Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2004:AO5436

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
04-02-2004
Datum publicatie
11-03-2004
Zaaknummer
WAHV 03-00780
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Lang tijdsverloop tussen ontvangst van het hoger beroepschrift door de griffier van de rechtbank en het toezenden van de stukken aan het hof (namelijk bijna 1 jaar); Recht van de betrokkene op behandeling van de zaak binnen een redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM geschonden. Inleidende beschikking vernietigd.

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 15
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 03/00780

4 februari 2004

CJIB 39950003

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank te [woonplaats]

van 16 mei 2002

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Haarlem niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

Bij brief van 13 juli 2002, blijkens een daarop geplaatst stempel ingekomen bij het CJIB op 18 juli 2002, heeft de betrokkene - naar het hof begrijpt - gereageerd op een betalingsoverzicht na beroep bij de kantonrechter van het CJIB d.d. 5 juli 2002. Deze brief is door het CJIB doorgezonden naar de kantonrechter van de rechtbank Haarlem. De griffier van de rechtbank heeft voormelde brief aangemerkt als beroepschrift, gericht tegen de beslissing van de kantonrechter van 16 mei 2002. Vervolgens zijn voormeld schrijven van de betrokkene en de gedingstukken bij brief van 1 augustus 2003 aan de griffier van het hof gezonden, die deze op 4 augustus 2003 heeft ontvangen.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking van 2 maart 2001 een administratieve sanctie van fl 180,- (= Euro€ 81,68) opgelegd ter zake van "voor het motorrijtuig van 3500 kg of minder heeft het keuringsbewijs zijn geldigheid verloren", welke gedraging zou zijn verricht op 13 december 2000 in de gemeente Haarlem (registercontrole).

3.2. De betrokkene heeft tijdig tegen de inleidende beschikking beroep ingesteld. Op 22 maart 2001 heeft de officier van justitie het beroep ongegrond verklaard. Vervolgens is op 8 juni 2001 de eerste en op 1 augustus 2001 de tweede aanmaning verzonden. Bij brief van 9 augustus 2001, door het CJIB ontvangen op 10 augustus 2001, heeft de betrokkene beroep ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie. Bij brieven van 23 augustus 2001 en 14 september 2001 heeft de officier van justitie de betrokkene mededeling gedaan van de verplichting om zekerheid te stellen. Op 7 december 2001 heeft de officier van justitie het beroepschrift en de op de zaak betrekking hebbende stukken ter kennis van de rechtbank gebracht. Bij beslissing van 16 mei 2002, verzonden op 6 juni 2002, heeft de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat geen zekerheid is gesteld. Bij brief van 13 juli 2002, door het CJIB ontvangen op 18 juli 2002, heeft de betrokkene hoger beroep ingesteld.

3.3. Het hoger beroepschrift is in augustus 2002 door de rechtbank ontvangen. Eerst bij brief van 1 augustus 2003 zijn het beroepschrift en de op de zaak betrekking hebbende stukken aan het hof toegezonden.

3.4. Ingevolge art 15, tweede lid, WAHV zendt de griffier van de rechtbank, nadat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken, het ingekomen beroepschrift met de stukken van het geding en een afschrift van de beslissing onverwijld ter griffie van het gerechtshof te Leeuwarden in.

3.5. Gelet op het bepaalde in art. 15 WAHV, alsmede in aanmerking nemende dat uit de stukken niet blijkt van bijzondere omstandigheden die het lange tijdsverloop tussen de ontvangst van het hoger beroepschrift en het toezenden van de stukken aan het hof kunnen rechtvaardigen, moet worden geoordeeld dat het recht van de betrokkene op behandeling van de zaak binnen een redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is geschonden. Bedoelde termijn is zodanig overschreden dat de inleidende beschikking dient te worden vernietigd.

3.6. Het hof acht geen termen aanwezig een kostenveroordeling uit te spreken, nu niet gebleken is van kosten die voor vergoeding in aanmerking kunnen komen.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie van 22 maart 2001 alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nr 39950003 de administratieve sanctie is opgelegd.

Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.