Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2005:AT3896

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
13-04-2005
Datum publicatie
14-04-2005
Zaaknummer
Rolnummer 0300494
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

12.3. Het hof is van oordeel dat in de gegeven omstandigheden, waarin, zoals [geïntimeerde] terecht naar voren heeft gebracht, sprake is van een aanzienlijk financieel belang, terwijl de subsidieaanvraag maar enkele dagen te laat door SNN is ontvangen, de kosten van het instellen van bezwaar in beginsel als redelijke kosten ter voorkoming van schade kunnen worden aangemerkt. AMK heeft verder niet onderbouwd haar stelling dat het bezwaar zonder meer kansloos was, zodat het hof daaraan voorbij zal gaan.

12.4. Het hof acht AMK dan ook in beginsel aansprakelijk voor deze kosten. Wat betreft de hoogte van de door [geïntimeerde] terzake gevorderde kosten overweegt het hof dat [geïntimeerde] door de nadere specificatie van deze kosten in de memorie van antwoord, sub 24 t/m 28, één en ander onderbouwd met de door haar bij deze memorie overgelegde productie 12, genoegzaam aan het door AMK in de memorie van grieven, sub 35 gestelde tegemoet is gekomen. Het hof gaat er derhalve vanuit dat [geïntimeerde] een bedrag van Euro 4.546,89 heeft besteed aan juridische bijstand in verband met de bezwaarprocedure.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest d.d. 13 april 2005

Rolnummer 0300494

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de vierde kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

AMK Adviesburo B.V.,

gevestigd te Beilen,

appellante,

in eerste aanleg: gedaagde in conventie en eiseres in reconventie,

hierna te noemen: AMK,

procureur: mr J.V. van Ophem,

tegen

[geïntimeerde] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiseres in conventie en verweerster in reconventie,

hierna te noemen: [geïntimeerde],

procureur: mr N.N. Boonstra.

Het geding in eerste instantie

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in de vonnissen uitgesproken op 29 januari 2003 en 16 juli 2003 door de rechtbank Assen.

Het geding in hoger beroep

Bij exploot van 14 oktober 2003 is door AMK hoger beroep ingesteld van de genoemde vonnissen met dagvaarding van [geïntimeerde] tegen de zitting van 29 oktober 2003.

Het petitum van de dagvaarding luidt:

"voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad - gedeeltelijk - te vernietigen de vonnissen van de Rechtbank te Assen d.d. 29 januari 2003 en 16 juli 2003 tussen partijen gewezen en opnieuw recht doende, zo nodig onder aanvulling en verbetering van gronden:

In conventie:

Geïntimeerde alsnog in haar conventionele vordering niet ontvankelijk te verklaren althans haar deze volledig te ontzeggen en geïntimeerde te veroordelen om al hetgeen rekwirante ter uitvoering van het bestreden vonnis d.d. 16 juli 2003 aan geïntimeerde heeft voldaan aan rekwirante terug te betalen vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van betaling tot de dag der terugbetaling.

In reconventie:

Geïntimeerde alsnog te veroordelen om de door rekwirante gevorderde buitengerechtelijke incassokosten te voldoen alsmede het door geïntimeerde gelegde conservatoire derdenbeslag op de bankrekening van rekwirante op te heffen.

In conventie en reconventie:

Geïntimeerde te veroordelen in de kosten van beide instanties."

De conclusie van de memorie van grieven luidt:

"het vonnis van de rechtbank Assen d.d. 16 juli 2003 gewezen onder zaaknummer 39719, uitgesproken tussen AMK als gedaagde in conventie en [geïntimeerde] als eisende partij in conventie te vernietigen en, opnieuw rechtdoende bij arrest voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

[geïntimeerde] in haar vorderingen in conventie niet ontvankelijk te verklaren althans aan haar haar vorderingen te ontzeggen, en [geïntimeerde] te veroordelen in de kosten van beide instanties."

Bij memorie van antwoord is door [geïntimeerde] verweer gevoerd met als conclusie:

"tot bekrachtiging van het vonnis waarvan beroep en met veroordeling, voorzover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, van appellante tot betaling van de kosten van deze procedure."

