Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2005:AS5563

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
04-02-2005
Datum publicatie
09-02-2005
Zaaknummer
BK 304/04 WOZ
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

In geschil is de waarde van de onderhavige woning.

Wetsverwijzingen
Wet waardering onroerende zaken 17
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

BELASTINGKAMER GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN UITSPRAAK

Nr.04/00304 4 februari 2005

Uitspraak van het gerechtshof te Leeuwarden, zesde enkelvoudige belastingkamer, op het beroep van X te Z (hierna: de belanghebbende) tegen de uitspraak van de heffingsambtenaar van de gemeente Franekeradeel (hierna: de heffingsambtenaar), gedaan op het bezwaarschrift van de belanghebbende tegen de ten aanzien van haar genomen beschikking ingevolge de Wet waardering onroerende zaken(hierna: de Wet).

1. Ontstaan en loop van het geding.

1.1. Ingevolge de Wet heeft de heffingsambtenaar de waarde met betrekking tot de onroerende zaak a-weg 65 te Z, waarvan de belanghebbende eigenaar en/of gebruiker is, vastgesteld bij beschikking onder nummer 0000/0003, gedagtekend 27 februari 2004. Daarbij is de waarde vastgesteld op € 153.377,--.

1.2. De belanghebbende heeft tijdig een bezwaarschrift ingediend. Bij de uitspraak waarvan beroep, gedagtekend 25 maart 2004, is de bovenvermelde waarde gehandhaafd.

1.3. Het beroepschrift (met bijlagen) is op 2 april 2004 ter griffie van het hof ingekomen. De heffingsambtenaar heeft op 14 mei 2004 een verweerschrift (met bijlagen) ingediend.

1.4. Bij de mondelinge behandeling van 6 oktober 2004, gehouden te Leeuwarden, waren namens de heffingsambtenaar aanwezig de heer A en mevrouw B. De belanghebbende was met kennisgeving niet verschenen.

1.5. Ter voormelde zitting heeft het gerechtshof het onderzoek geschorst om de belanghebbende in de gelegenheid te stellen haar bewijsaanbod gestand te doen. Van deze zitting is een proces-verbaal opgemaakt. Bij brief van 16 november 2004 heeft de belanghebbende haar reactie ingezonden. Daarbij heeft zij tevens een videoband overgelegd. Nadat de heffingsambtenaar kennis had genomen van een afschrift van belanghebbendes brief en de videoband, heeft hij het hof

bij brief van 17 december 2004 en nader bij brief van 5 januari 2005 bericht dat de waarde van de onroerende zaak naar toestandsdatum 1 januari 2004 en voor het tijdvak van 1 januari 2004 tot en met 31 december 2004 moet worden verlaagd van € 153.377,-- naar € 83.512,--.

1.6. Nadat op 19 januari 2005 belanghebbendes reactie was ontvangen hebben partijen het hof toestemming verleend om zonder nadere zitting op het beroep te beslissen.

1.7. Van alle genoemde (en hierna nog te noemen) stukken moet de inhoud als hier ingevoegd worden beschouwd.

2. De feiten.

Op grond van de gedingstukken staat tussen de partijen als niet, dan wel onvoldoende weersproken het volgende vast.

2.1. Bij beschikking van 27 februari 2004 is door de heffingsambtenaar ten aanzien van de belanghebbende als eigenaar en/of gebruiker van de hiervoor genoemde onroerende zaak de waarde van die onroerende zaak vastgesteld op € 153.377,--. De beschikking geldt voor het tijdvak 19 december 2003 tot en met 31 december 2004. Bij de waardebepaling is uitgegaan van de feitelijke toestand van de onroerende zaak op 1 januari 2004. Als waardepeildatum geldt 1 januari 1999. Bij de uitspraak waarvan beroep is de vastgestelde waarde gehandhaafd.

2.2. Bij brief van 5 januari 2005 heeft de heffingsambtenaar zich nader op het standpunt gesteld dat de onroerende zaak op 1 januari 2004 gedeeltelijk was gesloopt en gestript en dat daar bij de waardebepaling ten onrechte geen rekening mee was gehouden. In verband hiermee staat hij thans een waarde voor van € 83.512,--.

2.3. Bij brief van 19 januari 2005 heeft de belanghebbende meegedeeld dat het haar zo in orde lijkt, indien het zo is dat zij een vermindering krijgt op de aanslag voor het jaar 2004.

3. De overwegingen

Gelet op de onder 2.1 en 2.2 vermelde feiten is de waarde van de onroerende zaak naar de mening van de heffingsambtenaar te hoog vastgesteld en dient de waarde te worden verminderd tot op € 83.512,--. Uit de onder 2.3 vermelde feiten begrijpt het hof dat de belanghebbende zich in deze lagere waarde kan vinden, mits dit leidt tot een vermindering van haar aanslag in de onroerende-zaak-belastingen voor het jaar 2004.

Nu voornoemde waarde als heffingsmaatstaf geldt voor de onroerende-zaakbelastingen voor het jaar 2004, gaan beide partijen aldus akkoord met een waarde van € 83.512,--, zodat het hof in die zin zal beslissen.

4. De proceskosten

Het gerechtshof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht, nu van zodanige kosten niet is gebleken.

5. De beslissing

Het gerechtshof

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de uitspraak waarvan beroep;

vermindert de waarde van de onroerende zaak gelegen aan de a-weg 65 te Z tot een waarde van € 83.512,-- en

verstaat dat de gemeente Franekeradeel het betaalde griffierecht van € 37,-- aan de belanghebbende vergoedt.

Aldus vastgesteld op 4 februari 2005 door mr. G.M. van der Meer, raadsheer en voorzitter van de zesde enkelvoudige belastingkamer, en op die dag in het openbaar uitgesproken te Leeuwarden door voornoemde voorzitter in tegenwoordigheid van de heer M. Haarsma als griffier en ondertekend door de voorzitter, zijnde de griffier buiten staat te ondertekenen.

Op 9 februari 2005 afschrift

aangetekend verzonden aan beide partijen.