Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2004:AR5158

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
29-10-2004
Datum publicatie
04-11-2004
Zaaknummer
BK 287/04 Inkomstenbelasting
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

In geschil is het antwoord op de vraag of de kosten van aanschaf zijn aan te merken als de in artikel 6.17, onderdeel a van de Wet inkomstenbelasting 2001 (: de Wet) bedoelde uitgaven ter zake van ziekte en invaliditeit.

Wetsverwijzingen
Wet inkomstenbelasting 2001 6.17
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FED 2004/638
FutD 2004-2044
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

BELASTINGKAMER GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN UITSPRAAK

Kenmerk: BK-04/00287 29 oktober 2004

Uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden, derde enkelvoudige belastingkamer, op het beroep van

X te Z (: belanghebbende)

tegen de uitspraak van

de inspecteur Belastingdienst/Noord/kantoor Groningen (: de inspec-teur),

gedaan op het bezwaarschrift van belanghebbende tegen de hem opgelegde aan-slag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2001.

1. Het procesverloop

1.1. Aan de belanghebbende is met dagtekening 7 juni 2003 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2001 opgelegd.

1.2. Een door belanghebbende tegen deze aanslag tijdig ingediend bezwaarschrift heeft de inspecteur bij uitspraak van 26 februari 2004 afgewezen.

1.3. De belanghebbende is tegen deze uitspraak bij een bij het hof op 30 maart 2004 binnengekomen beroepschrift (met bijlagen) in beroep gekomen.

1.4. Van de inspecteur is op 24 mei 2004 een verweerschrift met bijlagen ontvangen.

1.5. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op de zitting van 27 augustus 2004 , gehouden te Groningen, alwaar zijn verschenen de belanghebbende en de inspecteur.

1.6. Ter zitting heeft de belanghebbende zijn pleitnota voorgelezen waarna hij deze heeft overgelegd.

1.7. Van alle genoemde (en hierna nog te noemen) stukken moet de inhoud als hier ingevoegd worden beschouwd.

2. De feiten.

2.1. De belanghebbende, geboren op 7 oktober 1939, is gehuwd en ontvangt een pensioen van het USZO.

2.2. De echtgenote van belanghebbende lijdt aan de ziekte van Parkinson. In verband daarmee heeft zij een elektrische fiets met lage instap aangeschaft. De fiets is niet speciaal ten behoeve van haar aangepast.

3. Het geschil.

3.1. In geschil is het antwoord op de vraag of de kosten van aanschaf zijn aan te merken als de in artikel 6.17, onderdeel a van de Wet inkomstenbelasting 2001 (: de Wet) bedoelde uitgaven ter zake van ziekte en invaliditeit.

3.2 De belanghebbende beantwoordt deze vraag bevestigend en de inspecteur ontkennend.

3.3. Voor een meer uitvoerige uiteenzetting van de standpunten van partijen verwijst het hof naar de gedingstukken.

3.4. Op de zitting hebben partijen daar niets aan toegevoegd.

4. De overwegingen

4.1. Ingevolge artikel 6.17, aanhef en sub a, van de Wet komen voor aftrek in aanmerking de met ziekte en invaliditeit verband houdende uitgaven voor genees- en heelkundige hulp met inbegrip van farmaceutische en andere hulpmiddelen.

4.2. Voor de kwalificatie van een hulpmiddel is vereist dat het een bijzondere hoedanigheid bezit die meebrengt dat het alleen wordt gebruikt door een zieke en/of invalide personen, dan wel naar zijn aard en omvang een door ziekte of invaliditeit gestoorde elementaire lichaamsfunctie kan overnemen.

4.3 Nu op grond van de feiten niet kan worden aangenomen dat de fiets zich onderscheidt van fietsen die door gezonde mensen worden gebruikt kan de fiets niet als een hulpmiddel in de zin van voormeld wetsartikel worden aangemerkt.

4.4. Het beroep is derhalve ongegrond

5. De proceskosten.

Het hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

6. De beslissing.

Het hof:

verklaart het beroep ongegrond;

Gedaan door mr Drion, raadsheer als voorzitter, in tegenwoordigheid van de heer Haarsma als griffier en in het openbaar uitgesproken te Leeuwarden op 29 oktober 2004 , door de voorzitter, in tegenwoordigheid van de griffier.

Afschrift aangetekend aan beide partijen

verzonden op 3 november 2004