Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2005:AS8920

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
27-01-2005
Datum publicatie
08-03-2005
Zaaknummer
WAHV 04-00960
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Politieambtenaar is bevoegd zijn taak in het gehele land uit te oefenen. Het bepaalde in art. 7, tweede lid, Politiewet, inhoudende dat een politieambtenaar, hoewel bevoegd in het hele land, zich onthoudt van optreden buiten zijn gebied van aanstelling, behelst een instructienorm die de aan de politieambtenaar toegekende bevoegdheid zijn taak in het hele land uit te oefenen niet beperkt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
VR 2005, 111

Uitspraak

WAHV 04/00960

27 januari 2005

CJIB 29064894752

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank te Alkmaar

van 28 juni 2004

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Alkmaar ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van Euro 86,- opgelegd ter zake van "niet stoppen voor rood licht bij driekleurig verkeerslicht", welke gedraging zou zijn verricht op 20 juli 2003 om 06.01 uur op de Provinciale weg N242 te Alkmaar met het voertuig met het kenteken [kenteken].

3.2. De betrokkene bestrijdt dat de gedraging (door hem) is verricht. Hij stelt dat de verbalisant zou hebben gezien dat het betreffende verkeerslicht - op de kruising met de niet bestaande Nieuwe Scherkerweg, de Nieuwe Schermerweg bestaat wel - reeds 20 seconden rood licht uitstraalde toen hij dit met onverminderde snelheid negeerde. Uitgaande van de maximumsnelheid van 80 km/h betekent dit dat de betrokkene op het moment dat het verkeerslicht rood licht ging uitstralen, met zijn voertuig 444,44 meter van de kruising was verwijderd. De verbalisant moet de betrokkene op dat moment, 444,44 meter voor de kruising, hebben zien rijden. Het is volgens de betrokkene onmogelijk dat de verbalisant vanaf die afstand het aantal seconden telt en uitkomt op 20 seconden.

De betrokkene voert voorts aan dat in het onderhavige geval en gelet op het tijdstip van de vermeende overtreding, staandehouding had moeten plaatsvinden aangezien hiertoe een reële mogelijkheid bestond en dat op grond van artikel 7 lid 2 Politiewet de verbalisant niet bevoegd was de sanctie op te leggen.

3.3. Het meest verstrekkende verweer van de betrokkene, dat de verbalisant niet bevoegd was de sanctie op te leggen, zal het eerst worden besproken. Het hof overweegt dat op grond van artikel 7, lid 1, Politiewet een politieambtenaar bevoegd is zijn taak uit te oefenen in het gehele land. Het bepaalde in art. 7, tweede lid, Politiewet, inhoudende dat een politieambtenaar, hoewel bevoegd in het hele land, zich onthoudt van optreden buiten zijn gebied van aanstelling, tenzij ingevolge regels, gesteld bij of krachtens de wet, dan wel in opdracht of met toestemming van het bevoegde gezag over de politie, behelst een instructienorm die de aan de politieambtenaar toegekende bevoegdheid zijn taak in het hele land uit te oefenen niet beperkt (vgl. AG Leijten bij HR 26 juni 1984, NJ 1985/154 t.a.v. het overeenkomende art. 32 Politiewet (oud) en HR 26 april 1994 DD 94.317, t.a.v. hetzelfde, tot art. 33 hernummerde artikel). De verbalisant, ambtenaar van de politie Amsterdam, wijkteam Surinameplein, was derhalve bevoegd ten aanzien van de onderhavige gedraging die in Alkmaar zou zijn verricht een sanctie op te leggen. Het verweer van de betrokkene faalt.

3.4. Omtrent de gang van zaken, zoals de verbalisant die heeft waargenomen, blijkt uit het dossier het volgende. Zijn in het zaakoverzicht opgenomen ambtsedige verklaring houdt in, voor zover hier van belang:

Feitgegevens.

Pleegdatum: 200703 Pleegtijdstip: 0601

Pleeglokatie: Provinciale weg N242

Pleegplaats: Alkmaar Gemeente: Alkmaar

Kenteken voertuig: [kenteken]

Gedragingsgegevens: Het verkeerslicht stond ongeveer 20 seconden op rood op het moment dat betrokkene dit licht negeerde. Plaatsaanduiding: N242, Nieuwe Scherkerweg te Alkmaar. Opmerkingen ambtenaar 1: Bestuurder reed met onverminderde snelheid door rood licht.

3.5. In een op verzoek van de advocaat-generaal opgemaakt ambtsedig aanvullend proces-verbaal d.d. 30 augustus 2004 verklaart de verbalisant - voor zover in deze zaak van belang - het volgende:

"Op zondag 20 juli 2003 omstreeks 06.01 uur bevond ik mij (...) als bestuurder in een vierwielige personenauto op de openbare weg de provinciale weg de N242 te Alkmaar ter hoogte van de openbare weg de Nieuwe Schermerweg te Alkmaar in zuidelijke richting. Genoemde openbare weg bestaat ter hoogte van deze kruising uit drie rijstroken. Een rijstrook voor rechtsaf en twee rijstroken voor rechtdoor (zuidelijke richting). Ik ben met de verkeerssituatie aldaar ter plaatse zeer bekend. Zo is het correct dat de verkeerslichten van de genoemde kruisingen gelijktijdig danwel nagenoeg gelijktijdig rood, oranje (het hof leest: geel) danwel groen licht uitstralen. Op het tijdstip voornoemd stond ik, verbalisant, op de middelste rijstrook, ter hoogte van hectometerpaal 14.1 stil voor de stopstreep van het verkeerslicht die de genoemde kruising regelt in afwachting van groen licht om op te kunnen rijden. Ik (...) zag dat achter mij geen ander verkeer stilstond. Ik zag er geen verkeer op de linkerrijstrook naast mij stilstond. (....) Ik zag dat de driekleurige verkeerslichten bij de volgende kruising op deze provinciale weg ook rood licht uitstraalden. Dit betrof de kruising van de openbare weg de provinciale weg de N242 en de Noordervaart te Alkmaar. (...)

