Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2005:AT7608

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
15-06-2005
Datum publicatie
16-06-2005
Zaaknummer
Rolnummer 0500071
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het geschil spitst zich toe op de vraag of Bo-mij al dan niet heeft gecontracteerd met Eemshout. In dat verband heeft Bo-mij aan haar vordering ten grondslag gelegd dat zij (Bo-mij) in haar filiaal te Hoorn aan Eemshout een aantal zaken heeft verhuurd, dan wel dat zij met Eemshout was overeengekomen dat laatstgenoemde partij zou zijn terzake van hetgeen ten behoeve van Beter Kap BV zou worden besteld, en tevens (of daarnaast) dat Eemshout rechtstreeks met Bo-mij had gecontracteerd, dan wel daaromtrent bij Bo-mij die schijn toerekenbaar heeft opgewekt, waarop Bo-mij gerechtvaardigd heeft mogen vertrouwen. Eemshout bestrijdt dat de bedoelde overeenkomsten met Bo-mij tot stand zijn gekomen. Daartoe heeft Eemshout onder meer aangevoerd dat op alle contracten en facturen de naam "Bo-rent" staat vermeld en niet Bo-mij, zodat de overeenkomsten zijn gesloten met "Bo-rent" terwijl Bo-mij dientengevolge in haar vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest d.d. 15 juni 2005

Rolnummer 0500071

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de vierde kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

Eemshout B.V.,

gevestigd te Eemsmond,

appellante,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna te noemen: Eemshout,

procureur: mr P.R. van den Elst,

tegen

BO-MIJ Beheer B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna te noemen: Bo-mij,

niet verschenen.

Het geding in eerste instantie

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het vonnis uitgesproken op 17 november 2004 door de rechtbank te Groningen, sector kanton, locatie Groningen, hierna aan te duiden als de kantonrechter.

Het geding in hoger beroep

Bij exploot van 25 januari 2005 is door Eemshout hoger beroep ingesteld van genoemd vonnis met dagvaarding van Bo-mij tegen de zitting van 9 februari 2005.

De conclusie van de memorie van grieven luidt:

"dat het Gerechtshof te Leeuwarden zonodig onder verbetering en/of aanvulling der gronden zal vernietigen het vonnis hetwelk op 17 november 2004 onder zaak-/rolnummer 224004/04-3430 door de kantonrechter te Groningen tussen partijen gewezen, het vonnis waarvan beroep, en Bomij (alsnog) niet ontvankelijk te verklaren althans en in ieder geval haar vordering(en) als zijnde ongegrond af te wijzen, dit met veroordeling van geïntimeerde in de kosten van beide instanties, althans en in ieder geval in de kosten van het hoger beroep."

Tenslotte heeft Eemshout de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.

De grieven

Eemshout heeft zeven grieven opgeworpen.

De beoordeling

1. Tegen de weergave van de feiten zoals vermeld in r.o. 2 van het beroepen vonnis, heeft Eemshout geen grief gericht, zodat ook in hoger beroep van die feiten zal worden uitgegaan.

2. Het geschil in de eerste aanleg was met name toegespitst op de vraag of Bo-mij al dan niet heeft gecontracteerd met Eemshout. In dat verband heeft Bo-mij aan haar vordering ten grondslag gelegd - zie haar inleidende dagvaarding sub 1 alsmede haar conclusie van repliek in prima, nrs. 16 t/m 18, thans zakelijk weergegeven - dat zij (Bo-mij) in haar filiaal te Hoorn aan Eemshout een aantal zaken heeft verhuurd, dan wel dat zij met Eemshout was overeengekomen dat laatstgenoemde partij zou zijn terzake van hetgeen ten behoeve van Beter Kap BV zou worden besteld, en tevens (of daarnaast) dat Eemshout rechtstreeks met Bo-mij had gecontracteerd, dan wel daaromtrent bij Bo-mij die schijn toerekenbaar heeft opgewekt, waarop Bo-mij gerechtvaardigd heeft mogen vertrouwen.

3. In de eerste aanleg heeft Eemshout het door Bo-mij gevorderde gemotiveerd weersproken, daarbij aanvoerende dat zij niet kan worden beschouwd als de contractswederpartij van Bo-mij. De kantonrechter heeft op de gronden zoals in het bestreden vonnis weergegeven, het door Eemshout gevoerde verweer niet toereikend geacht, en heeft de vordering van Bo-mij goeddeels toegewezen.

4. Tegen deze toewijzing en de gronden waarop zij berust, heeft Eemshout haar grieven gericht. Daarbij heeft Eemshout in het verband van grief 1 een nieuw verweer gevoerd dat in de eerste aanleg niet aan de orde is geweest, en welk nieuw verweer mitsdien niet kan worden beschouwd als gedekt in de zin van art. 348 Rv. Het hof zal thans eerst op dit nieuwe verweer ingaan.

