Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2005:AS3236

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
14-01-2005
Datum publicatie
19-01-2005
Zaaknummer
BK 513/03 Ingezetenenheffing
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

In geschil is het antwoord op de vraag of de aanslagen ingezetenenheffing terecht zijn opgelegd.

Wetsverwijzingen
Waterschapswet 116, geldigheid: 2005-01-14
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

BELASTINGKAMER GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN UITSPRAAK

BK-03/00513 14 januari 2005

Uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden, zesde enkelvoudige belastingkamer, op het beroep van

X wonende te Z (: de belanghebbende)

tegen de uitspraak van

het hoofd van de afdeling Heffingen van het Wetterskip Fryslân (: het hoofd)

gedaan op het bezwaarschrift van belanghebbende tegen de aan hem opgelegde aanslagen ingezetenenheffing 2003.

1. De procesgang

1.1. Belanghebbende is bij gecombineerde aanslag d.d. 15 februari 2003 onder meer aangeslagen in de ingezetenenheffing 2003. De aanslagen bedragen in totaal € 40,56.

1.2. Deze aanslagen heeft het hoofd na daartegen door de belanghebbende gemaakt bezwaar bij uitspraak van 6 mei 2003 gehandhaafd.

1.3. Tegen deze uitspraak heeft belanghebbende bij een op 16 juni 2003 bij het hof binnengekomen beroepschrift, met bijlagen, beroep ingesteld.

1.4. Van het hoofd is een verweerschrift d.d. 1 september 2003 met bijlagen binnengekomen.

1.5. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op de zitting

van 6 december 2004 te Leeuwarden, alwaar is verschenen de gemachtigde van het hoofd. De belanghebbende is met bericht van verhindering niet verschenen.

1.6. Van alle genoemde (en hierna nog te noemen) stukken moet de inhoud als hier ingevoegd worden beschouwd.

2. Het geschil en de standpunten van partijen.

2.1. In geschil is het antwoord op de vraag of de aanslagen ingezetenenheffing terecht zijn opgelegd.

2.2. De belanghebbende beantwoordt deze vraag ontkennend.

2.3. Het hoofd persisteert bij zijn gegeven uitspraak.

2.4. Voor een meer uitvoerige uiteenzetting van de standpunten van partijen verwijst het hof naar de gedingstukken.

3. De feiten.

Blijkens de gedingstukken staat als onbetwist, dan wel onvoldoende betwist, tussen partijen vast dat de belanghebbende binnen het beheersgebied van het waterschap Marne-Middelsee en Wetterskip Fryslân woont.

4. De overwegingen omtrent het geschil.

4.1. Het hof begrijpt uit het beroepschrift dat belanghebbende opkomt tegen de hem opgelegde aanslagen ingezetenenheffing 2003 en niet tegen de aanslag verontreinigingsheffing 2003.

4.2. Te dezen zijn van toepassing de Verordening op de waterschapsomslagen 2003 d.d. 28 november 2002 van het waterschap Marne-Middelsee en de op 1 januari 2003 in werking getreden Omslagverordening Wetterskip Fryslân. Volgens beide verordeningen wordt met betrekking tot de taken van het waterschap inzake waterkeringen en waterkwantiteitsbeheer onder de naam ingezetenenomslag een waterschapsomslag geheven van degene die in het beheersgebied ingezetenen zijn.

4.3. Blijkens deze verordeningen wordt als ingezetene aangemerkt degene die blijkens de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens bij het begin van het kalenderjaar woonplaats heeft in het gebied van het waterschap en die aldaar het gebruik heeft van woonruimte.

4.4. Nu vast staat dat belanghebbende binnen het beheersgebied van de waterschappen woont, kan hij als ingezetene worden aangemerkt en is hij op grond daarvan belastingplichtig.

4.5. Dat zijn woonerf totaal wordt begrenst door de Provinciale boezem de Bozumervaart en dat het steeds wisselende peil slecht zou zijn voor de grond, maakt het vorenstaande niet anders. Nu het belang van de ingezetenen ook wel wordt omschreven als ”het kunnen wonen, werken en recreëren in het waterschapsgebied”, heeft de belanghebbende belang bij de taakuitoefening van de waterschappen, zodat de kosten van deze taakuitoefening mede omgeslagen kunnen worden over de ingezetenen.

4.6. Het beroep is gelet op het voorgaande ongegrond.

5. De proceskosten.

Het gerechtshof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

6. De beslissing.

Het hof:

verklaart het beroep ongegrond.

Vastgesteld op 14 januari 2005 door mr. G.M. van der Meer, raadsheer als voorzitter, lid van de zesde enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van de heer M. Haarsma als griffier en op die dag in het openbaar uitgesproken te Leeuwarden, door de voorzitter, in tegenwoordigheid van de griffier.

Op 19 januari 2005 afschrift

aangetekend verzonden aan beide partijen.