Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2005:AT9408

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
08-06-2005
Datum publicatie
15-07-2005
Zaaknummer
WAHV 05-00383
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Handelaarskenteken niet op de voorgeschreven wijze gebruikt. Na een proefrit is de auto bij de klant blijven staan en heeft deze de auto de volgende dag teruggebracht. Nadat de proefrit was beëindigd, eindigde het geoorloofd gebruik van het handelaarskenteken. Vanaf dat moment kan niet meer worden gezegd dat nog "gebruik van de weg werd gemaakt in het kader van bedrijfsactiviteiten van de betrokkene". Handelaarskentekenbewijs en -platen hadden na afloop van de proefrit weer in ontvangst moeten worden genomen. Geen reden tot matiging van de sanctie.

Wetsverwijzingen
Kentekenreglement 44
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 9
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Jwr 2005/79 met annotatie van TvdP
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 05/00383

8 juni 2005

CJIB 59069471154

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank te Middelburg

van 9 februari 2005

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

gevestigd te [plaatsnaam].

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Middelburg ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 160,- opgelegd ter zake van “als kentekenhouder het handelaarskenteken niet op de voorgeschreven wijze gebruiken”, welke gedraging zou zijn verricht op 26 januari 2004 om 02.00 uur op de Fortrapasstraat in 's-Gravenpolder met het voertuig met het kenteken [kenteken]

3.2. De betrokkene erkent de gedraging. Haar betoog strekt ertoe dat de gedraging is verricht onder omstandigheden die het opleggen van een sanctie niet billijken dan wel moeten leiden tot matiging van de sanctie. De betrokkene heeft een auto uit de bedrijfsvoorraad, voorzien van bovengenoemd handelaarskenteken, voor een proefrit meegegeven aan een klant. Deze klant belde aan het eind van de dag of het mogelijk was dat zij de auto de volgende dag zou terugbrengen. De betrokkene heeft hierin toegestemd. De auto is derhalve bij de klant blijven staan, waarna er een sanctie is opgelegd. De betrokkene was er niet van op de hoogte dat het handelaarskenteken niet op deze wijze gebruikt mocht worden. Bij navraag blijken ook collega-autohandelaren en agenten niet, althans niet meteen, hiervan op de hoogte te zijn, terwijl de RDW geen problemen zag.

3.3. De opgelegde administratieve sanctie berust op het niet naleven van art. 44 Kentekenreglement. Dit artikel luidt:

1. Een handelaarskenteken mag slechts worden gebruikt door degene aan wie het is opgegeven dan wel een door deze aangewezen persoon. Het gebruik is slechts toegestaan voor de categorie waarvoor het is opgegeven.

2. Een handelaarskenteken mag worden gebruikt voor voertuigen die ter bewerking of herstel aan degene aan wie het kenteken is opgegeven ter beschikking zijn gesteld.

3. Een handelaarskenteken moet worden gebruikt voor voertuigen die behoren tot de bedrijfsvoorraad van degene aan wie het kenteken is opgegeven.

4. Een handelaarskenteken mag uitsluitend worden gebruikt indien met het voertuig als bedoeld in het tweede en derde lid gebruik van de weg wordt gemaakt in het kader van bedrijfsactiviteiten van het erkende bedrijf of de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie het handelaarskenteken is opgegeven.

5. Voor overtreding van het eerste tot en met het vierde lid is degene aan wie het handelaarskenteken is opgegeven aansprakelijk.

3.4. Nadat de proefrit was beëindigd eindigde het geoorloofd gebruik van het handelaarskenteken, aangezien vanaf dat moment niet meer gezegd kan worden, dat nog “gebruik van de weg werd gemaakt in het kader van bedrijfsactiviteiten van de betrokkene”.

3.5. Art. 4 van de Regeling handelaarskentekens en -kentekenbewijzen houdt in:

“Wanneer geen gebruik wordt gemaakt van het handelaarskentekenbewijs, dient dit bewijs alsmede de kentekenplaten waarop het handelaarskenteken is aangebracht, te worden bewaard in een goed afsluitbare voorziening.”

3.6. De betrokkene had ervoor dienen te zorgen, dat door of namens haar na afloop van de proefrit de auto weer in ontvangst was genomen en ten aanzien van het handelaarskentekenbewijs en de handelaarskentekenplaten was gehandeld in overeenstemming met de daarvoor geldende voorschriften. De betrokkene heeft daarentegen toegestaan dat de auto langer in het bezit van de klant bleef dan de proefrit redelijkerwijs kon duren. De betrokkene heeft weliswaar achteraf geïnformeerd of de door haar gevolgde handelwijze toegestaan was, maar heeft kennelijk nagelaten zich vooraf op adequate wijze op de hoogte te stellen van de geldende wet- en regelgeving. De door de betrokkene genoemde omstandigheden zijn dan ook niet van dien aard dat deze het opleggen van de onderhavige sanctie niet billijken en ze zijn evenmin van dien aard dat deze tot matiging van de opgelegde sanctie dienen te leiden.

3.7. Gelet op het voorgaande zal het hof de bestreden beslissing bevestigen.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Wagtendonk, in tegenwoordigheid van mr. Hiemstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.