Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2004:AR5612

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
20-10-2004
Datum publicatie
12-11-2004
Zaaknummer
WAHV 04-00980
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

art.61a RVV 1990; als bestuurder tijdens het rijden een mobiele telefoon vasthouden; De betrokkene voert aan dat zij, omdat de telefoon ging, de telefoon in de hand heeft genomen, vervolgens de auto aan de kant heeft gezet en daarna heeft opgenomen. Gelet op de verklaring van de betrokkene zelf is komen vast te staan dat de gedraging is verricht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Verkeer 2004/267
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 04/00980

20 oktober 2004

CJIB 99068873272

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank te 's-Gravenhage

van 22 juni 2004

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement 's-Gravenhage ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van Euro 140,- opgelegd ter zake van "als bestuurder tijdens het rijden een mobiele telefoon vasthouden", welke gedraging zou zijn verricht op 9 januari 2004 op de Zuid Hollandlaan te 's-Gravenhage. De bij deze behorende feitcode is R545. De bij de feitcode behorende overtreding is artikel 61a RVV 1990. Deze bepaling luidt als volgt: "Het is degene die een motorvoertuig, bromfiets of invalidenvoertuig bestuurt verboden tijdens het rijden een mobiele telefoon vast te houden."

3.2. De betrokkene voert aan dat zij niet heeft getelefoneerd voordat zij de auto had stilgezet. De betrokkene stelt dat zij, omdat de telefoon ging, de telefoon in de hand heeft genomen, vervolgens de auto aan de kant heeft gezet en daarna heeft opgenomen.

3.3. Het zaakoverzicht houdt als relaas van de verbalisant - onder meer - in: Ik zag dat betrokken persoon in een personenauto, als bestuurder een mobiele telefoon in de linkerhand had en deze aan haar linkeroor hield terwijl zij het voertuig bestuurde.

3.4. Gelet op de verklaring van de betrokkene zelf, dat zij de telefoon in de hand heeft genomen voordat zij de auto aan de kant had gezet, en gelet op de in 3.3 genoemde verklaring van de verbalisant, is naar de overtuiging van het hof komen vast te staan dat de omstreden gedraging is verricht. Derhalve kan de bestreden beslissing worden bevestigd.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Weenink, in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.