Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2004:AP1470

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
28-04-2004
Datum publicatie
14-06-2004
Zaaknummer
WAHV 04-00153
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Art. 9 WAHV; Keuringsbewijs heeft geldigheid verloren. In het onderhavige geval moet het eenmaal opleggen en effectueren van een opgelegde sanctie wegens het verliezen van de geldigheid van het keuringsbewijs genoegzaam worden geacht om de normhandhaving adequaat te verzekeren. In dit geval daarom reden om de sanctie op nihil te stellen.

Wetsverwijzingen
Wegenverkeerswet 1994 36
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 9
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 04/00153

28 april 2004

CJIB 29055375010

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank te Amsterdam

van 12 december 2003

in de zaak van

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van €Euro 86,-- opgelegd ter zake van "voor het motorrijtuig van 3500 kg of minder heeft het keuringsbewijs zijn geldigheid verloren", welke gedraging zou zijn verricht op 24 juli 2002 bij de RDW Veendam (registercontrole) met het voertuig met het kenteken 96-53-HZ.

3.2. Hetgeen de gemachtigde van de betrokkene aanvoert strekt ten betoge, dat de omstandigheden waaronder de gedraging is verricht, het opleggen van de sanctie niet billijken, dan wel dat deze aanleiding dienen te zijn tot matiging van de opgelegde sanctie. Hij voert hiertoe aan, dat in totaal viermaal een sanctie is opgelegd ter zake van een gedraging als hiervoor vermeld, dat na ontvangst van de inleidende beschikkingen de sanctie, behorende bij de in tijd eerst verrichte gedraging, is voldaan, dat na ingesteld beroep in de drie resterende zaken uiteindelijk de kantonrechter kennelijk voor alle gedragingen één sanctie heeft willen handhaven en daartoe in twee zaken het beroep (gedeeltelijk) gegrond heeft verklaard en in één zaak (de onderhavige) het beroep ongegrond heeft verklaard, doch dat de kantonrechter hierbij voorbijgegaan is aan het feit dat reeds één sanctie was voldaan.

3.3. Uit de processtukken blijkt het volgende.

- Blijkens door de officier van justitie ingewonnen inlichtingen bij de RDW te Veendam d.d. 16 april 2003 stond het voertuig met bovenvermeld kenteken sedert 11 september 1997 geregistreerd ten name van [naam]

- De inleidende beschikking is na GBA-verificatie op 7 december 2002 verzonden naar de betrokkene op het adres [adres], nadat deze aanvankelijk was verzonden op 23 oktober 2002 en als onbestelbaar retour was gekomen.

- In zijn schrijven van 1 december 2003 geeft de gemachtigde van de betrokkene aan dat de betrokkene, zijn broer, reeds vele jaren in Zuid-Afrika woont en dat de auto in kwestie bij de gemachtigde in opslag staat, doch dat het kentekenbewijs nog in bezit van de betrokkene was waardoor schorsing van het kentekenbewijs onmogelijk was.

3.4. Het volgende dient te worden vooropgesteld. De keuring van voertuigen is in het leven geroepen met het oog op de verkeersveiligheid van weggebruikers. Op grond van de wettelijke bepalingen met betrekking tot de keuringsplicht bestaat er een zorgplicht voor automobilisten om tijdig hun voertuig te laten keuren. De betrokkene, dan wel zijn broer als zijn zaakwaarnemer, diende deze zorgplicht na te komen.

3.5. De betreffende auto stond in opslag. Uit de stukken blijkt dat ten tijde van het verrichten van de onderhavige gedraging, 24 juli 2002, reeds driemaal eerder, de eerste maal op 6 februari 2002, bij wege van registercontrole was vastgesteld dat het keuringsbewijs van de betreffende auto zijn geldigheid had verloren, waarvoor telkens een sanctie was opgelegd. Tevens blijkt echter dat de (gemachtigde van de) betrokkene in elk geval niet voor of op 24 juli 2002 daarvan op de hoogte was door middel van een beschikking als bedoeld in art. 4 WAHV. In het onderhavige geval moet het eenmaal opleggen en effectueren van een opgelegde sanctie wegens het verliezen van de geldigheid van het keuringsbewijs genoegzaam worden geacht om de normhandhaving adequaat te verzekeren. Zulks is het geval, nu de uit de eerste registercontrole op 6 februari 2002 voortgevloeide sanctie, onder beschikkingsnummer 99050928415, naar de betrokkene onweersproken heeft gesteld, is voldaan. Derhalve heeft naar het oordeel van het hof de onderhavige gedraging van 24 juli 2002 plaatsgevonden onder omstandigheden die het opleggen van een sanctie niet billijken.

3.6. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter, de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking vernietigen. Niet gebleken is dat de betrokkene kosten heeft gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie d.d. 7 mei 2003, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nr. 29055375010 de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van art. 11 WAHV tot zekerheid is gesteld, te weten een bedrag van €Euro 86,--, door de advocaat-generaal aan hem wordt gerestitueerd.

Dit arrest is gewezen door mrs. Dijkstra, Poelman en Weenink, in tegenwoordigheid van mr. Hiemstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.