Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2004:AO8585

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
07-01-2004
Datum publicatie
28-04-2004
Zaaknummer
WAHV 03-00779
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

art. 20 RVV 1990; maximumsnelheid; twijfel; foto; radarapparatuur; meting; art, 20d, eerste lid, WAHV; vernietiging; proceskostenvergoeding; Op de zich in het dossier bevindende afschriften van de foto zijn twee auto's zichtbaar. Gerekend vanuit de cameraopstelling bevindt de eerste auto - zijnde de door de gemachtigde bestuurde auto - zich op de tweede rijstrook van rechts, en de tweede auto zich op de meest rechts gelegen rijstrook, schuin voor en deels achter de eerste auto. Van beide auto's is de achterzijde met de kentekenplaat zichtbaar. Zij bevinden zich ten opzichte van de opstelling van de radarapparatuur min of meer in elkaars verlengde. Gelet op die onderlinge positie van de auto's rijst naar het oordeel van het hof zoveel twijfel, of de door de gemachtigde van de betrokkene bestuurde auto de gedraging heeft begaan, dat de juistheid van de inleidende beschikking niet is komen vast te staan. Dit betekent dat de inleidende beschikking niet in stand kan blijven.

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 20d, geldigheid: 2004-01-07
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 13a, geldigheid: 2004-01-07
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

WAHV 03/00779

7 januari 2004

CJIB 29048473915

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank te Haarlem

van 2 april 2003

betreffende

[betrokkene]. (hierna te noemen: betrokkene),

gevestigd te [woonplaats],

waarvoor als gemachtigde optreedt [gemachtigde],

wonende te [woonplaats].

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Haarlem ongegrond verklaard en de gemachtigde van de betrokkene veroordeeld in de kosten van de procedure. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhoudster bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van €86,22 Euro opgelegd ter zake van "overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom (verkeersbord A1) meer dan 20 km/h en t/m 25 km/h", welke gedraging zou zijn verricht op 29 oktober 2001 op de Provincialeweg N208 te Haarlem.

3.2. De gemachtigde van de betrokkene, de bestuurder van het voertuig in kwestie, stelt onder meer dat er sprake van een onjuiste en onbetrouwbare meting, te wijten aan onjuist gebruik van de apparatuur en/of een gebrek aan de apparatuur. Als één van de specifieke omstandigheid die hebben geleid tot een onjuiste meting noemt de gemachtigde van de betrokkene dat op de gemaakte foto twee auto's zichtbaar zijn zonder dat duidelijk is met welke auto de gedraging zou zijn verricht.

3.3. Het hof heeft - in navolging van de Hoge Raad - reeds eerder vastgesteld dat het opleggen van een administratieve sanctie ter zake van een gedraging omschreven in de bij de WAHV behorende bijlage, een criminal charge is als bedoeld in art. 6 EVRM. Dat brengt mee dat de betrokkene aan wie een dergelijke sanctie is opgelegd, op de voet van het tweede lid van dat artikel voor onschuldig wordt gehouden totdat zijn schuld in rechte is komen vast te staan. In WAHV-zaken biedt de ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB, in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling van de schuld van de betrokkene. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de ambtsedige verklaring in het zaakoverzicht dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken. Als een en ander zich niet voordoet, bestaat geen noodzaak tot nader onderzoek.

3.4. De op ambtsbelofte opgemaakte verklaring van de verbalisant, zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB, houdt onder meer het volgende in:

"Pleegdatum: 291001 Pleegtijdstip: 0906

Pleeglokatie: PROVINCIALEWEG N208

Pleegplaats: Haarlem

Gecon. snelheid: 93 Toegestane snelheid: 70

Kentekenvoertuig: 25DHGJ

De geconstateerde snelheid is het resultaat van een uitgevoerde correctie op de gemeten radarsnelheid, overeenkomstig de richtlijn van de Vecom

De gereden snelheid stelde ik vast met behulp van een geijkte en voor de meting geteste en op de voorgeschreven wijze gebruikt verkeersmeetmiddel

Gemeten radarsnelheid: 096

Geconstateerde/gecorrigeerde snelheid: 093

De gedraging vond plaats binnen de bebouwde kom

Soort radar: Gatso

Naam van ambtenaar: Varenhorst

Rangomschrijving: Verkeerscontr. Buit. Ops.Ambt.

Verbalisant is gecertificeerd radarwaarnemer.

Radarapparatuur is geijkt tot: november 2001.".

3.5. De betrokkene stelt daartegenover als specifieke omstandigheid dat op de gemaakte foto twee auto's zichtbaar zijn zonder dat duidelijk is met welke auto de gedraging zou zijn verricht.

3.6. Op de zich in het dossier bevindende afschriften van de foto zijn twee auto's zichtbaar. Gerekend vanuit de cameraopstelling bevindt de eerste auto - zijnde de door de gemachtigde bestuurde auto - zich op de tweede rijstrook van rechts, en de tweede auto zich op de meest rechts gelegen rijstrook, schuin voor en deels achter de eerste auto. Van beide auto's is de achterzijde met de kentekenplaat zichtbaar. Zij bevinden zich ten opzichte van de opstelling van de radarapparatuur min of meer in elkaars verlengde. Gelet op die onderlinge positie van de auto's rijst naar het oordeel van het hof zoveel twijfel, of de door de gemachtigde van de betrokkene bestuurde auto de gedraging heeft begaan, dat de juistheid van de inleidende beschikking niet is komen vast te staan. Dit betekent dat de inleidende beschikking niet in stand kan blijven en om die reden in zoverre de beslissing van de kantonrechter moet worden vernietigd.

3.7. Het voorgaande brengt mee, wat er verder zij van de rechtsgrond voor de beslissing van de kantonrechter om de gemachtigde van de betrokkene te veroordelen in de kosten van de procedure, dat er geen plaats is voor een dergelijke veroordeling en dat ook te dien aanzien de beslissing van de kantonrechter moet worden vernietigd.

3.8. Het hof zal derhalve de beslissing van de kantonrechter vernietigen en doen wat deze had behoren te doen.

3.9. De overige bezwaren van de betrokkene behoeven gelet op het voorgaande geen bespreking.

3.10. Gelet op het bepaalde in art. 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht komen de reiskosten die de gemachtigde van de betrokkene heeft gemaakt in verband met het bijwonen van de zitting van de kantonrechter voor vergoeding in aanmerking. Ingevolge art. 2, eerste lid, aanhef en onder c, van voormeld Besluit jo art. 6, eerste lid, onderdeel III, van het Besluit tarieven in strafzaken worden reiskosten berekend naar het tarief per openbaar middel van vervoer, laagste klasse. Het hof zal daarom ter zake van reiskosten ([woonplaats]-Haarlem v.v.) aan de betrokkene een bedrag toekennen van €3,30 Euro.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie d.d. 19 juni 2002, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nr. 29048473915 de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van art. 11 WAHV tot zekerheid is gesteld, te weten een bedrag van €87,22 Euro, door de advocaat-generaal aan hem wordt gerestitueerd.

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de gemachtigde van de betrokkene tot een bedrag van 3,30 Euro;

wijst het verzoek van de officier van justitie om de gemachtigde van de betrokkene te veroordelen in de proceskosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Hiemstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.