Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2005:AT2484

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
23-03-2005
Datum publicatie
29-03-2005
Zaaknummer
Rolnummer 0400256
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Mega heeft, ter onderbouwing van haar stelling dat er wel degelijk sprake is geweest van een zodanig dringende reden dat onverwijlde opzegging van de met [geïntimeerde] gesloten arbeidsovereenkomst gerechtvaardigd was, in hoger beroep een uitgebreid exposé gegeven over het (niet) functioneren van [geïntimeerde]. [geïntimeerde] heeft een en ander gemotiveerd betwist. Het hof stelt vast dat Mega ter onderbouwing van haar stellingen enkel een schriftelijke verklaring d.d. 19 januari '04 van [persoon] heeft overgelegd. Nu de stellingen van Mega voorshands ook in dit hoger beroep geenszins aannemelijk zijn gemaakt en de uitgebreide bewijsvoering, die nodig zou zijn om terzake meer helderheid te verschaffen, het kader van een kort geding procedure te buiten gaat, moet reeds op die grond worden geconcludeerd dat voorshands niet voldoende aannemelijk is geworden dat sprake is geweest van een zodanig dringende reden dat onverwijlde opzegging van de met [geïntimeerde] gesloten arbeidsovereenkomst gerechtvaardigd was.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest d.d. 23 maart 2005

Rolnummer 0400256

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

Mega B.V.,

gevestigd te Sneek,

appellante,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna te noemen: Mega,

procureur: mr J.V. van Ophem,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna te noemen: [geïntimeerde],

procureur: mr P. Stehouwer.

Het geding in eerste instantie

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het kort geding vonnis uitgesproken op 4 mei 2004 door de rechtbank Leeuwarden, sector kanton, locatie Sneek, hierna aan te duiden als de kantonrechter.

Het geding in hoger beroep

Bij exploot van 19 mei 2004 is door Mega hoger beroep ingesteld van genoemd vonnis met dagvaarding van [geïntimeerde] tegen de zitting van 9 juni 2004.

De conclusie van de memorie van grieven luidt:

"te vernietigen het vonnis van de Kantonrechter te Sneek d.d. 4 mei 2004 tussen appellante als gedaagde en geïntimeerde als eiseres onder rolnummer 147289 CV EXPL 04-544 gewezen, en, opnieuw rechtdoende bij arrest, voor zoveel mogelijk uitvoerbaat bij voorraad:

1. geintimeerde te veroordelen tot terugbetaling aan appellante van hetgeen appellante ter uitvoering van het vonnis van de Kantonrechter te Sneek d.d. 4 mei 2004 tussen appellante als gedaagde en geïntimeerde als eiseres onder rolnummer 147289 CV EXPL 04-544 gewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan die der algehele voldoening;

2. geïntimeerde te veroordelen in de proceskosten, zowel in eerste aanleg als in appèl."

Bij memorie van antwoord is door [geïntimeerde] verweer gevoerd met als conclusie:

"het vonnis van 4 mei 2004 van de Rechtbank te Leeuwarden, Sector Kanton, locatie Sneek al dan niet met verbetering en/of aanvulling van gronden te bekrachtigen, dit met veroordeling van Mega in de kosten van het hoger beroep."

Tenslotte hebben partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.

De grieven

Mega heeft drie grieven opgeworpen.

De beoordeling

1. Tegen de weergave van de vaststaande feiten onder rechtsoverweging 4 van het beroepen vonnis is geen grief ontwikkeld, zodat ook het hof van die feiten uit zal gaan.

2. Voorts staat, als gesteld en erkend dan wel niet (voldoende) gemotiveerd weersproken, alsmede op grond van de niet bestreden inhoud der overgelegde producties voorshands het volgende genoegzaam vast:

3. In de weigering van het CWI om tot afgifte van de door Mega gevraagde ontslagvergunning over te gaan is onder meer het volgende overwogen:

"De ontslagaanvraag is voorgelegd aan de Ontslagadviescommissie. Deze heeft mij unaniem geadviseerd te beslissen conform de onderhavige overwegingen.