Vervolgens hebben partijen ieder een akte genomen.

Tenslotte hebben partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.

De grieven

AMK heeft vier grieven opgeworpen.

De beoordeling

Omvang van het appel

1. Blijkens de grieven en de conclusie van de memorie van grieven beperkt het appel zich tot het eindvonnis voorzover dat in conventie is gewezen.

2. AMK heeft geen grieven gericht tegen het tussenvonnis d.d. 29 januari 2003. Het hof zal haar daarom in haar hoger beroep tegen dit tussenvonnis niet ontvankelijk verklaren.

De feiten

3. Nu de vaststelling van de feiten door de rechtbank in de rechtsoverwegingen 1.1 t/m 1.4 van het vonnis d.d. 16 juli 2003 noch door grieven noch anderszins is bestreden, zal het hof van die feiten hebben uit te gaan.

4. Het gaat in deze zaak - kort gezegd en voorzover in hoger beroep nog van belang - om het volgende.

4.1. Partijen hebben een overeenkomst gesloten, op grond waarvan AMK voor [geïntimeerde] begeleidingswerkzaamheden zou uitvoeren teneinde te komen tot certificering van het bedrijf van [geïntimeerde] (hierna aan te duiden als "de begeleidingsovereenkomst"). De door AMK hiervoor opgestelde offerte d.d. 31 januari 1997 is op 5 maart 1997 door [geïntimeerde] voor akkoord ondertekend.

4.2. De kosten van het certificeringproject kwamen in beginsel in aanmerking voor subsidie in het kader van de regeling "Bedrijfsgerichte Stimulering Noord-Nederland 1996".

4.3. Ter uitvoering van de begeleidingsovereenkomst heeft AMK voor [geïntimeerde] onder meer een subsidieaanvraagformulier (voor een bijdrage in de kosten van het certificeringproject) ingevuld. Het voor haar, als externe adviseur van [geïntimeerde], bestemde gedeelte van de aanvraag heeft AMK op 17 februari 1997 ondertekend. Vervolgens heeft AMK de aanvraag ter ondertekening doorgestuurd naar [geïntimeerde].

4.4. [geïntimeerde] heeft het subsidieformulier ondertekend op 19 februari 1997 en daarna doorgestuurd naar de subsidieverlenende instantie, Samenwerkingsverband Noord-Nederland (hierna: SNN). SNN heeft het formulier op 28 februari 1997 ontvangen.

4.5. Bij besluit van 9 april 1997 heeft SNN de subsidiabele kosten begroot op maximaal f 56.500,-- en daarbij, uitgaande van een subsidiepercentage van 50, een maximale subsidie van f 28.250,-- verleend. SNN heeft hierbij bepaald dat uitbetaling van de subsidie zal plaatsvinden op declaratiebasis. Aan de toekenning van de subsidie zijn een aantal voorwaarden verbonden, waaronder de volgende:

"Ter zake van de betaling van subsidiabele kosten mogen er, ingevolge artikel 9, sub c van de regeling, geen verplichtingen zijn aangegaan vóór de inzending van uw aanvraag, i.c. 27 februari 1997."

4.6. Bij factuur d.d. 25 februari 1997 heeft AMK terzake van haar werkzaamheden een eerste termijn ad f 17.625,-- (incl. BTW) aan [geïntimeerde] in rekening gebracht.

4.7. Na inzending van de facturen van AMK door [geïntimeerde] aan SNN, heeft SNN bij besluit van 27 augustus 1998 de subsidie ingetrokken, omdat - zakelijk weergegeven - niet voldaan was aan de in r.o. 4.5 aangehaalde voorwaarde, nu de eerste termijn van het adviestraject als factuurdatum heeft 25 februari 1997, terwijl de poststempel van de subsidieaanvraag was gedateerd op 27 februari 1997.

4.8. [geïntimeerde] heeft bezwaar, beroep en hoger beroep ingesteld tegen dit besluit, maar is terzake in alle instanties in het ongelijk gesteld.

