Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2004:AO8512

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
18-02-2004
Datum publicatie
28-04-2004
Zaaknummer
WAHV 04-00015
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

art. 26 WAHV; art. 26a WAHV; In de mededeling van de griffier van de rechtbank omtrent de verplichting om in hoger beroep zekerheid te stellen en griffierecht te betalen is vermeld dat in verband met de betaling van het griffierecht aan de betrokkene een acceptgiro zal worden toegezonden. Niet is vermeld dat het griffierecht ook ter griffie van de rechtbank kan worden gestort. De betrokkene stelt geen acceptgiro te hebben ontvangen. Het dossier bevat geen afschrift van de acceptgiro. Naar het oordeel van het hof is de betrokkene niet op de juiste wijze in de gelegenheid gesteld om het griffierecht in hoger beroep te voldoen. Om doelmatigheidsredenen wordt de betrokkene echter niet opnieuw in de gelegenheid gesteld om griffierecht te betalen.

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 26
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 26a
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 26a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 04/00015

18 februari 2004

CJIB 51482700

Gerechtshof te Leeuwarden

Beschikking

op het hoger beroep tegen de beschikking

van de kantonrechter van de rechtbank te Haarlem

van 19 augustus 2003

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

gevestigd te [plaatsnaam],

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft de betrokkene in het verzet tegen de tenuitvoerlegging van een door de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden op 12 februari 2003 uitgevaardigd dwangbevel niet-ontvankelijk verklaard. De beschikking van de kantonrechter is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beschikking van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal heeft een reactie gegeven op de nadere toelichting op het beroep.

3. Beoordeling

3.1. Ingevolge art. 26a, tweede en derde lid, WAHV is degene die hoger beroep heeft ingesteld tegen een beschikking als de onderhavige slechts ontvankelijk in dat beroep na voorafgaande zekerheidstelling van het nog verschuldigde bedrag en van al de kosten en voorts na betaling van het verschuldigde griffierecht.

3.2. Bij brief van 5 december 2003 met kenmerk 199861WM VERZ 03-0617 heeft de griffier van de rechtbank de betrokkene in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken na de dag van verzending van zijn mededeling zekerheid te stellen door storting van het verschuldigde bedrag op de rekening van het Centraal Justitieel Incassobureau te Leeuwarden. Tevens is de betrokkene mededeling gedaan van de verplichting om een griffierecht ter hoogte van Euro€ 87,-te betalen. Ook is aan de betrokkene medegedeeld dat zij voor de betaling van het griffierecht een acceptgiro zal ontvangen en dat zij deze dient te betalen binnen de daarop aangegeven termijn.

3.3. Het hof is - anders dan de advocaat-generaal - van oordeel dat uit het door de betrokkene overgelegde rekeningafschrift genoegzaam blijkt dat op valutadatum 10 december 2003 voormelde zekerheid met kenmerk 199861WM is betaald.

3.4. Uit een brief van de griffier van de rechtbank gedateerd 12 januari 2004 aan de griffier van het hof blijkt dat er evenwel geen griffierecht is betaald. Gelet hierop dient de betrokkene niet-ontvankelijk te worden verklaard , tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener van het hoger beroep in verzuim is geweest.

3.5. De betrokkene voert aan dat zij nooit een acceptgiro voor een bedrag van €Euro 87,- heeft ontvangen.

3.6. Nu de hiervoor onder 3.2. genoemde brief van de griffier van de rechtbank niet vermeldt, dat de betrokkene niet alleen door middel van een acceptgiro het griffierecht op de rekening van de rechtbank kan storten doch het griffierecht ook ter griffie van de rechtbank kan storten, en het dossier geen afschrift van een acceptgiro voor de betaling van het griffierecht bevat, moet het ervoor worden gehouden dat de betrokkene niet op de juiste wijze in de gelegenheid is gesteld het griffierecht in hoger beroep te voldoen.

3.7. De betrokkene zou daarom opnieuw in de gelegenheid moeten worden gesteld om het griffierecht in hoger beroep te voldoen. Om doelmatigheidsredenen zal het hof daar echter niet toe overgaan, gelet op het navolgende.

3.8. Indien de betrokkene alsnog voormeld griffierecht betaalt, kan het hof niet anders dan de beschikking van de kantonrechter bevestigen. Het hof overweegt hiertoe als volgt.

3.9. Ingevolge art. 26, derde lid, WAHV wordt het verzetschrift binnen twee weken na de betekening van het dwangbevel ingediend bij de rechtbank van het arrondissement waar het adres is van degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd.

3.10. Blijkens de gedingstukken is het dwangbevel op 13 februari 2003 betekend. Het verzetschrift is gedateerd 15 maart 2003 en het is op 18 maart 2003 bij het CJIB ontvangen. Ingevolge art. 26, derde lid, WAHV is de termijn voor het instellen van verzet twee weken na betekening van het dwangbevel. Het verzetschrift is niet binnen die termijn ingediend.

3.11. Ingevolge het bepaalde in het tweede lid van art. 1:4 Awb zijn de art. 6:9 en 6:11 Awb van toepassing uitgesloten. De wetgever heeft niet voorzien in de mogelijkheid van verschoonbaarheid van overschrijding van de in art. 26, derde lid, WAHV genoemde termijn. In die omstandigheden moet worden aangenomen, dat de wetgever - anders dan in het niet van toepassing zijnde art. 6:11 Awb - in beginsel niet heeft willen voorzien in de mogelijkheid van verschoonbaarheid van overschrijding van de in art. 26, derde lid, WAHV genoemde termijn. Daarom kan slechts in geval van uitzonderlijke omstandigheden worden aangenomen, dat ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend verzetschrift op grond daarvan niet-ontvankelijkverklaring achterwege dient te blijven. Dergelijke uitzonderlijke omstandigheden zijn gesteld noch gebleken. De kantonrechter heeft de betrokkene derhalve terecht niet-ontvankelijk verklaard in haar verzet.

3.12. Nu de betrokkene geen griffierecht heeft betaald, dient de betrokkene in het hoger beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard.

3.13. Ten behoeve van de vertegenwoordiger van de betrokkene verdient nog opmerking dat de WAHV niet de mogelijkheid biedt om, zoals hij verzoekt in het hoger beroepschrift, de betalingsverplichting te vervangen door het ondergaan van een gevangenisstraf of een taakstraf.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Deze beschikking is gegeven door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Bijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.