Uit de aanvraag heeft mij kunnen blijken, dat werkgever de grondslag onvoldoende heeft onderbouwd; ook in de door mij gevraagde toelichting komt werkgever niet verder dan het plaatsen van enige algemene opmerkingen. Concrete feiten worden niet door werkgever omschreven. Ik kom derhalve tot de conclusie, dat onvoldoende duidelijk is wat wanneer is voorgevallen en wat werkgever er aan heeft gedaan om een escalatie af te wenden. Tussen partijen staat de correspondentie niet vast waaruit zou moeten blijken wat zich eind december 2003 op scholengemeenschap Bogerman te Sneek heeft afgespeeld. Werkgever hanteert een schrijven van een collega werkneemster ter onderbouwing van zijn stellingname. Nog los van het feit dat deze brief kennelijk eerst drie weken na het bedoelde voorval is geschreven, staat deze collega in een afhankelijke positie van werkgever zodat ik aan dit schrijven geen waarde toeken. Het is aan werkgever de onderhavige ontslagaanvraag uit eigen waarneming te onderbouwen. Ook hier faalt werkgever de aanvraag te concretiseren en heeft hij zijn stellingname onvoldoende aannemelijk gemaakt.

Dat ten aanzien van de door werkgever gestelde voorvallen (functionerings)gesprekken zijn gevoerd heeft mij niet kunnen blijken; verslaglegging hieromtrent heeft werkgever niet ingebracht. Onder deze omstandigheden kan ik de aanvraag van werkgever niet inwilligen."

Met betrekking tot grief 1:

4. Het hoger beroep dient er ook voor om fouten en omissies uit de eerste aanleg te herstellen. Nu Mega in dit hoger beroep alsnog alle gelegenheid heeft gehad het verweer te voeren wat haar in eerste aanleg beweerdelijk onmogelijk is gemaakt, heeft Mega geen in rechte te respecteren belang bij de grief, zodat daaraan verder zal worden voorbij gegaan.

Met betrekking tot de overige grieven:

5. De grieven hebben de kennelijke strekking de bestreden voorzieningen en hetgeen daaraan door de kantonrechter aan rechtsoverwegingen ten grondslag is gelegd in volle omvang aan het oordeel van het hof te onderwerpen. Het hof zal de grieven daarom gezamenlijk behandelen.

6. Mega heeft, ter onderbouwing van haar stelling dat er wel degelijk sprake is geweest van een zodanig dringende reden dat onverwijlde opzegging van de met [geïntimeerde] gesloten arbeidsovereenkomst gerechtvaardigd was, in hoger beroep een uitgebreid exposé gegeven over het (niet) functioneren van [geïntimeerde], over het beweerdelijk door [geïntimeerde] doen van oneerbare voorstellen aan Mega ( het "zwart" blijven werken, teneinde de Ziektewetuitkering te kunnen behouden) en het "zwart maken" van Mega door [geïntimeerde] tegen derden.

[geïntimeerde] heeft een en ander gemotiveerd betwist.

7. Het hof stelt vast dat Mega ter onderbouwing van haar stellingen enkel een schriftelijke verklaring d.d. 19 januari '04 van [persoon die verklaring heeft afgelegd] heeft overgelegd. Klaarblijkelijk gaat het hierbij om dezelfde brief als die waarmede het CWI in de hiervoor bedoelde weigering korte metten maakt. Ook het hof is van oordeel dat aan deze brief geen doorslaggevende betekenis kan worden toegekend, alleen al vanwege het feit dat genoemde [persoon die verklaring heeft afgelegd] - blijkens de inhoud van bedoelde brief - ook bij Mega in dienst is en derhalve in een afhankelijkheidsrelatie tot Mega staat.

8. Nu de stellingen van Mega voorshands ook in dit hoger beroep geenszins aannemelijk zijn gemaakt en de uitgebreide bewijsvoering, die nodig zou zijn om terzake meer helderheid te verschaffen, het kader van een kort geding procedure te buiten gaat, moet reeds op die grond worden geconcludeerd dat voorshands niet voldoende aannemelijk is geworden dat sprake is geweest van een zodanig dringende reden dat onverwijlde opzegging van de met [geïntimeerde] gesloten arbeidsovereenkomst gerechtvaardigd was. De grieven treffen derhalve geen doel.

De slotsom.

9. Het vonnis waarvan beroep dient te worden bekrachtigd met veroordeling van Mega als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van het geding in hoger beroep (salaris procureur: 1 punt tarief II).

De beslissing

Het gerechtshof:

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;

veroordeelt Mega in de kosten van het geding in hoger beroep en begroot die aan de zijde van [geïntimeerde] tot aan deze uitspraak op Euro 241,-- aan verschotten en Euro 894,-- aan salaris voor de procureur.

Aldus gewezen door mrs Mollema, voorzitter, Zuidema en Meijeringh, raden, en uitgesproken door mr Mollema, vice-president, lid van een enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van de heer Bilstra als griffier ter openbare terechtzitting van dit hof van woensdag 23 maart 2005.