Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2004:AO5435

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
04-02-2004
Datum publicatie
11-03-2004
Zaaknummer
WAHV 03-01012
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

art. 21 RVV 1990; art. 5 WAHV; maximumsnelheid; meetmiddel; lasergun; staandehouding; Geen rechtsregel verplicht in de situatie, waarin de gedraging is waargenomen met een lasergun, ertoe dat de betrokkene wordt staandegehouden.

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 5
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 03/01012

4 februari 2004

CJIB 19051369006

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank te Arnhem

van 21 juli 2003

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Arnhem ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Hierbij is verzocht om het bedrag van de borg (het hof leest: zekerheidstelling) aan de betrokkene te retourneren.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van 156 euro opgelegd ter zake van "overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen, wegwerkzaamheden (bord A1) meer dan

25 km/h en t/m 30 km/h", welke gedraging zou zijn verricht op 3 april 2002 op de A15 in Tiel.

3.2. De betrokkene ontkent de gedraging te hebben verricht. Hiertoe voert de betrokkene aan, dat de officier van justitie onvoldoende inzichtelijk heeft kunnen maken dat de gedraging door hem is verricht. Ook voert de betrokkene aan dat in de situatie waarin een gedraging met behulp van laser is waargenomen staandehouding dient plaats te vinden en dat dit in het onderhavige geval niet is gebeurd. Verder trekt de betrokkene in twijfel dat staandehouding, gelet op de wegwerkzaamheden ter plaatse, niet mogelijk zou zijn. Ten slotte trekt de betrokkene in twijfel of de gebruikte methode van snelheidsmeting ten tijde van de overtreding een door het Nederlands Meetinstituut goedgekeurde en wettelijk geoorloofde meetmethode was.

3.3. De ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht houdt onder meer het volgende in: "Gedragingsgegevens: De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. een voor de meting getest, geijkt en op de voorgeschreven wijze gebruikt snelheids-controle-apparaat. Gemeten (afgelezen) snelheid: 101 km per uur. Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 097 km per uur. Toegestane snelheid: 070 km per uur. Merk/soort apparaat: laserpatrol. Meetafstand laser-gun: 362 m. De werkelijke snelheid is het resultaat van een, overeenkomstig de richtlijn van de VCOM, uitgevoerde correctie op de afgelezen snelheid van het controle-apparaat. Ter plaatse werden wegwerkzaamheden uitgevoerd. Op het tijdstip van constatering werd aan deze wegwerkzaamheden wel gewerkt. Door deze werkzaamheden was er sprake van een gewijzigde wegsituatie die wel gevaarscheppende elementen opleverde.".

3.4. In WAHV-zaken biedt de ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB, in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling van de schuld van de betrokkene. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de ambtsedige verklaring in het zaakoverzicht dan wel uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken. Indien een en ander zich niet voordoet, bestaat geen noodzaak tot nader onderzoek.

3.5. De betrokkene stelt tegenover de verklaring van verbalisant slechts zijn ontkenning de gedraging te hebben verricht, maar voert ter ondersteuning van die ontkenning geen voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aan. De betrokkene volstaat met het naar voren brengen van algemeenheden die geen grondslag hebben in het dossier. Het hof is bij die stand van zaken niet gehouden de deugdelijkheid van de meetapparatuur nader te onderzoeken.

3.6. Uit de in het zaakoverzicht opgenomen ambtsedige verklaring van de verbalisant, blijkt dat hij de gereden snelheid van het voertuig van de betrokkene heeft vastgesteld met behulp van een voor de meting getest en op de voorgeschreven wijze gebruikt verkeersmeetmiddel. Dit kan bezwaarlijk anders worden opgevat dan dat op de gebruikelijke en rechtens deugdelijke wijze de snelheid van het voertuig is vastgesteld. Uit de verklaring van de verbalisant blijkt tevens dat de snelheidsmeter is geijkt.

3.7. Het hof ziet geen aanleiding te twijfelen aan de ambtsedige verklaring in het zaakoverzicht. Naar de overtuiging van het hof is komen vast te staan dat de betrokkene heeft gereden met de geconstateerde snelheid op de tijd en plaats als in de inleidende beschikking vermeld. Weliswaar is de lasergun niet in de Regeling meetmiddelen politie opgenomen, maar in het voetspoor van Hoge Raad

22 augustus 2000, VR 2000,150 moet worden geconstateerd dat geen rechtsregel zich verzet tegen gebruik van een meetmiddel, dat niet is opgenomen in de Regeling meetmiddelen politie. Gelet hierop, alsmede gelet op hetgeen in de vorige alinea is overwogen, kan naar het oordeel van het hof niet worden gezegd, dat het in casu gebruikte meetmiddel ten tijde van de gedraging niet rechtsgeldig was. Het hof overweegt hierbij voort nog, dat de meting niet over een afstand, zoals de betrokkene stelt, maar op een afstand van 362 meter heeft plaatsgevonden.

3.8. Geen rechtsregel verplicht in de situatie, waarin de gedraging is waargenomen met een lasergun, ertoe dat de betrokkene wordt staandegehouden. Bij de gedingstukken bevindt zich een kennisgeving van bekeuring. Daarin is onder het kopje "Aanvullende gegevens overtreding" het volgende vermeld: "De snelheid werd gecontroleerd bij wegwerkzaamheden thv werkelijke graafwerkzaamheden met een maximumsnelheid van 70 km/h. Ter plaatse van de meting was een inrit voor werkverkeer in de noodvangrail gemaakt. Voor de meting werd een laser gebruikt. Staandehouding was niet mogelijk zonder gevaar en wegens gebrek aan plaats. De meting vond meer dan 500 meter achter bord A1 plaats. Ter plaatse was de weg versmald en werd gebruik gemaakt v/d vluchtstrook.". Het voorgaande kan bezwaarlijk anders worden opgevat dan dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding bestond. Van handelen in strijd met art. 5 WAHV is derhalve geen sprake.

3.9. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Nu de betrokkene in het ongelijk wordt gesteld, ziet het hof geen aanleiding om het bedrag van de zekerheidstelling aan de betrokkene te retourneren.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.