kom geplaatst is, voorbij het bord einde bebouwde kom. De foto's met nummer 1 tot en met 3 bevinden zich niet in het dossier.

3.7. De betrokkene heeft in zijn verweerschrift d.d. 16 maart 2005 - voor zover hier van belang - onder meer gesteld dat hij niet permanent een fotocamera bij zich heeft en daarom geen foto's heeft kunnen overleggen. Voorts wijst hij erop dat de bovenvermelde foto's na 16 mei 2004 zijn genomen en dat hij op maandag 17 mei 2004 heeft gebeld met de parketpolitie te Groningen en heeft geadviseerd de bebording op de plaats waar de gedraging is geconstateerd aan te passen aan hetgeen kennelijk de bedoeling was. Naar hij stelt is zijn advies kennelijk opgevolgd, maar wordt deze aanpassing nu tegen hem gebruikt.

3.8. Het antwoord op de vragen: a. of het bord A1 (50 km) binnen de bebouwde kom is geplaatst en b. of het buiten de bebouwde kom is herhaald, is slechts van belang, wanneer de stelling van de betrokkene, dat door het bord H2 de tijdelijke snelheidsbeperking werd opgeheven, juist is. Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

3.9. Een door een bord A1 aangegeven maximumsnelheid wordt in beginsel opgeheven door een bord A2 (einde maximumsnelheid) of een bord F8 ( einde van alle door verkeersborden aangegeven verboden). Voorts schrijft artikel 63 RVV 1990 voor, dat verkeerstekens - zoals borden die een maximumsnelheid aangeven - boven verkeersregels - zoals artikel 20 RVV 1990, dat de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom regelt - gaan. Een en ander is echter slechts het geval voor zover deze regels onverenigbaar zijn met deze tekens. In overeenstemming daarmee wordt in de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens in Hoofdstuk II, paragraaf 1 onder 2 in de eerste volzin voorgeschreven, dat borden niet worden toegepast indien daarmee een regeling beoogd wordt die overeenkomt met een gedragsregel of een ander verkeersteken. Een uitzondering hierop vormt paragraaf 4 van dit hoofdstuk ten aanzien van bord A1, onder 3. Binnen de bebouwde kom mag bord A1 worden geplaatst om zonodig te herinneren aan de algemene snelheidslimiet van 50 km/h.

3.10. Een en ander brengt mee, dat indien de stellingen van de betrokkene omtrent het geplaatst zijn van de borden juist zijn, hij bij het passeren van het bord, dat het einde van de bebouwde kom aangeeft, heeft mogen uitgaan van de in art. 21 RVV 1990 bepaalde maximumsnelheid van 80 km per uur.

3.11. In zijn beroepschrift tegen de inleidende beschikking heeft de betrokkene onder meer aangevoerd: "Volgens de redenatie van agente W. Korthout gold hier echter een tijdelijk bord met snelheidslimiet 50 km/u, nog gesitueerd in de bebouwde kom van Bedum. Dit bord (...) is door mij waargenomen en hield verband met de reeds uitgevoerde vernieuwing van de grindlaag op het wegdek. Hierna volgde echter - zo'n 150 tot 200 meter verder - het bord "einde bebouwde kom"(H2) van Bedum. Naar mijn weten betekent dit ook het einde van eerder genoemde restricties, tenzij deze ná dit bord "einde bebouwde kom" herhaald worden.". Bij dit beroepschrift is een situatieschets gevoegd waarop de bebording, zoals de betrokkene die stelt te hebben gezien, is aangegeven.

3.12. In zijn beroepschrift tegen de beslissing van de kantonrechter geeft de betrokkene aan, dat hij niet de gereden snelheid betwist, zoals de officier van justitie gelet op de gebezigde motivering lijkt te menen, maar bestrijdt hij dat een aantal bijgevoegde foto's (4 t/m 9), waarop te zien valt, dat op de weg tussen Bedum en Onderdendam ná het bord "einde bebouwde kom" een tijdelijke snelheidsbeperking van 50 km/u (bord A1) is ingesteld, de situatie op zondag

16 mei 2004 weergeven.

3.13. In aanmerking nemende hetgeen de betrokkene vanaf het begin van de procedure heeft aangevoerd, alsmede gelet op de niet weersproken stelling, dat hij op 17 mei 2004 contact heeft opgenomen met de politie en heeft benadrukt, dat de bebording zou moeten worden aangepast, is een en ander in onvoldoende mate weersproken door het openbaar ministerie, nu dit zich slechts beroept op een proces-verbaal van de verbalisante, waarin niet wordt ingegaan op de specifieke punten, die door de betrokkene zijn opgeworpen, en op foto's waarvan niet vaststaat dat die de situatie op 16 mei 2004 weergeven, mede gelet op hetgeen de betrokkene daaromtrent heeft aangevoerd.

3.14. Het hof is derhalve van oordeel dat niet vaststaat dat de gedraging is verricht en zal derhalve de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mrs. Dijkstra, Poelman en Van Wagtendonk, in tegenwoordigheid van mr. Zomer als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.