Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2004:AO8269

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
28-01-2004
Datum publicatie
23-04-2004
Zaaknummer
WAHV 03/00955
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Er is geen wet of regeling die voorschrijft dat de in een flitspaal geplaatste apparatuur niet een andere snelheid zou mogen meten dan de snelheid waarop deze aanvankelijk was afgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 03/00955

28 januari 2004

CJIB 19050324392

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank te Amsterdam

van 29 juli 2003

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van €Euro 80,- opgelegd ter zake van "overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen, wegwerkzaamheden (bord A1) meer dan 10 km/h en t/m 15 km/h", welke gedraging zou zijn verricht op 12 maart 2002 om 11.59 uur op de Rijksweg A9 in Amsterdam.

3.2. De betrokkene erkent de gedraging niet. Hiertoe voert hij het volgende aan. De flitspaal waarmee de gedraging is waargenomen was op een lagere snelheid afgesteld dan de ter plaatse geldende maximumsnelheid. De betrokkene vraagt zich af op welke wet of welke regeling dit is gebaseerd. Verder voert de betrokkene aan dat hij met het verkeer mee reed op de linker rijstrook. Op de rechter rijstrook rijdt namelijk de gehele dag door veel vrachtverkeer. Volgens de betrokkene was er slechts één bord maximumsnelheid 70 km per uur en deze was geplaatst in de berm naast de rechter rijstrook. Door het vele vrachtverkeer was dit bord niet zichtbaar.

3.3. De ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht houdt onder meer het volgende in: "Gedragingsgegevens: ter hoogte van hectometerpaal/pandnummer 9.75, Merk van het voertuig: Mazda, Soort weg: autosnelweg, Gemeten radarsnelheid: 086, Geconstateerde/gecorrigeerde snelheid 083, Toegestane snelheid 070".

3.4. Het aanvullend proces-verbaal van de verbalisant van 2 september 2002 houdt onder meer het volgende in: "... de bestuurder reed over de rijbaan van de A-9, komende vanuit de richting van de A-1 en gaande in de richting van de A-2. I.v.m. werkzaamheden aan het spoorwegviaduct gold er een snelheid van 70 kilometer per uur. Ter hoogte van H.M. 9.2 een bord A1 110 km/u, geplaatst aan beide zijde (het hof leest: zijden) van de rijbaan. Ter hoogte van H.M. 9.6 een bord A1, 70 km/u met als onderbord J16 (werk in uitvoering), geplaatst aan beide zijde (het hof leest: zijden) van de rijbaan. Ter hoogte van h.m. 9.75 de flitspaal. Ter hoogte van H.M. 10.1 een bord A1, 70 km/u met als onderbord WIUI 10.0 (met als tekst uitvoegend werkverkeer), geplaatst aan beide zijde (het hof leest: zijden) van de rijbaan. Ter hoogte van h.m. 10.4 een bord A1, 100 km/u, geplaatst aan beide zijde (het hof leest: zijden) van de rijbaan.".

3.5. Het hof ziet geen aanleiding te twijfelen aan de inhoud van het zaakoverzicht en het aanvullend proces-verbaal. Voor zover de betrokkene - naar het hof begrijpt - de juistheid van de meting wil aanvechten op grond van het gegeven dat de flitspaal daar ter plaatse gewoonlijk was afgesteld op de ter plaatse geldende maximumsnelheid en niet op de maximumsnelheid in de uitzonderingssituatie die zich ten tijde van de gedraging voordeed, overweegt het hof, dat de radarapparatuur, zoals blijkens het proces-verbaal van de zitting van de kantonrechter van de zijde van het openbaar ministerie ook is uiteengezet, op verschillende te meten snelheden kan worden afgesteld. De betrouwbaarheid van de meting is daarbij niet in het geding. Er is geen wet of regeling die voorschrijft, dat de in een flitspaal geplaatste apparatuur niet een andere snelheid zou mogen meten, dan de snelheid waarop deze aanvankelijk was afgesteld. Naar de overtuiging van het hof is daarom komen vast te staan dat de gedraging is verricht.

3.6. Het hof is voorts van oordeel dat de door de betrokkene aangevoerde omstandigheden geen omstandigheden zijn die het opleggen van een administratieve sanctie niet billijken dan wel dat deze omstandigheden zouden moeten leiden tot het vaststellen van een lagere sanctie. Dat er slechts één bord met maximumsnelheid 70 km/uur was en dat deze alleen zou zijn geplaatst aan de rechterzijde van de rijbaan mist immers feitelijke grondslag.

3.7. Gelet op het voorgaande dient de beslissing van de kantonrechter te worden bevestigd.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.