Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2005:AS3239

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
14-01-2005
Datum publicatie
19-01-2005
Zaaknummer
BK 926/03 Verontreinigingsheffing
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

In geschil is het antwoord op de vraag of de aanslag verontreinigingsheffing naar een juiste grondslag is opgelegd.

Wetsverwijzingen
Wet verontreiniging oppervlaktewateren 21, geldigheid: 2005-01-14
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

BELASTINGKAMER GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN UITSPRAAK

BK-03/00926 14 januari 2005

Uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden, zesde enkelvoudige belastingkamer, op het beroep van

X wonende te Z (Duitsland) (: de belanghebbende)

tegen de uitspraak van

het hoofd van de afdeling Heffingen van het Wetterskip Fryslân (: het hoofd)

gedaan op het bezwaarschrift van belanghebbende tegen de aan hem opgelegde aanslag verontreinigingsheffing 2003.

1. De procesgang

1.1. Belanghebbende is bij aanslagbiljet d.d. 15 februari 2003 aangeslagen in de verontreinigingsheffing 2003, naar een forfaitaire grondslag van 3 vervuilingeenheden.

1.2. Deze aanslag heeft het hoofd na daartegen door de belanghebbende gemaakt bezwaar bij uitspraak van 13 november 2003 gehandhaafd.

1.3. Tegen deze uitspraak heeft belanghebbende bij een op 2 december 2003 bij het hof binnengekomen beroepschrift, met bijlagen, beroep ingesteld.

1.4. Van het hoofd is een verweerschrift d.d. 6 februari 2004 binnengekomen.

1.6. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op de zitting van 6 december 2004 te Leeuwarden, alwaar zijn verschenen de belanghebbende en de gemachtigde van het hoofd. Het hoofd heeft – zonder bezwaar van belanghebbende – alsnog een aantal bijlagen overgelegd.

1.7. Van alle genoemde (en hierna nog te noemen) stukken moet de inhoud als hier ingevoegd worden beschouwd.

2. Het geschil en de standpunten van partijen.

2.1. In geschil is het antwoord op de vraag of de aanslag verontreinigingsheffing naar een juiste grondslag is opgelegd.

2.2. De belanghebbende beantwoordt deze vraag ontkennend.

Het hoofd persisteert bij zijn gegeven uitspraak.

2.3. Voor een meer uitvoerige uiteenzetting van de standpunten van partijen verwijst het hof naar de gedingstukken.

Op de zitting hebben partijen daar niets aan toegevoegd.

3. De feiten.

Blijkens de gedingstukken en op grond van het verhandelde ter zitting staat als onbetwist, dan wel onvoldoende betwist, tussen partijen vast dat de belanghebbende gedurende drie à vier maanden per jaar als alleenwonende de woning a-vaart 16 te L bewoont en dat de woning de rest van het jaar leeg staat.

4. De overwegingen omtrent het geschil.

4.1. Te dezen is van toepassing de op 1 januari 2003 in werking getreden Heffingsverordening Wetterskip Fryslân (: de verordening).

4.2. Ingevolge artikel 14, eerste lid, van de verordening, is de vervuilingwaarde van een woonruimte 3 vervuilingeenheden, met dien verstande dat voor een woonruimte die door één persoon wordt gebruikt, op aanvraag van de gebruiker, de vervuilingwaarde op 1 vervuilingeenheid wordt vastgesteld.

4.3. Gelet op voormelde bepaling, alsmede in aanmerking genomen dat belanghebbende in het jaar 2003 als alleenwonende kan worden aangemerkt, dient de vervuilingwaarde voor de woning a-vaart 16 te L op 1 vervuilingeenheid te worden vastgesteld.

4.4. Het hof heeft daarbij mede in aanmerking genomen dat de verordening noch de Waterschapswet of de Wet verontreiniging oppervlaktewateren het vereiste stelt dat inschrijving in de Gemeentelijke Basis Administratie een voorwaarde is om in aanmerking te komen voor een vervuilingwaarde van 1 vervuilingeenheid.

4.5. Het beroep is gelet op het voorgaande gegrond.

5. De proceskosten.

Het gerechtshof acht termen aanwezig het hoofd te veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht, bestaande uit vergoeding van reiskosten aan belanghebbende ten bedrage van € 108,--.

6. De beslissing.

Het hof:

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de bestreden uitspraak;

vermindert de aanslag verontreinigingsheffing 2003 tot op een bedrag van € 48,24;

verstaat dat het hoofd het griffierecht ten bedrage van € 31,-- aan belanghebbende vergoedt;

veroordeelt het hoofd tot betaling aan belanghebbende van een vergoeding voor gemaakte proceskosten ten bedrage van € 108,--.

wijst het Wetterskip Fryslân aan als de rechtspersoon die deze kosten heeft te dragen.

Vastgesteld op 14 januari 2005 door mr. Van der Meer, raadsheer als voorzitter, lid van de zesde enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van de heer Haarsma als griffier en op die dag in het openbaar uitgesproken te Leeuwarden, door de voorzitter, in tegenwoordigheid van de griffier.

Op 19 januari 2005 afschrift

aangetekend verzonden aan beide partijen.