Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2004:AO9733

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
21-04-2004
Datum publicatie
18-05-2004
Zaaknummer
WAHV 04/00120
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

art. 26a WAHV; verzet; stopzetten tenuitvoerlegging dwangbevel; te laat hoger beroep. In beginsel is het indienen van een beroepschrift door middel van een faxbericht een toelaatbare wijze van verzending. De hieraan verbonden risico's dienen voor rekening van de verzender te komen. Wanneer de ontvangst van het betreffende stuk niet kan worden bevestigd, ligt het op de weg van de afzender om aan te tonen dat de verzending heeft plaatsgevonden. Het is i.c. niet aannemelijk dat de betrokkene zijn hoger beroep tijdig heeft ingediend. De betrokkene is niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep. Aangezien echter de tenuitvoerlegging van het dwangbevel is stopgezet en hervatting daarvan in strijd zou komen met de beginselen van behoorlijk bestuur, dient het uit hoofde van het dwangbevel betaalde door de advocaat-generaal aan de betrokkene wordt gerestitueerd.

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 26a
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 13a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 04/00120

21 april 2004

CJIB 29895935

Gerechtshof te Leeuwarden

Beschikking

op het hoger beroep tegen de beschikking

van de kantonrechter van de rechtbank te Haarlem

van 15 november 2001

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft de betrokkene in het verzet tegen de tenuitvoerlegging van een door de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden op 24 mei 2000 uitgevaardigd dwangbevel niet-ontvankelijk verklaard. De beschikking van de kantonrechter is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beschikking van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

Bij brief van 26 februari 2004 heeft de advocaat-generaal het hof bericht, dat hij heeft besloten dat de tenuitvoerlegging van het dwangbevel dient te worden stopgezet en dat de betrokkene hiervan in kennis is gesteld.

Bij brief van 26 februari 2004 heeft het hof de betrokkene verzocht mede te delen of hij aanspraak wenst te maken op vergoeding van kosten. De betrokkene heeft hierop niet gereageerd.

3. Beoordeling

3.1. Blijkens de stukken van het geding is de mededeling van de beschikking van de kantonrechter op 29 januari 2002 verzonden. Het beroepschrift is blijkens een daarop geplaatst stempel ter griffie van de rechtbank ingekomen op 10 oktober 2003. Het hoger beroep is derhalve niet ingesteld binnen de in art. 26a, eerste lid, WAHV voorgeschreven termijn van twee weken na de verzending van de mededeling van de beschikking van de kantonrechter.

3.2. De betrokkene voert echter aan dat hij binnen de gestelde termijn per fax een hoger beroepschrift d.d. 6 februari 2002 heeft ingediend. De betrokkene heeft bij zijn schrijven van 10 oktober 2003 een kopie van voornoemd stuk gevoegd en een verzendrapport van "Telecom Expert" waaruit zou moeten blijken dat hij op 6 februari 2002 het hoger beroepschrift heeft verzonden.

3.3. De stukken van het geding houden niets in, waaruit zou kunnen blijken, dat op of omstreeks 6 februari 2002 een schrijven van de betrokkene is ontvangen. In beginsel is het indienen van een beroepschrift door middel van een faxbericht aan te merken als een toelaatbare wijze van verzending. De aan deze wijze van indiening verbonden risico's dienen voor rekening van de verzender te komen. Dat brengt mee, dat wanneer de ontvangst van het betreffende stuk niet kan worden bevestigd, het op de weg van de afzender ligt om aan te tonen dat de verzending heeft plaatsgevonden. Hetgeen de betrokkene aanvoert ter onderbouwing van zijn stelling acht het hof daartoe onvoldoende. Immers blijkt uit het verzendrapport van het gebruikte faxapparaat - waarvan de betrokkene niet betwist dat het bedrijfsmatig wordt gebruikt - slechts dat 2 pagina's zijn verzonden. Niet blijkt naar welk faxnummer het faxbericht is gezonden. Bovendien bevat het dossier - anders dan ten aanzien van het door de betrokkene bij de rechtbank ingediende verzetschrift het geval is - niet zoals gebruikelijk een afschrift van een schriftelijke bevestiging van ontvangst van bedoelde brief d.d. 6 februari 2002. De betrokkene maakt in zijn faxbericht van 10 oktober 2003 evenmin gewag van een dergelijke schriftelijke bevestiging, noch van enige andere correspondentie aangaande zijn hoger beroep tussen 6 februari 2002 en 10 oktober 2003 met uitzondering van twee brieven van de deurwaarder van 28 maart 2002 en 22 april 2002, waarbij de betrokkene in de gelegenheid gesteld wordt het in een andere zaak verschuldigde bedrag alsnog te voldoen. Daar komt bij, dat hij door pas op 10 oktober 2003 te reageren naar aanleiding van het door hem op 6 februari 2002 verzonden faxbericht een nader onderzoek naar de eventuele ontvangst van dat bericht onmogelijk heeft gemaakt. Naar de overtuiging van het hof is derhalve niet aannemelijk geworden dat de betrokkene het hoger beroep tijdig heeft ingediend. De betrokkene dient dan ook niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn hoger beroep.

3.4. Aangezien echter de tenuitvoerlegging van het dwangbevel is stopgezet en hervatting daarvan in strijd zou komen met de beginselen van behoorlijk bestuur, zal het hof bepalen dat hetgeen uit hoofde van voormeld dwangbevel door de betrokkene is betaald door de advocaat-generaal aan de betrokkene wordt gerestitueerd. Gesteld noch gebleken is, dat de betrokkene kosten heeft gemaakt die op grond van art. 13a WAHV voor vergoeding in aanmerking kunnen komen.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

bepaalt dat hetgeen uit hoofde van voormeld dwangbevel door de betrokkene is betaald, te weten een bedrag van 125,14 Euro, door de advocaat-generaal aan de betrokkene wordt gerestitueerd.

Deze beschikking is gegeven door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Bijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.