Ik, verbalisant, zag in mijn binnenspiegel over de openbare weg de provinciale weg de N242 een personenauto aan komen rijden. Dit betreft de personenauto die staat vermeld op de door mij opgemaakte beschikkingen. Ik, verbalisant, zag dat deze personenauto op de linkerrijstrook van de genoemde openbare weg in zuidelijke richting reed.

Ik, verbalisant, zag dat de bestuurder van deze personenauto de kruising, alwaar ik op dat moment voor stil stond, naderde en deze kruising vervolgens met onverminderde snelheid opreed en hierbij het driekleurige verkeerslicht die deze kruising regelt negeerde. Op het moment dat deze bestuurder het rode verkeerslicht negeerde straalde dit verkeerslicht al ongeveer twintig (20) seconden rood licht uit.

Vervolgens zag ik, verbalisant, dat de bestuurder van de betreffende personenauto de provinciale weg de N242 te Alkmaar in zuidelijke richting vervolgde.

Ik, verbalisant, zag dat de bestuurder van de personenauto de navolgende kruising die de openbare weg de provinciale weg de N242 met de Noordervaart regelt naderde. Ik, verbalisant, had een vrij en onbelemmerd uitzicht op deze kruising die gelegen is op een afstand van ongeveer 300 meter van de kruising alwaar ik op dat moment stilstond. Ik, verbalisant, zag dat de driekleurige verkeerslichten van de genoemde kruising tevens rood licht uitstraalden. Ik, verbalisant, zag dat de bestuurder van de personenauto het rode verkeerslicht negeerde en de kruising opreed. (...)

Ik, verbalisant, zag dat de bestuurder van de personenauto vervolgens de openbare weg de provinciale weg de N242 vervolgde in zuidelijke richting.

(...) Daar ik, verbalisant, mij buiten diensttijd en niet in uniform bevond heb ik de bestuurder van deze personenauto niet staande gehouden. Ook zou ik om tot een staandehouding te kunnen komen dezelfde overtredingen als de betrokkene moeten hebben begaan en daar de verkeersveiligheid door de gepleegde overtredingen van de betrokken bestuurder ernstig in gevaar werd gebracht achtte ik, verbalisant, dit niet veilig."

3.6. Vooropgesteld kan worden dat de aanvankelijk door de verbalisant gebezigde aanduiding van het verkeerslicht "N242, Nieuwe Scherkerweg te Alkmaar" als een kennelijke typefout dient te worden beschouwd. De betrokkene blijkt ook vanaf de aanvang van de procedure te hebben begrepen welke gedraging werd bedoeld. Er is derhalve geen reden om aan deze fout gevolgen te verbinden.

3.7. Anders dan de betrokkene meent, volgt uit het feit dat de verbalisant vermeldt dat het verkeerslicht reeds ongeveer 20 seconden rood licht uitstraalde op het moment dat het betrokken voertuig dit licht negeerde, niet dat de verbalisant die gehele periode het betrokken voertuig heeft zien rijden. De verbalisant relateert te dien aanzien niet meer dan dat hij een personenauto zag komen aanrijden, dat deze de kruising waar de verbalisant stilstond naderde en dat dit voertuig met onverminderde vaart doorreed, hierbij het verkeerslicht dat al ongeveer 20 seconden rood licht uitstraalde negerend. Er is geen reden om aan te nemen dat de verbalisant niet kon waarnemen dat een voertuig met bovengenoemd kenteken het rode verkeerslicht op deze wijze, op genoemde tijd en plaats, negeerde. Hierbij is van belang dat van de waarneming doorslaggevend is dat het verkeerslicht rood licht uitstraalde en dat de periode gedurende welke het verkeerslicht reeds rood licht uitstraalde, gelet op de toevoeging "ongeveer" en de aanzienlijke duur van die periode, slechts bij benadering zal zijn weergegeven.

3.8. Het hof ziet ook overigens geen aanleiding te twijfelen aan de gedetailleerde ambtsedige verklaring van de verbalisant. Hoewel de betrokkene aanvoert dat er bijna identieke kentekens zijn afgegeven voor andere auto's van hetzelfde merk en type, stelt hij geen concrete feiten waaruit zou kunnen volgen dat bovengenoemd voertuig niet op tijd en plaats als hiervoor vermeld aanwezig kan zijn geweest. Er behoeft dan ook niet te worden uitgegaan van een mogelijke waarnemingsfout van de verbalisant, hetgeen in de opmerking van de betrokkene besloten ligt. Dat de betrokkene zelf de gedraging niet zou hebben verricht doet niet ter zake, nu de sanctie aan hem is opgelegd als kentekenhouder.

3.9. Uit de hiervoor vermelde inhoud van het aanvullende proces-verbaal blijkt naar het oordeel van het hof genoegzaam, dat zich geen reële mogelijkheid voordeed tot staandehouding van de bestuurder van het motorrijtuig, waarmee de geconstateerde gedraging is verricht, zodat art. 5 WAHV terecht is toegepast.

3.10. Op grond van het vorenstaande is naar de overtuiging van het hof komen vast te staan dat de betrokkene de gedraging heeft verricht, terwijl niet is gebleken van omstandigheden, die het opleggen van de sanctie niet billijken of die tot matiging van de sanctie dienen te leiden. De beslissing waarvan beroep zal worden bevestigd.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Hiemstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.