Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2005:AT8086

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
22-06-2005
Datum publicatie
23-06-2005
Zaaknummer
Rekestnummer 0500077
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De kantonrechter heeft bij de bestreden beschikking de arbeidsovereenkomst ontbonden per 4 februari 2005 en aan [geïntimeerde] een vergoeding toegekend van Euro 51.666,98.

In de beschikking heeft de kantonrechter niet aangegeven dat de ontbinding van de arbeidsovereenkomst en de daarbij toegekende vergoeding een voorwaardelijk karakter draagt. Volgens Tasta Bouw is de kantonrechter daarmee buiten het geschil getreden.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 685
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 282
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2005, 131
JAR 2005/172
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking d.d. 22 juni 2005

Rekestnummer 0500077

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Beschikking in de zaak van

Tasta Bouw BV,

gevestigd te Leeuwarden,

appellante,

hierna te noemen: Tasta Bouw,

procureur mr P. Tuinman,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

hierna te noemen: [geïntimeerde],

procureur mr E.W. Kingma.

Het geding in eerste aanleg

Bij beschikking van 25 januari 2005 heeft de rechtbank Leeuwarden, sector kanton, locatie Leeuwarden (hierna de kantonrechter) -voorzover in hoger beroep van belang- de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst per 4 februari 2005 ontbonden en aan [geïntimeerde] ten laste van Tasta Bouw een vergoeding toegekend ten bedrage van bruto Euro 51.666,98.

Het geding in hoger beroep

Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie op 23 februari 2005, is Tasta Bouw van voormelde beschikking in hoger beroep gekomen "voor het geval geoordeeld moet worden, dat het een onvoorwaardelijke ontbinding van de arbeidsverhouding tussen partijen betreft" en heeft zij verzocht de beschikking te vernietigen behoudens voor wat betreft de ontbindingsdatum en opnieuw beslissende verzocht de arbeidsovereenkomst tussen Tasta Bouw en [geïntimeerde] voorwaardelijk te ontbinden per 4 februari 2005 met veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van beide instanties.

Bij verweerschrift, ingekomen ter griffie op 24 maart 2005, heeft [geïntimeerde] het verzoek bestreden en verzocht Tasta Bouw niet ontvankelijk te verklaren in het door haar ingestelde hoger beroep althans het verzoek in hoger beroep af te wijzen en de beschikking waarvan beroep te bevestigen met veroordeling van Tasta Bouw in de kosten van beide instanties.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de overige stukken.

Ter zitting van 7 april 2005 is de zaak behandeld. Tasta Bouw heeft ter zitting de voorwaarde waaronder zij appel had ingesteld, laten vervallen.

De beoordeling

de vaststaande feiten

1. Het hof gaat van de volgende vaststaande feiten uit:

a. [geïntimeerde] is op 1 januari 2002 in de functie van directeur in dienst getreden van Tasta Bouw tegen een (bruto) salaris van laatstelijk Euro 5.888,- per vier weken exclusief vakantietoeslag.

b. Op 1 november 2004 is [geïntimeerde] door Tasta Bouw op non-actief gesteld.

c. Bij brief van 11 november 2004 heeft Tasta Bouw de arbeidsovereenkomst -op grond van een dringende reden als bedoeld in artikel 7:677 lid 1 BW- met onmiddellijke ingang opgezegd.

d. [geïntimeerde] heeft bij brief van 18 november 2004 de nietigheid van dit ontslag ingeroepen.

korte aanduiding van het geschil

1. Tasta Bouw heeft in eerste aanleg de kantonrechter verzocht de arbeidsovereenkomst met [geïntimeerde], voorzover die nog bestond, te ontbinden. [geïntimeerde] heeft bij zelfstandig tegenverzoek de kantonrechter verzocht de arbeidsovereenkomst te ontbinden tegen betaling van een vergoeding van Euro 62.000,64 bruto. De kantonrechter heeft bij de bestreden beschikking de arbeidsovereenkomst ontbonden per 4 februari 2005 en aan [geïntimeerde] een vergoeding toegekend van Euro 51.666,98.

In de beschikking heeft de kantonrechter niet aangegeven dat de ontbinding van de arbeidsovereenkomst en de daarbij toegekende vergoeding een voorwaardelijk karakter draagt. Volgens Tasta Bouw is de kantonrechter daarmee buiten het geschil getreden.

beoordeling van het hoger beroep

3. Op grond van artikel 7: 685 lid 11 BW staat tegen een beschikking van de kantonrechter waarbij op grond van dit artikel een arbeidsovereenkomst is ontbonden, geen hoger beroep open.

4. Het in artikel 7:685 lid 11 BW opgenomen appelverbod kan op grond van vaste jurisprudentie slechts worden doorbroken indien de kantonrechter deze bepaling ofwel ten onrechte heeft toegepast of ten onrechte buiten toepassing heeft gelaten dan wel indien de kantonrechter bij een juiste toepassing van de bepaling een zodanig fundamenteel rechtsbeginsel heeft geschonden dat niet kan worden gesproken van een eerlijke en onpartijdige behandeling van de zaak.

