Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2005:AS7384

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
12-01-2005
Datum publicatie
23-02-2005
Zaaknummer
WAHV 04/01331
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afstand tussen meetlocatie en bord met de aanduiding maximumsnelheid (bord A1); Aanwijzing snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers; Advocaat-generaal wordt opgedragen nadere informatie te verschaffen.

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 20, geldigheid: 2005-01-12
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

WAHV 04/01331

12 januari 2005

CJIB 19064355683

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank te Utrecht

van 27 september 2004

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Utrecht ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt. Wel heeft de advocaat-generaal de foto's van de gedraging in het geding gebracht, onder verwijzing naar het feit dat deze blijkens de mededeling van de officier van justitie d.d. 5 januari 2004 aan de betrokkene zijn gezonden, maar zich niet in het dossier bevinden.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van Euro 92,- opgelegd ter zake van "overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom (gedragsregel) meer dan 20 km/h en t/m 25 km/h", welke gedraging zou zijn verricht op 5 juli 2003 op de N.255 Driebergseweg te Zeist met het voertuig met het kenteken [kenteken]

3.2. De betrokkene bestrijdt niet (meer) dat - door hem - met het betrokken voertuig op tijd en plaats als voormeld met een gecorrigeerde snelheid van 71 km/h gereden is. In hoger beroep komt de betrokkene op tegen de naar zijn mening mogelijkerwijs in de beslissing van de kantonrechter impliciet besloten liggende verwerping van het verweer, dat de aanwijzing snelheidsovertredingen en snelheidsbegrenzers niet in acht is genomen aangezien de afstand tussen de meetplaats en het gebod slechts 65 meter in plaats van de voorgeschreven 140 meter bedroeg. De betrokkene stelt dat een dergelijke verwerping niet kan steunen op de verklaring van de verbalisant. De in de verklaring van de verbalisant d.d. 2 december 2003 genoemde afstand van "ongeveer 400 meter" tot het verkeersbord heeft betrekking op een onjuist bord. Voorts druist de verklaring, dat de plaatsbepaling van de controle vooraf met justitie is bepaald in tegen het feit dat alsnog een afstandsbepaling is gevraagd en bovenvermelde, onnauwkeurige afstand is opgegeven.

3.3. De betrokkene stelt terecht dat de Aanwijzing snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers (Aanwijzing van het College van Procureurs-Generaal van 8 december 2002, reg. nr. 2002A014, Stcrt. 249) vermeldt, dat de minimale afstand tussen gebod en meetplaats bij 50 km/h 140 meter is. Onder 2.2. is in voormelde Aanwijzing het volgende opgenomen:

"In strikt juridische zin dient de snelheid van voertuigen te zijn aangepast op de plaats waar de maximumsnelheid gaat gelden. Om discussie te voorkomen, bestuurders de gelegenheid te geven op een rustige manier snelheid te verminderen en beroepschriften/brieven over een te korte afstand tussen de plaats waarop het gebod dat door middel van de snelheidsmeter wordt gehandhaafd ingaat en snelheidsmeting te voorkomen, wordt als uitgangspunt een bepaalde minimumafstand tussen de plaats van inwerkingtreding van de maximumsnelheid tot de meetlocatie in acht genomen.".

3.4. Naar aanleiding van de opmerking van de betrokkene, dat voor het bereiken van de bebouwde kom vanuit de richting waaruit hij kwam 80 km per uur is toegestaan, is door de officier van justitie nadere informatie opgevraagd aan de verbalisant. De vraag luidde: "Wat was de afstand tussen betrokkene en het bord 80 km." In reactie op dit verzoek heeft de verbalisant bij brief d.d. 2 december 2003 meegedeeld, dat de afstand tot het verkeersbord 80 km/h ongeveer 400 meter bedraagt.

3.5. Op kennelijk door de betrokkene in het geding gebrachte foto's zijn de borden "bebouwde kom" en "einde bebouwde kom" (borden H1 en H2) op de Driebergseweg te zien. Tevens is daarop waar te nemen, dat zich ter plaatse geen bord 80 km/h (bord A1) bevindt.

3.6. Ten deze is niet van belang de afstand tussen een bord met de aanduiding van de maximumsnelheid van 80 km/h (bord A1) en de meetlocatie, waarover de verbalisant desgevraagd heeft verklaard, maar de afstand tussen het bord H1 (bebouwde kom) en de meetlocatie. De foto's van de gedraging geven omtrent de afstand tussen dit bord en de plaats van de gedraging geen uitsluitsel. Het hof acht zich thans onvoldoende voorgelicht. Voor de beoordeling van de gegrondheid van het hoger beroep, is nadere informatie nodig omtrent de vraag, wat de afstand was tussen de plaats van inwerkingtreding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom (bord H1) en de meetlocatie. Het hof zal de advocaat-generaal opdragen binnen vier weken schriftelijk inlichtingen hieromtrent te geven.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

draagt de advocaat-generaal op schriftelijk inlichtingen te verschaffen als bovenvermeld;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Hiemstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.