Grondslag vordering in conventie

5. [geïntimeerde] stelt dat AMK met name onzorgvuldig heeft gehandeld door haar factuur d.d. 25 februari 1997 op een zodanig vroeg moment te versturen dat SNN hieruit af heeft kunnen leiden dat [geïntimeerde] reeds voor de subsidieaanvraag - in strijd met de subsidievoorwaarden - verplichtingen met derden was aangegaan. Zij vordert daarom van AMK vergoeding van de schade die zij hierdoor heeft geleden, bestaande uit de ingetrokken subsidie en de kosten van de bezwaarprocedure tegen het intrekkingsbesluit van SNN, één en ander vermeerderd met de buitengerechtelijke incassokosten. [geïntimeerde] stelt dat AMK met name onzorgvuldig heeft gehandeld bij de subsidiebegeleiding door bij het toezenden van het door haar ingevulde subsidieaanvraagformulier aan [geïntimeerde] niet aan te geven dat dit formulier tijdig verzonden diende te worden, terwijl zij ook niet heeft gecontroleerd of [geïntimeerde] het aanvraagformulier had verzonden naar SNN, voordat zij, AMK, haar eerste factuur aan [geïntimeerde] verzond.

De grieven

6. AMK richt zich met grief I tegen het oordeel van de rechtbank dat AMK onzorgvuldig heeft gehandeld "door de wijze van invullen van de aanvraag en door het verzenden van de factuur, voordat zij zeker wist dat de aanvraag was verstuurd, en door de verwoording van de factuur" (zie vonnis, r.o. 4.3).

7. Het hof overweegt als volgt.

7.1. Naar [geïntimeerde] onweersproken heeft gesteld is AMK een organisatie die gespecialiseerd is in het aanvragen van subsidies als de onderhavige. [geïntimeerde] daarentegen is op dat gebied een leek, hetgeen de reden is dat zij AMK opdracht heeft gegeven haar ook te begeleiden bij de subsidieaanvraag. In het kader van de begeleidingsovereenkomst had AMK er derhalve zorg voor moeten dragen dat er geen verplichtingen waren aangegaan, voordat de subsidieaanvraag was ingediend door [geïntimeerde] (zie pleitnotitie d.d. 18 april 2003, sub 11).

7.2. AMK heeft zich in essentie verweerd met de stelling dat zij [geïntimeerde] had gezegd dat zij het formulier tijdig diende te verzenden aan SNN, alsmede dat zij [geïntimeerde] erop heeft gewezen dat zij geen verplichtingen mocht aangaan vóór inzending van het formulier. In dit verband stelt AMK een boekje met de voorwaarden aan [geïntimeerde] ter hand te hebben gesteld, zodat [geïntimeerde] zelf bekend kon zijn met de subsidievoorwaarden. Voorts voert AMK aan dat het aan eigen nalaten van [geïntimeerde] is te wijten dat zij het formulier te laat heeft ingediend.

7.3. Het hof stelt voorop dat van AMK, die als deskundige door [geïntimeerde] is betrokken bij de subsidieaanvraag, verwacht mocht worden dat zij als een redelijk handelend adviseur zou optreden. Het hof is van oordeel dat zij hiertoe [geïntimeerde] niet alleen nauwgezette instructies had behoren te geven ter wille van het invullen, dateren en (tijdstip van) verzenden van het aanvraagformulier, maar zich tevens had dienen te vergewissen van het feit dat het aanvraagformulier bij SNN was aangekomen, althans door [geïntimeerde] was verstuurd, voordat zij haar eerste factuur aan [geïntimeerde] verzond.

7.4. Het enkele feit dat [geïntimeerde] zelf bekend was, althans had kunnen zijn, met de betreffende subsidieregeling maakt het voorgaande niet anders. Voorts is het hof van oordeel dat in onvoldoende mate is komen vast te staan dat AMK, voordat zij tot facturering overging, telefonisch contact heeft gehad met [geïntimeerde] om te controleren of het formulier was verzonden. AMK stelt dit, maar [geïntimeerde] heeft zulks ontkend; uit de stukken is geen bewijs af te leiden voor deze stelling van AMK, terwijl een gespecificeerd bewijsaanbod ontbreekt. Ook aan deze stelling gaat het hof derhalve voorbij.

