Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2004:AO9769

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
14-04-2004
Datum publicatie
19-05-2004
Zaaknummer
WAHV 04/00082
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Degene die bij de rechtbank het beroep heeft ingediend kan ex art. 14 WAHV hoger beroep indienen bij het gerechtshof te Leeuwarden. Aangezien het beroep bij de kantonrechter niet door of namens de betrokkene is ingediend is de betrokkene niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep. Voor zover de gemachtigde heeft beoogd beroep tegen de inleidende beschikking in te stellen bij de officier van justitie, wordt zijn schrijven doorgezonden aan de officier van justitie ter verdere behandeling en geeft het hof de officier van justitie een aanwijzing omtrent de ontvankelijkheid van het administratieve beroep.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 6:7
Algemene wet bestuursrecht 6:8
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 14
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 11
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 6
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 04/00082

14 april 2004

CJIB 69057897822

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank te Amsterdam

van 26 augustus 2003

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

gevestigd te [woonplaats A],

voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde],

wonende te [woonplaats B].

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

Bij brief van 5 december 2003, blijkens een daarop geplaatst stempel ingekomen bij het CJIB op 8 december 2003, heeft de gemachtigde van de betrokkene gereageerd op een betalingsoverzicht na beroep bij de kantonrechter van het CJIB d.d. 5 december 2003. Deze brief - die door het CJIB is aangemerkt als een beroepschrift - is vervolgens doorgezonden aan de griffier van de rechtbank te Amsterdam, die de brief heeft aangemerkt als beroepschrift, gericht tegen de beslissing van de kantonrechter d.d. 26 augustus 2003. Vervolgens zijn voormeld schrijven van de gemachtigde van de betrokkene en de gedingstukken aan de griffier van het hof gezonden.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene is in de gelegenheid gesteld zijn beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Uit de gedingstukken blijkt het volgende. De inleidende beschikking is gezonden naar de betrokkene, [betrokkene], op het in het kentekenregister opgenomen adres, te weten [adres], [postcode] te [woonplaats C].

[dhr. E.], wonende op de [adres], [postcode] te [woonplaats C], heeft vervolgens een beroepschrift bij de officier van justitie ingediend. Hij geeft in zijn schrijven te kennen dat de administratieve sanctie een lease-auto betreft die niet zijn eigendom is. Hij heeft de auto noch bestuurd, noch gehuurd op de pleegdatum 6 november 2002. De auto wordt geleasd door de [betrokkene], waar hij werkzaam is geweest, aldus [dhr. E.]. "Kennelijk staat deze auto administratief nog op mijn naam, ter bescherming van de berijder in verband met diens handhavingstaken".

Vervolgens is de beslissing van de officier van justitie d.d. 28 april 2003 aan de betrokkene, [betrokkene], op voormeld adres gezonden. Bij brief van 2 mei 2003, ingekomen bij de officier van justitie d.d. 6 mei 2003, heeft [dhr. E.] beroep aangetekend tegen de beslissing van de officier van justitie. Het beroepschrift heeft zakelijk weergegeven dezelfde inhoud als het beroepschrift gericht tegen de inleidende beschikking. De zekerheidsbrieven van 13 mei 2003 en 27 mei 2003 worden aan de betrokkene gezonden op hetzelfde adres. De zekerheidsbrief d.d. 27 mei 2003 is onbestelbaar retour gekomen met op de envelop de aantekening dat de betrokkene, [betrokkene], niet bekend is op dat adres.

De beslissing van de kantonrechter is blijkens een daarop gestelde aantekening op 27 augustus 2003 eveneens gezonden aan betrokkene op voormeld adres.

Op 5 december 2003 is een betalingsoverzicht na beroep bij de kantonrechter gezonden aan betrokkene op het adres [adres] te [woonplaats A].

Het hoger beroepschrift van de gemachtigde van de betrokkene, [gemachtigde], is gedateerd 5 december 2003 en het is blijkens een daarop gesteld stempel op 8 december 2003 bij het CJIB ontvangen.

3.2. De gemachtigde van de betrokkene - die blijkens de inhoud van het hoger beroepschrift de van [leasemaatschappij] uit [woonplaats D] geleasde auto ten tijde van de gedraging heeft bestuurd - voert aan dat hij eerst op 4 december 2003 kennis heeft genomen van de beschikkingen. Hij wil beroep aantekenen tegen de opgelegde sancties.

3.3. Ingevolge het bepaalde in artikel 14 WAHV kan degene die bij de rechtbank beroep heeft ingesteld, tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep bij het gerechtshof te Leeuwarden instellen, indien de opgelegde administratieve sanctie bij die beslissing meer bedraagt dan € 70,--, of indien de betrokkene niet-ontvankelijk is verklaard wegens het niet of niet tijdig stellen van zekerheid als bedoeld in art. 11, derde lid, WAHV. De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard omdat de betrokkene geen zekerheid heeft gesteld.

3.4. Nu het beroep bij de kantonrechter, gelet op het voorgaande, niet door of namens de betrokkene, de [betrokkene], maar door [dhr. E.] voornoemd is ingediend, is de betrokkene - voor zover het schrijven van de gemachtigde van de betrokkene gericht is tegen de beslissing van de kantonrechter - om die reden niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.

3.5. Voor zover de gemachtigde met zijn brief d.d. 5 december 2003 heeft beoogd administratief beroep tegen de inleidende beschikking in te stellen bij de officier van justitie, zal het hof deze brief doorzenden aan de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam ter verdere behandeling.

3.6. Het hof ziet aanleiding om ten aanzien van de ontvankelijkheid van het beroep dat door [gemachtigde] namens de betrokkene is ingesteld het volgende op te merken. Redelijke lezing van het administratieve beroepschrift, ingediend door [dhr. E.], brengt mee, dat daaruit geconcludeerd moet worden, dat hij niet namens de betrokkene administratief beroep heeft ingesteld, maar dat hij tot uitdrukking heeft willen brengen, dat de niet op zijn naam staande, maar om in de brief vermelde redenen op zijn adres bezorgde beschikking niet voor hem bestemd was, maar voor zijn vroegere werkgever. Een en ander had aanleiding moeten zijn om te controleren of de kentekenhouder, te weten de [betrokkene], daadwerkelijk gevestigd was op het aan het kentekenregister ontleende adres. Indien dat niet het geval is geweest, zal dat gegeven betrokken moeten worden in het oordeel of niet-ontvankelijkverklaring wegens termijnoverschrijding van het administratieve beroep, dat namens de betrokkene door [gemachtigde] is ingesteld, achterwege moet blijven omdat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep;

draagt de griffier op de brief van de gemachtigde van de betrokkene d.d. 5 december 2003 ter verdere behandeling door te zenden aan de officier van justitie onder gelijktijdige mededeling hiervan aan de betrokkene.

Dit arrest is gewezen door mrs. Dijkstra, als voorzitter, Poelman en Weenink, in tegenwoordigheid van mr. Bijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.