Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2004:AO8519

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
18-02-2004
Datum publicatie
28-04-2004
Zaaknummer
WAHV 03-01124
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Persoon ten onrechte aangemerkt als de gemachtigde van de betrokkene. Brief ten onrechte aangemerkt als verzetschrift. De betrokkene stond onder voogdij. In dit geval rijst de vraag of de betekening van het dwangbevel wel op de juiste wijze heeft plaatsgevonden.

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 26
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 26a
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 46
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
VR 2004, 144
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 03/01124

18 februari 2004

CJIB 46710345

Gerechtshof te Leeuwarden

Beschikking

op het hoger beroep tegen de beschikking

van de kantonrechter van de rechtbank te Rotterdam

van 16 juni 2003

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats],

voor wie optreed[derde]]

wonende te [woonplaats].

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft de betrokkene in het verzet tegen de tenuitvoerlegging van een door de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden op 13 november 2002 uitgevaardigd dwangbevel niet-ontvankelijk verklaard. De beschikking van de kantonrechter is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

[derde] heeft tegen de beschikking van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

Nadat [derde] daartoe is aangeschreven door de griffier van de rechtbank, is op de voet van het bepaalde in art. 26a, tweede lid, WAHV, zekerheid gesteld voor het nog verschuldigde bedrag en van al de kosten en is op de voet van het bepaalde in art. 26a, derde lid, WAHV door [derde] het verschuldigde griffierecht betaald.

[derde] heeft alsnog een beroepschrift, voorzien van een handtekening, ingediend.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

[derde] is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. De kantonrechter heeft de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard in het verzet, omdat deze niet binnen de gestelde termijn het ingevolge art. 26, vierde lid, WAHV, verschuldigde griffierecht heeft voldaan en geen feiten of omstandigheden heeft gesteld op grond waarvan geoordeeld moet worden dat niet-ontvankelijkheid achterwege moet blijven.

3.2. Ten deze is het volgende van belang.

Op 26 maart 2003 is ter griffie van de rechtbank ingekomen een brief d.d. 24 maart 2003 van [derde]. Hierin geeft hij aan, dat de betrokkene sinds 27 april 2001 niet meer op het aangegeven adres woont, niet op dat adres staat ingeschreven en onder voogdij staat. Hij doet voorts opgave van het nieuwe adres van de betrokkene en geeft aan te hopen, dat met de brief een einde is gekomen aan de op zijn adres bezorgde post.

Blijkens een schriftelijke notitie van de griffier van de rechtbank, alsmede blijkens de verdere gang van zaken, is [derde] aangemerkt als gemachtigde van de betrokkene. Voormelde brief biedt echter onvoldoende grondslag om aan te nemen dat [derde] optrad als gemachtigde van de betrokkene en de griffier van de rechtbank heeft dan ook ten onrechte [derde] als zodanig aangemerkt.

3.3. Bij brief van 31 maart 2003 heeft de griffier van de rechtbank [derde] meegedeeld dat hij voor de behandeling van het verzet €Euro 87,-- griffierecht verschuldigd is en dat hij op korte termijn van de afdeling Financieel Economische Zaken van het arrondissement Rotterdam een acceptgiro zal ontvangen, waarmee hij het griffierecht dient te voldoen binnen 30 dagen na ontvangst van die acceptgiro. Op 25 april 2003 heeft de afdeling Financieel Economische Zaken van het arrondissement Rotterdam een nota naar [derde] gestuurd, betreffende het te betalen griffierecht, met daaraan gehecht een acceptgiro.

3.4. Uit het hiervoor onder 3.2. overwogene vloeit voort, dat de griffier ten onrechte [derde] heeft aangeschreven ter voldoening van het griffierecht. Aldus is op onjuiste gronden geoordeeld dat de betrokkene wegens het niet (tijdig) voldoen van het griffierecht niet in zijn verzet kan worden ontvangen.

3.5. Het gegeven, dat [derde] niet als gemachtigde van de betrokkene kon worden aangemerkt, brengt voorts mee dat de brief van 24 maart 2003 niet als verzetschrift tegen de tenuitvoerlegging van voornoemd dwangbevel kan worden aangemerkt. De brief is mitsdien ten onrechte als zodanig ingeboekt bij de rechtbank.

3.6. [derde] heeft hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van de kantonrechter. Aangezien hij ten onrechte in de procedure is betrokken, brengen de beginselen van behoorlijke procesorde mee dat in dit stadium van het geding niet kan worden geoordeeld dat [derde] niet in zijn hoger beroep kan worden ontvangen.

3.7. Op grond van het voorgaande zal het hof oordelend in hoger beroep de beschikking van de kantonrechter vernietigen, in voege als na te melden.

3.8. Niet gebleken is dat kosten zijn gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.

3.9. Ten overvloede overweegt het hof nog als volgt. Gelet op het door [derde] opgegeven adres van de betrokkene vanaf 27 april 2001 alsmede de mededeling dat de betrokkene niet op het adres van [derde] stond ingeschreven en onder voogdij stond rijst de vraag of - gelet op art. 12, Boek 1, BW - de betekening van het dwangbevel conform art. 46 Rv. "aan de woonplaats" van de betrokkene heeft plaatsgevonden. Het hof zal de brief van [derde] van 24 maart 2003 in verband hiermee doorzenden naar de advocaat-generaal van het ressortsparket te Leeuwarden, die in deze fase van het geding in de plaats treedt van de officier van justitie, onder gelijktijdige mededeling hiervan aan [derde].

4. De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de bestreden beschikking;

bepaalt dat een bedrag van Euro€ 205,11 aan [derde] wordt gerestitueerd, hetgeen uit hoofde van voormeld dwangbevel door hem is betaald, alsmede dat een bedrag van Euro€ 87,-- door de griffier van de rechtbank aan [derde] wordt gerestitueerd, hetgeen door hem is betaald aan griffierecht;

draagt de griffier op de brief van de betrokkene van 24 maart 2003 ter verdere behandeling door te zenden aan de advocaat-generaal onder gelijktijdige mededeling hiervan aan [derde].

Deze beschikking is gegeven door mrs. Dijkstra, Poelman en Weenink, in tegenwoordigheid van mr. Hiemstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.