Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2004:AR5157

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
29-10-2004
Datum publicatie
04-11-2004
Zaaknummer
BK 118/04 Inkomstenbelasting
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

In geschil is het antwoord op de vraag of de berekening van de aanslag juist is.

Wetsverwijzingen
Algemene wet inzake rijksbelastingen 11
Algemene wet inzake rijksbelastingen 15
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

BELASTINGKAMER GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN UITSPRAAK

Kenmerk: BK-04/00118 29 oktober 2004

Uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwar-den, derde enkelvoudige belastingkamer, op het beroep van

X te Z (: belanghebbende)

tegen de uitspraak van

de inspecteur Belastingdienst/Noord/kantoor Groningen (: de inspec-teur),

gedaan op het bezwaarschrift van belanghebbende tegen de hem opgelegde aan-slag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2002.

1. Het procesverloop

1.1. Aan de belanghebbende is met dagtekening 29 augustus 2003 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2002 opgelegd.

De berekening van het te betalen bedrag komt uit op nihil.

1.2. Een door belanghebbende tegen deze aanslag tijdig ingediend bezwaarschrift heeft de inspecteur bij uitspraak van 9 januari 2004 afgewezen.

1.3. De belanghebbende is tegen deze uitspraak bij een bij het hof op 11 februari 2004 binnengekomen beroepschrift in beroep gekomen.

1.4. Van de inspecteur is op 26 maart 2004 een verweerschrift met bijlagen ontvangen.

1.5. Bij brief van 27 augustus 2004 is van belanghebbende een reactie op het verweerschrift ontvangen.

1.5. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op de zitting van 27 augustus 2004 , gehouden te Groningen, alwaar is verschenen de inspecteur. De belanghebbende is, zoals hij in zijn voornoemde brief heeft aangekondigd, niet verschenen.

2. Het geschil.

2.1. In geschil is het antwoord op de vraag of de berekening van de aanslag juist is.

2.2 De belanghebbende beantwoordt deze vraag ontkennend en de inspecteur bevestigend.

2.3. Voor een meer uitvoerige uiteenzetting van de standpunten van partijen verwijst het hof naar de gedingstukken.

3. De overwegingen

3.1. Ter zake van genoemde aanslag heeft de inspecteur op 23 september 2003 een ongemotiveerd bezwaarschrift van belanghebbende ontvangen.

3.2. Bij brief van 2 december 2003 verzoekt de inspecteur aan belanghebbende het bezwaarschrift alsnog te motiveren.

3.3. Bij een op 11 december 2003 door de inspecteur ontvangen brief motiveert belanghebbende zijn bezwaar aldus:

Op 29 augustus 2003 krijg ik een brief van de belasting waaruit blijkt dat alles voor elkaar is. Te betalen nul euro.

Op 19 september 2003 krijg ik weer een rekening van € 2.064,-- inclusief aanmaningskosten. Met deze rekening ben ik het niet eens.

3.4. Volgens de processtukken blijkt de door belanghebbende bedoelde rekening een aanmaning te zijn ter zaken van achterstand in de betaling van een voorlopige aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2002, welke in de definitieve aanslag reeds is verrekend, als ware deze geheel voldaan.

3.5. Belanghebbendes bezwaar tegen het alsnog betalen van die voorlopige aanslag acht het hof dan ook niet terecht.

3.6. Het beroep is, gelet op het voorgaande, ongegrond.

5. De proceskosten.

Het hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

6. De beslissing.

Het hof:

verklaart het beroep ongegrond;

Gedaan door mr Drion, raadsheer als voorzitter, in tegenwoordigheid van de heer Haarsma als griffier en in het openbaar uitgesproken te Leeuwarden op 29 oktober 2004 , door de voorzitter, in tegenwoordigheid van de griffier.

Afschrift aangetekend aan beide partijen

verzonden op 3 november 2004