Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2005:AS6252

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
11-02-2005
Datum publicatie
16-02-2005
Zaaknummer
BK 514/04 Omzetbelasting
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Te dezen is uitsluitend in geschil het antwoord op de vraag of de vergrijpboete van € 432,-- terecht is opgelegd.

Wetsverwijzingen
Algemene wet inzake rijksbelastingen 20
Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst 1998 24
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N 2005/27.4 met annotatie van Redactie
FutD 2005-0381
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

BELASTINGKAMER GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN UITSPRAAK

Kenmerk: BK-04/00514 11 februari 2005

Uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwar-den, eerste enkelvoudige belastingkamer, op het beroep van

X te Z (: de belanghebbende)

tegen de uitspraak van

de voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst/Noord/Kantoor Leeuwarden (: de inspec-teur),

gedaan op het bezwaarschrift van belanghebbende tegen de hem opgelegde naheffingsaanslag omzetbelasting d.d. 28 november 2003.

1. De procesgang.

1.1. Aan belanghebbende is bij voormelde aanslag een vergrijpboete opgelegd van € 432,--.

1.2. Op een daartegen door belanghebbende ingediende bezwaarschrift is bij uitspraak van de inspecteur van 7 mei 2004 de boete gehandhaafd.

1.3 Belanghebbende is tegen deze uitspraak in beroep gekomen bij een op 17 juni 2004 bij het hof binnengekomen beroepschrift (met bijlagen).

1.4. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden ter zitting van 15 december 2004, gehouden te Leeuwarden, alwaar is verschenen de inspecteur. De belanghebbende is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

1.5. Van alle genoemde (en hierna nog te noemen) stukken moet de inhoud als hier ingevoegd worden beschouwd.

2. Het geschil.

2.1. Te dezen is uitsluitend in geschil het antwoord op de vraag of de vergrijpboete van € 432,-- terecht is opgelegd.

2.2. Belanghebbende bepleit de onrechtmatigheid van de verzuimboete.

De inspecteur is op gronden als vermeld in de van de hem afkomstige stukken van oordeel dat de onderhavige vergrijpboete terecht en op goede gronden is opgelegd.

2.3. Voor een meer uitvoerige uiteenzetting van de standpunten van partijen verwijst het hof naar de gedingstukken.

Daaraan zijn ter zitting geen nadere gronden aangevoerd.

3. De overwegingen omtrent het geschil.

3.1. Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag omzetbelasting d.d. 28 november 2003 over het tijdvak 1 januari 2000 tot en met december 2001 opgelegd. Het na te heffen bedrag bedraagt in totaal € 1.731,--, te specificeren in € 618,-- voor het jaar 2000 en € 1.113,-- voor het jaar 2001.

3.2. Vaststaat dat de naheffing heeft plaatsgevonden naar aanleiding van een zogenaamde reguliere controle en niet op grond van een controle naar aanleiding van balansschulden omzetbelasting.

3.3. Ingevolge richtlijn 1 en 2 van het Besluit directeur-generaal Belastingdienst van 18 december 2001, nr. DGB2001/1694M namens de staatssecretaris van Financiën, wordt indien het bedrag van de over een jaar verschuldigde loon- of omzetbelasting dat niet tijdig is betaald minder dan € 1.134,-- bedraagt, een verzuimboete opgelegd.

In de toelichting op het besluit wordt er melding van gemaakt, dat gelet op het massale karakter van de werkstroom die voortvloeit uit de periodieke controles die de belastingdienst uitvoert voor de loon- en omzetbelasting, ter zake behoefte bestaat aan een nadere invulling van de bevoegdheid een verzuimboete of vergrijpsboete op te leggen, waarbij de gegeven richtlijnen beogen het opleggen van een bestuurlijke boete in geval van gebleken onjuistheden bij de loon- en omzetbelasting op uniforme en doelmatige wijze te laten plaatsvinden.

Niet valt in te zien, waarom belanghebbende bij wie een reguliere controle heeft plaatsgevonden onder deze omstandigheden geen beroep op dat besluit zou kunnen maken.

3.4. De inspecteur heeft derhalve ten onrechte aan belanghebbende een vergrijpboete opgelegd.

3.5. Gelet op het voorgaande alsmede gelet op § 24 van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst is een verzuimboete van 10 % van de verschuldigde omzetbelasting geïndiceerd.

3.6. Het beroep is gegrond.

4. De proceskosten.

Op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht acht het hof termen aanwezig de inspecteur te veroordelen in de kosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar en van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.

Met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht bepaalt het hof de kosten van het bezwaar en de proceskosten terzake van beroepsmatig verleende rechtsbijstand op € 177,50. Deze kosten dienen te worden gedragen door de Staat der Nederlanden.

5. De beslissing.

Het hof:

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de bestreden uitspraak;

vermindert de in de naheffingsaanslag begrepen boete tot € 173,--;

veroordeelt de inspecteur tot betaling aan de belanghebbende van de door hem gemaakte kosten van het bezwaar en proceskosten ten bedrage van € 322,--;

verstaat dat de inspecteur een bedrag van € 136,-- aan belanghebbende vergoedt terzake van het door hem betaalde griffierecht;

wijst de Staat der Nederlanden aan als de rechtspersoon die deze kosten dient te dragen.

Gedaan door prof. mr. E. Aardema, vice-president, voorzitter, in tegenwoordigheid van de heer M. Haarsma als griffier en in het openbaar uitgesproken te Leeuwarden door de voorzitter, in tegenwoordigheid van de griffier op 11 februari 2005en ondertekend door voornoemde voorzitter, zijnde de griffier buiten staat te ondertekenen.

Op 16 februari 2005 afschrift

aangetekend verzonden aan beide partijen.