Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2004:AP3603

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
12-05-2004
Datum publicatie
23-06-2004
Zaaknummer
WAHV 04-00175
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

art. 21 RVV 1990; maximumsnelheid; dubbele meetcorrectie; Volgens de Aanwijzing snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers dient een proces-verbaal waarin sprake is van snelheidsmeting met behulp van een geijkte boordsnelheidsmeter in een dienstvoertuig onder meer te bevatten: de geconstateerde (afgelezen) snelheid, de snelheid volgens ijktabel (= snelheid ijktabel behorend bij de boordsnelheidsmeter) en de gecorrigeerde snelheid (= geconstateerde snelheid - correctie). Hoewel deze Aanwijzing ten tijde van het opmaken van het proces-verbaal nog niet gold, is in deze zaak onduidelijk of de verbalisant met de "werkelijke (gecorrigeerde) snelheid" heeft bedoeld de gecorrigeerde snelheid zoals hierboven beschreven of de snelheid volgens de ijktabel. Nu een en ander in het midden is gebleven, zal het hof nogmaals een correctie toepassen op de gemeten snelheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

WAHV 04/00175

12 mei 2004

CJIB 69055659329

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank te Zwolle

van 24 november 2003

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Zwolle ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van 104,-- Euro opgelegd ter zake van "overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen (gedragsregel); meer dan 25 km/h en t/m 30 km/h" (feitcode S300e), welke gedraging zou zijn verricht op 16 september 2002 op de Rijksweg A27 te Almere.

3.2. De betrokkene betwist niet dat hij de maximumsnelheid heeft overschreden, maar stelt dat hij reed met een snelheid van 135 tot 140 kilometer per uur. Tussen hem en de politieauto reed een andere auto, die van rijbaan wisselde om een vrachtwagen in te halen. Er ontstond daardoor een grotere ruimte tussen hem en de politieauto, waardoor de politieauto om dichterbij te komen sneller moest gaan rijden. Hij betwijfelt of de agent een meetcorrectie heeft toegepast en vraagt zich af of een agent buiten werktijd bevoegd is mensen staande te houden en te bekeuren.

3.3. De op ambtseed opgemaakte toelichting van de verbalisant in het zaakoverzicht houdt onder meer in: "Pleegdatum: 160902; Pleeglokatie: de Rijksweg A27; Pleegplaats: Almere; (….) De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. de geteste snelheidsmeter van het surveillancevoertuig, door met een constante snelheid te blijven rijden. Ik zag dat de afstand tussen het surveillancevoertuig en het gevolgde voertuig merkbaar groter werd. Gemeten (afgelezen) snelheid: 160 km per uur; Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid surveillancevoertuig: 147 km per uur; Toegestane snelheid: 120 km per uur; Meetafstand: 3000 meter; De werkelijke snelheid is het resultaat van een, overeenkomstig het betreffende testrapport, uitgevoerde correctie op de afgelezen snelheid van de snelheidsmeter."

3.4. Vanuit het oogpunt van betrouwbaarheid van een meetmiddel, dat wordt gebruikt om snelheidsovertredingen waar te nemen, dient voor de vaststelling van de werkelijk gereden snelheid van een voertuig rekening te worden gehouden met maximaal toelaatbare meetfouten. De snelheidsovertreding is geconstateerd met behulp van een dienstvoertuig met een geijkte boordsnelheidsmeter. De afwijking van de snelheidsmeter in het voertuig dient te zijn bepaald met behulp van ijkapparatuur. Uit het relaas van de verbalisant blijkt dat deze ijking bij voornoemd dienstvoertuig heeft plaatsgevonden en dat dit heeft geresulteerd in een testrapport. Op de snelheid die volgens de ijktabel hoort bij de afgelezen snelheid dient vervolgens een correctie te worden toegepast. De maximale meetfout bij een geijkte boordsnelheidsmeter bedraagt voor snelheden groter dan 100 km/h 3 procent. Volgens de Aanwijzing snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers (registratienr 2002A014; in werking getreden op 1 januari 2003) dient een proces-verbaal waarin sprake is van snelheidsmeting met behulp van een geijkte snelheidsmeter in een dienstvoertuig onder meer te bevatten: de geconstateerde (afgelezen) snelheid, de snelheid volgens ijktabel (= snelheid ijktabel behorend bij de boordsnelheidsmeter) en de gecorrigeerde snelheid (= geconstateerde snelheid - correctie). Hoewel deze Aanwijzing ten tijde van het opmaken van het proces-verbaal nog niet gold, is in deze zaak onduidelijk of de verbalisant met de "werkelijke (gecorrigeerde) snelheid" heeft bedoeld de gecorrigeerde snelheid zoals hierboven beschreven of, - zoals door de betrokkene reeds in zijn administratief beroepschrift is aangevoerd -, de snelheid volgens de ijktabel. Nu een en ander in het midden is gebleven, zal het hof met de advocaat-generaal uitgaan van de voor de betrokkene meest gunstige situatie. De volgens het testrapport gemeten snelheid van 147 km/h dient derhalve met 3 procent te worden gecorrigeerd. Dit brengt met zich mee dat nu de gemeten snelheid van 147 km/h per uur dient te worden verminderd met 5 km/h, de betrokkene de maximumsnelheid heeft overschreden met 22 km/h.

3.5. Het hof ziet voor het overige geen aanleiding te twijfelen aan de ambtsedige verklaring in het zaakoverzicht. Naar de overtuiging van het hof is dan ook komen vast te staan dat de betrokkene op een autosnelweg de maximumsnelheid heeft overschreden met meer dan 20 km/h en tot en met 25 km/h.

3.6. Omtrent het staandehouden en het opleggen van de sanctie door de verbalisant buiten diensttijd geldt het volgende.

3.7. De verbalisant is hoofdagent van politie en als zodanig opsporingsambtenaar met algemene opsporingsbevoegdheid. Dit brengt mee dat hij als de met het toezicht op de naleving van de in de WAHV bedoelde voorschriften belaste ambtenaar, de bevoegdheid heeft tot staandehouding en oplegging van een administratieve sanctie. Nu er geen regel is die verhindert dat een opsporingsambtenaar met algemene opsporingsbevoegdheid de hem bij of krachtens de wet toegekende bevoegdheden buiten diensturen uitoefent (vgl. het arrest van het hof Leeuwarden van 12 juni 2002, WAHV 02/00160) - daargelaten of de verbalisant de sanctie daadwerkelijk buiten diensttijd heeft opgelegd - treft het verweer van de betrokkene geen doel.

3.8. Gelet op het onder 3.4. en 3.5. overwogene zal het hof de omschrijving van de gedraging, de feitcode en het sanctiebedrag wijzigen in voege als na te melden.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter en de beslissing van de officier van justitie, voor zover daarbij de feitcode, de omschrijving van de gedraging en de hoogte van de sanctie in de inleidende beschikking in stand zijn gelaten;

wijzigt, met vernietiging van de inleidende beschikking in zoverre, de feitcode in: S300d en de omschrijving van de gedraging in: "overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen (gedragsregel); meer dan 20 km/h en t/m 25 km/h";

stelt het bedrag van de sanctie vast op€ 80,-- Euro;

bepaalt dat een deel van hetgeen door de betrokkene op de voet van art. 11 WAHV tot zekerheid is gesteld, te weten een bedrag van €24,-- Euro, door de advocaat-generaal aan hem wordt gerestitueerd;

verklaart het beroep voor het overige ongegrond.

Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Bijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.