7.5. Tenslotte overweegt het hof dat, in het licht van het voorgaande, verder niet van doorslaggevend belang is of [geïntimeerde] het aanvraagformulier zelf enige tijd heeft laten liggen.

7.6. Het bovenstaande leidt het hof tot het oordeel dat, nu AMK hetgeen hiervoor is weergegeven, heeft nagelaten, er sprake is van een toerekenbare tekortkoming in de uitvoering van de overeenkomst.

7.7. Grief I treft dan ook geen doel.

8. Volgens grief II heeft de rechtbank ten onrechte de door [geïntimeerde] geleden schade ten gevolge van het mislopen van de subsidie bepaald op Euro 12.819.--. Volgens de berekening van AMK bedraagt deze schade Euro 9.329,04. AMK heeft haar stellingen op dit punt bij akte d.d. 25 augustus 2004 nader onderbouwd, onder meer door een rekeningafschrift in het geding te brengen, waaruit blijkt dat zij het aan [geïntimeerde] gecrediteerde bedrag ad f 13.512,50 (Euro 6.131,71) daadwerkelijk aan [geïntimeerde] heeft terugbetaald.

9. Omdat [geïntimeerde] de stellingen van AMK bij antwoordakte niet meer heeft weersproken, gaat het hof van de juistheid ervan uit. Het hof zal derhalve de schade die [geïntimeerde] heeft geleden door het mislopen van subsidie vaststellen op Euro 9.329,04. Grief II treft dan ook doel.

10. De gegrondbevinding van grief II heeft overigens naar het oordeel van het hof -anders dan AMK in de memorie van grieven, sub 33 stelt - geen invloed op de hoogte van de door AMK aan [geïntimeerde] verschuldigde buitengerechtelijke incassokosten. De door [geïntimeerde] terzake gevorderde kosten ad Euro 780,-- zijn immers overeenkomstig het rapport voor-werk II gerelateerd aan het liquidatietarief (tarief II, eerste aanleg, 2 punten). Ook nu het hof oordeelt dat AMK aan [geïntimeerde] het bedrag van Euro 9.329,04 in verband met het mislopen van subsidie dient te vergoeden, dient uitgegaan te worden van tarief II van het liquidatietarief (van toepassing op zaken van een geldswaarde van Euro 9.983,-- tot Euro 19.512,--), omdat bij de incasso ook de hierna nog te behandelen kosten in verband met het door [geïntimeerde] ingestelde bezwaar tegen het intrekkingbesluit van SNN betrokken dienen te worden (zie hierna r.o. 11 e.v.).

11. Grief III komt op tegen de veroordeling van AMK door de rechtbank tot betaling van de kosten ad Euro 4.546,89 die [geïntimeerde] stelt te hebben gemaakt in het kader van de door haar gevoerde bezwaarprocedure tegen het intrekkingsbesluit van SNN.

12. Het hof overweegt ten aanzien van deze grief als volgt.

12.1. Uit hetgeen het hof hiervoor ten aanzien van grief I heeft overwogen volgt dat AMK aansprakelijk is voor de schade die [geïntimeerde] heeft geleden ten gevolge van de tekortkomingen van AMK. Het hof heeft derhalve te oordelen of de kosten die [geïntimeerde] heeft gemaakt om het intrekkingbesluit van SNN aan te vechten, gekwalificeerd worden als zodanige schade.

12.2. Het hof stelt voorop dat op grond van art. 6:96 lid 2 sub a BW redelijke kosten ter voorkoming of beperking van schade die als gevolg van de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid berust, mocht worden verwacht, als voor vergoeding in aanmerking komende vermogensschade worden beschouwd.

12.3. Het hof is van oordeel dat in de gegeven omstandigheden, waarin, zoals [geïntimeerde] terecht naar voren heeft gebracht, sprake is van een aanzienlijk financieel belang, terwijl de subsidieaanvraag maar enkele dagen te laat door SNN is ontvangen, de kosten van het instellen van bezwaar in beginsel als redelijke kosten ter voorkoming van schade kunnen worden aangemerkt. AMK heeft verder niet onderbouwd haar stelling dat het bezwaar zonder meer kansloos was, zodat het hof daaraan voorbij zal gaan.