5. Bedoeld (nieuw) verweer komt erop neer dat Eemshout bestrijdt dat - indien zij al geacht zou worden de onderhavige overeenkomsten te zijn aangegaan - bedoelde overeenkomsten met Bo-mij tot stand zijn gekomen. Daartoe heeft Eemshout, zakelijk weergegeven, onder meer aangevoerd dat op alle contracten en facturen de naam "Bo-rent" staat vermeld en niet Bo-mij, zodat de overeenkomsten zijn gesloten met "Bo-rent" terwijl Bo-mij dientengevolge in haar vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

6. Het hof stelt vast dat de talrijke zich in het dossier bevindende contracten en facturen terzake van de huur en daarbij komende kosten, in de eerste aanleg door Bo-mij ter onderbouwing van haar vordering overgelegd, inhoudelijk geen aanknopingspunt bieden voor de aanname dat Bo-mij als contractswederpartij zou zijn opgetreden, nu op deze stukken steeds de naam "Bo-rent" staat vermeld, dikwijls met de nadere aanduiding dat Bo-rent BV een zelfstandige werkmaatschappij is van Bo-mij Beheer BV.

7. Blijkens de door Eemshout in hoger beroep overgelegde internet-uittreksels uit het Handelsregister luidt voorts de handelsnaam van Bo-mij: "Bo-Mij Beheer B.V.", terwijl de handelsnaam van BO-Rent BV alsmede die van haar nevenvestigingen - ook die te Hoorn - luidt: "BO-Rent". Weliswaar staat in een brief van incassobureau Bloem & Partners d.d. 29 september 2003 (productie 2 bij de inleidende dagvaarding) vermeld dat Bo-mij tevens zaken doet onder de handelsnaam "Bo-rent", doch zulks is niet nader feitelijk door Bo-mij onderbouwd, en is - gelet op de gemotiveerde weerspreking door Eemshout, mede bezien in het licht van de overgelegde uittreksels van het Handelsregister - ook anderszins niet aannemelijk geworden.

8. Gesteld noch gebleken is tenslotte dat één of meer van de onderhavige vorderingen op enigerlei wijze zijn overgegaan van BO-Rent op Bo-mij, als gevolg waarvan Bo-mij zou zijn gerechtigd om in de onderhavige procedure als schuldeiseres op te treden. Het bepaalde in art. 10 lid 7 van de door Bo-mij in prima overgelegde algemene voorwaarden (laatste productie bij de conclusie van repliek), in welk artikellid is aangegeven dat de verhuurder Bo-mij Beheer BV heeft gemachtigd om (o.m.) namens verhuurder incassomaatregelen te treffen, kan evenmin leiden tot een van het voorgaande afwijkend oordeel, reeds omdat daaruit blijkt dat Bo-mij (slechts) zou optreden als incassogemachtigde en niet als schuldeiseres, welk standpunt Bo-mij ten processe niet heeft ingenomen, terwijl - wat verder van die bepaling ook zij - Bo-mij voorts op deze bepaling geen beroep heeft gedaan ter onderbouwing van haar vordering.

9. Nu, gelet op het boven-overwogene, het in grief 1 door Eemshout neergelegde (nieuwe) verweer ook niet anderszins als ongegrond of onrechtmatig dient te worden beschouwd, zal het worden gehonoreerd, hetgeen aan toewijzing aan Bo-mij van het gevorderde in de weg staat.

10. Op de gronden als boven vermeld kan het beroepen vonnis mitsdien niet in stand blijven en zal het worden vernietigd, en zal Bo-mij in haar vordering niet-ontvankelijk worden verklaard onder veroordeling in de kosten van beide instanties (m.b.t. de te liquideren kosten: in prima twee punten in tarief 1, en in hoger beroep 1 punt in tarief 1) .

11. Het slagen van grief 1 maakt de bespreking van de overige grieven overbodig.

De beslissing

Het gerechtshof:

Vernietigt het vonnis d.d. 17 november 2004, waarvan beroep;

En opnieuw rechtdoende:

Verklaart Bo-mij niet-ontvankelijk in haar tegen Eemshout gerichte vordering;

Veroordeelt Bo-mij in de kosten van beide instanties, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Eemshout als volgt begroot:

In prima nihil aan verschotten en Euro 696,-- voor salaris;

In appel Euro 315,93 aan verschotten en Euro 632,-- voor salaris.

Aldus gewezen door mrs Knijp, voorzitter, Bax-Stegenga en De Bock, raden, en uitgesproken door mr Melssen, raadsheer, lid van een enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van de heer Bilstra als griffier ter openbare terechtzitting van dit hof van woensdag 15 juni 2005.