5. Tasta Bouw heeft in hoger beroep gesteld dat de kantonrechter, voor zover deze bij het geven van de beschikking niet heeft (willen) volstaan met een voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst, heeft miskend dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen reeds op 11 november 2004 was beëindigd door de onverwijlde opzegging op grond van een dringende reden als bedoeld in artikel 7:677 lid 1 BW (een ontslag op staande voet). De kantonrechter had dan ook nimmer de arbeidsovereenkomst tussen Tasta Bouw en [geïntimeerde] onvoorwaardelijk kunnen ontbinden. De kantonrechter is daarmee, aldus Tasta Bouw, buiten het toepassingsgebied getreden van artikel 7:685 BW.

6. Het hof constateert dat Tasta Bouw haar hoger beroep derhalve baseert op een van de hiervoor in rechtsoverweging 4 genoemde appeldoorbrekingsgronden, zodat zij -anders dan [geïntimeerde] heeft bepleit- (formeel) kan worden ontvangen in het door haar appel (vgl. HR 23 januari 1998, NJ 1998, 332).

Het vorenstaande brengt mee dat thans eerst dient te worden beoordeeld of de door Tasta Bouw gestelde uitzonderingen op het appelverbod zich daadwerkelijk voordoen.

7. Gelet op rechtsoverweging 7.1.1. van de bestreden beschikking kan de bij deze beschikking gegeven beslissing van de kantonrechter naar het oordeel van het hof niet anders worden verstaan dan dat de tussen Tasta Bouw en [geïntimeerde] bestaande arbeidsovereenkomst onvoorwaardelijk is ontbonden. Van een kennelijke verschrijving als bedoeld in artikel 31 Rv -daargelaten welke rechtsgevolgen daaraan in de onderhavige procedure zouden dienen te worden verbonden- is derhalve geen sprake.

8. [geïntimeerde] had in eerste aanleg, zoals hiervoor onder 2 weergegeven, een zelfstandig tegenverzoek ingediend als bedoeld in artikel 282 lid 4 Rv. Anders dan Tasta Bouw kennelijk ingang wil doen vinden, is [geïntimeerde] bij het formuleren van zijn zelfstandig verzoek niet gebonden aan het voorwaardelijk kader van het inleidend verzoek tot ontbinding van Tasta Bouw. Dat het verzoek van [geïntimeerde] betrekking had op hetzelfde onderwerp -de ontbinding van de arbeidsovereenkomst- als dat van Tasta Bouw, is niet in geschil.

9. In het onderhavige geval heeft de kantonrechter door de arbeidsovereenkomst onvoorwaardelijk te ontbinden kennelijk beslist op het meest verstrekkende zelfstandig verzoek van [geïntimeerde] om de arbeidsovereenkomst onvoorwaardelijk te ontbinden. De kantonrechter is daarmee naar het oordeel van het hof niet getreden buiten het toepassingsgebied van artikel 7:685 BW.

10. Voor zover Tasta Bouw betoogt dat de kantonrechter, gelet op de omstandigheden van het geval, niet onvoorwaardelijk had mogen ontbinden, betreft dit een klacht dat de kantonrechter artikel 7:685 BW onjuist heeft toegepast. Aan een beoordeling van deze klacht staat het appelverbod in de weg, dat immers met klachten over een onjuiste toepassing niet kan worden doorbroken.

11. De door Tasta Bouw ter zitting in hoger beroep van 7 april 2005 geformuleerde klacht dat de kantonrechter essentiële procesbeginselen heeft geschonden doordat hij niet is uitgegaan van het ontslag op staande voet, stuit eveneens op het voorgaande af. De kantonrechter heeft in rechtsoverweging 7.1.1. de aan het ontslag op staande voet ten grondslag gelegde feiten beoordeeld en deze daartoe onvoldoende bevonden. Van schending van beginselen van een goede procesorde is het hof niets gebleken; dat de kantonrechter tot een andere inhoudelijke beoordeling is gekomen dan Tasta Bouw voor ogen stond, staat daar geheel los van.

12. Aangezien de door Tasta Bouw gestelde uitzonderingen op het appelverbod zich niet daadwerkelijk voordoen, moet het door haar ingestelde hoger beroep worden verworpen.

13. Hetgeen Tasta Bouw verder aan grieven en toelichting heeft aangevoerd, behoeft geen behandeling meer.

14. Tasta Bouw zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep (tarief II, 2 punten).

De beslissing

Het gerechtshof:

verwerpt het door Tasta Bouw ingestelde hoger beroep;

veroordeelt Tasta Bouw in de kosten van het geding in hoger beroep en begroot deze kosten aan de zijde van [geïntimeerde] tot op heden op Euro 291,- aan verschotten en op Euro 1.788,- aan salaris voor de procureur;

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gegeven door mrs Kuiper, voorzitter, Breemhaar en Postma, raden, en uitgesproken door mr Mollema, vice-president, lid van een enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mevrouw Haites-Verbeek als griffier, ter openbare terechtzitting van dit hof van woensdag 22 juni 2005.