Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2005:AS8922

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
27-01-2005
Datum publicatie
08-03-2005
Zaaknummer
WAHV 04/01099
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Betrokkene, die is bekeurd ter zake van niet stoppen voor rood licht bij driekleurig verkeerslicht, is politieman. De betrokkene heeft in zijn eigen zaak een ambtsedig proces-verbaal opgemaakt om zijn onschuld aan te tonen. Het hof is van oordeel, dat de betrokkene ten onrechte zijn verweer in de vorm van een proces-verbaal heeft gepresenteerd, nu hij niet in zijn hoedanigheid van opsporingsambtenaar optrad. Aan zijn verklaring komt dan ook niet meer bewijskracht toe dan aan die van een andere, willekeurige betrokkene.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

WAHV 04/01099

27 januari 2005

CJIB 59063380542

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank te Amsterdam

van 24 juni 2004

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam gegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De officier van justitie heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De betrokkene heeft een verweerschrift ingediend.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van Euro 86,- opgelegd ter zake van "niet stoppen voor rood licht bij driekleurig verkeerslicht", welke gedraging zou zijn verricht op 7 mei 2003 om 23.08 uur op de Prins Hendrikkade in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken].

3.2. De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, omdat - zakelijk weergegeven - de betrokkene in een voldoende beargumenteerd betoog ter zitting aannemelijk heeft gemaakt dat de gedraging niet met zijn voertuig is of kan zijn verricht.

3.3. De officier van justitie is van mening dat tegenover het door de verbalisant Van Muijden uitgeschreven brondocument slechts de enkele ontkenning, mede ondertekend door betrokkenes echtgenote, staat. Juist mede omdat de betrokkene oneigenlijk gebruik heeft gemaakt van zijn positie als politieman door in zijn eigen zaak een ambtsedig proces-verbaal op te maken om zijn onschuld aan te tonen, dient de zaak in hoger beroep te worden beoordeeld.

3.4. In de regel mag de rechter het ervoor houden dat het motorrijtuig (met het kenteken zoals dat blijkens de stukken door de politie is waargenomen) waarmee de gedraging is verricht hetzelfde motorrijtuig is als dat waarvan het kenteken staat geregistreerd in het kentekenregister. Bijzondere omstandigheden kunnen meebrengen dat een nader onderzoek moet worden ingesteld ter beantwoording van de vraag of bedoelde waarneming juist is en zo ja of het motorrijtuig waarmee de gedraging is verricht het juiste kenteken voerde. Dit zal bijvoorbeeld het geval zijn indien door de betrokkene concrete feiten en omstandigheden worden aangevoerd waaruit kan volgen dat het motorrijtuig waarmee de gedraging is verricht een ander is dan dat waarvan het kenteken ten name van de betrokkene staat geregistreerd in het kentekenregister.

3.5. De betrokkene ontkent dat zijn motorvoertuig op de in de beschikking opgenomen dag en tijdstip op de plaats van de gedraging is geweest en gaat ervan uit, dat de verbalisant zich moet hebben vergist in het kenteken. De auto wordt alleen door de betrokkene en zijn echtgenote gebruikt. Op de avond van 7 mei 2003 heeft betrokkenes echtgenote de auto gebruikt en rond 22.00 uur voor de woning van de betrokkene in Rijnsburg geparkeerd. Die dag is de auto niet meer gebruikt. Voordat hij slapen ging heeft de betrokkene volgens gewoonte gekeken of de auto nog geparkeerd stond, hetgeen het geval was. De betrokkene heeft zijn waarneming in een ambtsedig proces-verbaal d.d. 13 januari 2004 gerelateerd. Voorts heeft de betrokkene een door zijn echtgenote ondertekende verklaring overgelegd, inhoudende dat zij op 7 mei 2003 om ongeveer 22.00 uur de personenauto met het kenteken [kenteken] parkeerde voor haar woning in Rijnsburg en dat zij gezien heeft dat die personenauto daar om ongeveer 23.15 uur nog stond geparkeerd.

3.6. Het hof merkt op, dat de betrokkene ten onrechte zijn verweer in de vorm van een proces-verbaal heeft gepresenteerd, nu hij niet in zijn hoedanigheid van opsporingsambtenaar optrad. Aan zijn verklaring komt dan ook niet meer bewijskracht toe dan aan die van een andere, willekeurige betrokkene.

3.7. Het hof acht zich thans onvoldoende voorgelicht. Voor de beoordeling van de gegrondheid van het hoger beroep, is nadere informatie nodig omtrent de volgende vragen:

- is de gedraging geconstateerd tijdens een gerichte controle op roodlichtovertredingen ter plaatse of is er sprake van een toevallige constatering;

- op welke wijze en onder welke omstandigheden heeft de verbalisant zijn waarneming gedaan en waarom is niet tot staandehouding overgegaan;

- is voorafgaand aan het opmaken van de aankondiging van beschikking d.d. 8 mei 2003 het kentekenregister geraadpleegd.

Het hof zal de advocaat-generaal opdragen binnen vier weken schriftelijk inlichtingen hieromtrent te geven.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

draagt de advocaat-generaal op schriftelijk inlichtingen te verschaffen als bovenvermeld;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. Dijkstra, Poelman en Weenink, in tegenwoordigheid van mr. Hiemstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.