12.4. Het hof acht AMK dan ook in beginsel aansprakelijk voor deze kosten. Wat betreft de hoogte van de door [geïntimeerde] terzake gevorderde kosten overweegt het hof dat [geïntimeerde] door de nadere specificatie van deze kosten in de memorie van antwoord, sub 24 t/m 28, één en ander onderbouwd met de door haar bij deze memorie overgelegde productie 12, genoegzaam aan het door AMK in de memorie van grieven, sub 35 gestelde tegemoet is gekomen. Het hof gaat er derhalve vanuit dat [geïntimeerde] een bedrag van Euro 4.546,89 heeft besteed aan juridische bijstand in verband met de bezwaarprocedure.

12.5. In aanmerking genomen de omvang van het misgelopen subsidiebedrag ad Euro 9.329,04, begroot het hof de met het instellen van het bezwaar gemoeide kosten in redelijkheid op Euro 3.000,--.

12.6. Grief III treft ten dele doel.

13. Grief IV richt zich tegen het dictum van het vonnis, voorzover dit in conventie is uitgesproken. Deze grief heeft naast de grieven I t/m III geen zelfstandige betekenis. Het hof zal deze grief daarom verder buiten behandeling laten.

Hoogte toe te wijzen schadevergoeding

14. Het bovenstaande overziend specificeert het hof de aan [geïntimeerde] toe te wijzen schadevergoeding als volgt:

* misgelopen subsidie Euro 9.329,04

* redelijke kosten bezwaarprocedure Euro 3.000,00

* buitengerechtelijke incassokosten Euro 780,00 +

Euro 13.109,04

De slotsom

15. De grieven II en III treffen (ten dele) doel. Het hof zal daarom het vonnis in conventie vernietigen, voor zover het de veroordeling van AMK tot betaling van het bedrag van Euro 18.146,18 betreft. In zoverre opnieuw rechtdoende zal het hof AMK veroordelen om aan [geïntimeerde] te voldoen het bedrag van Euro 13.109,04, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 februari 1999 tot aan de dag der voldoening. Voor het overige kan het vonnis in stand blijven.

16. AMK zal, als de grotendeels in het ongelijk te stellen partij, in de kosten van de procedure in hoger beroep worden veroordeeld (tarief II, 1,5 punt).

17. Hetgeen partijen verder nog te berde hebben gebracht kan als in het voorgaande reeds vervat, danwel als niet terzake dienende, buiten beschouwing worden gelaten.

De beslissing

Het gerechtshof:

verklaart AMK niet ontvankelijk in het hoger beroep tegen het tussenvonnis d.d. 29 januari 2003;

vernietigt het eindvonnis d.d. 16 juli 2003, voorzover in conventie gewezen, voorzover het betreft de veroordeling van AMK om aan [geïntimeerde] te voldoen het bedrag van Euro 18.146,18 en de wettelijke rente daarover,

en in zoverre opnieuw rechtdoende:

veroordeelt AMK om aan [geïntimeerde] te voldoen het bedrag van Euro 13.109,04, (dertienduizend honderd negen euro en vier eurocent) vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 24 februari 1999 tot aan de dag der algehele voldoening;

bekrachtigt het eindvonnis d.d. 16 juli 2003, voorzover in conventie gewezen, voor het overige;

veroordeelt AMK in de kosten van het geding in hoger beroep en begroot die tot aan deze uitspraak aan de zijde van [geïntimeerde] in hoger beroep op Euro 470,-- aan verschotten en Euro 1.341,-- voor salaris voor de procureur;

wijst af het meer of anders gevorderde;

verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mrs Bax-Stegenga, voorzitter, Meijeringh en De Bock, raden, en uitgesproken door mr Streppel, vice-president, lid van een enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van de heer Bilstra als griffier ter openbare terechtzitting van dit hof van woensdag 13 april 2005.