Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2004:AO8299

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
07-01-2004
Datum publicatie
26-04-2004
Zaaknummer
WAHV 03-00971
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Overschrijding maximumsnelheid dermate hoog, dat er geen sprake is van een Mulderfeit. Derhalve ten onrechte administratieve sanctie opgelegd als bedoeld in de Wet Mulder. Inleidende beschikking vernietigd.

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 2, geldigheid: 2004-01-07
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

WAHV 03/00971

7 januari 2004

CJIB 19055538460

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank te 's-Hertogenbosch

van 6 augustus 2003

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement 's-Hertogenbosch ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van 92,-- Euro opgelegd ter zake van "overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom (gedragsregel); > 20 km/h en t/m 25 km/h (gedragscode S200d)", welke gedraging zou zijn verricht op 19 september 2002 op de Weerscheut in de te Vinkel.

3.2. De betrokkene ontkent niet ten tijde en ter plaatse als voormeld als bestuurder van een motorvoertuig te hebben gereden. Hij bestrijdt echter de juistheid van de in de inleidende beschikking vermelde geconstateerde snelheid van 105 km/h en de daarin vermelde toegestane snelheid van 80 km/h. Deze dienen naar zijn mening op 85 km/h respectievelijk 60 km/h gesteld te worden.

3.3. Blijkens de aankondiging van beschikking, de ambtsedige toelichting van de verbalisant in het zaakoverzicht van het CJIB en de ambtsedige verklaringen van de verbalisant in de processen-verbaal met de nummers PL2140/03-105311, d.d. 11 januari 2003, en PL2140/03-117914, d.d. 4 februari 2003, in onderling verband en samenhang beschouwd, heeft de verbalisant het volgende gerelateerd - zakelijk weergegeven -:

De snelheid van het door de betrokkene bestuurde voertuig is vastgesteld met behulp van de geijkte snelheidsmeter van het door de verbalisant bestuurde dienstvoertuig door het door de betrokkene bestuurde voertuig op een afstand van 50 meter over een traject van ongeveer 750 meter te volgen. De gemeten (afgelezen) snelheid bedroeg 110 km/h, de werkelijke (gecorrigeerde) snelheid 105 km/h.

3.4. Met betrekking tot de vraag wat de toegestane snelheid ter plekke was is het volgende van belang. Uit het door de verbalisant opgemaakte proces-verbaal PL2140/03-117914 d.d. 18 oktober 2003, in samenhang met de door de gemeente Maasdonk verstrekte informatie d.d. 17 september 2003, blijkt dat de toegestane snelheid op de Weerscheut te Vinkel op 19 september 2002 60 km/h bedroeg.

3.5. Het voorgaande brengt mee, dat de vaststelling dat de betrokkene 105 km/u heeft gereden betekent, dat de maximumsnelheid met 45 km/h zou zijn overschreden. Dit is niet een gedraging, voorkomend op de bijlage van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften. Immers, in de Richtlijn voor strafvordering nr. 1999 R040, waarin eveneens de bijlage van de WAHV is opgenomen, wordt de overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom (gedragsregel) meer dan 40 km/h en tot en met 45 km/h (feitcode S 200i) aangeduid met een sterretje, hetgeen betekent, dat er sprake is van een feit, waarvoor de politie geen transactiebevoegdheid heeft en die niet vallen onder de Wet Mulder. Aan de betrokkene is derhalve ten onrechte bij inleidende beschikking een administratieve sanctie opgelegd.

3.6. De inleidende beschikking kan op voormelde grond niet in stand blijven. Het hof zal doen hetgeen de kantonrechter had behoren te doen.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie d.d. 22 februari 2003, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nr. 19055538460 de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van art. 11 WAHV tot zekerheid is gesteld, te weten een bedrag van €92,-- Euro, door de advocaat-generaal aan hem wordt gerestitueerd.

Dit arrest is gewezen door mrs. Dijkstra, Poelman en Weenink, in tegenwoordigheid van mr. Hiemstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.