Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2003:AO1667

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
23-12-2003
Datum publicatie
14-01-2004
Zaaknummer
WAHV 03/00343
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

voor motorrijtuig van 3500 kg of minder geen keuringsbewijs afgegeven; Personenauto voldoet technisch aan de APK-normen, maar kon niet worden goedgekeurd wegens het ontbreken van de nieuwe fraudebestendige kentekenplaten; Gewetensbezwaren tegen het voeren van deze kentekenplaten, omdat hierop het EU-symbool is aangebracht, bestaande uit een krans van 12 sterren op een blauwe achtergrond; De WVW 1994 wet kent geen vrijstelling van de terzake uit de wet voortvloeiende verplichtingen. De wetgever heeft van een vrijstellingsregeling niet willen weten. Het beroep van de betrokkene op vrijheid van godsdienst kan niet leiden tot het oordeel dat in casu het opleggen van een sanctie niet is te billijken.

Wetsverwijzingen
Grondwet 6, geldigheid: 2003-12-23
Kentekenreglement 5, geldigheid: 2003-12-23
Wegenverkeerswet 1994 72, geldigheid: 2003-12-23
Wegenverkeerswet 1994 75, geldigheid: 2003-12-23
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 9, geldigheid: 2003-12-23
Regeling kentekens en kentekenplaten 3, geldigheid: 2003-12-23
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
VR 2004, 61

Uitspraak

WAHV 03/00343

23 december 2003

CJIB 89048566430

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank te Arnhem

van 31 januari 2003

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Arnhem ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Bij het beroepschrift is verzocht om een behandeling ter zitting.

Bij schrijven van 7 april 2003 heeft de betrokkene de gronden van het hoger beroep opgegeven.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal heeft een reactie gegeven op de nadere toelichting op het beroep.

De zaak is behandeld ter zitting van 21 augustus 2003. De betrokkene is verschenen. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr. E. Bloemendaal.

De advocaat-generaal heeft bij schrijven van 10 september 2003 een antwoord gegeven op de ter zitting van 21 augustus 2003 door het hof gestelde vraag.

De betrokkene heeft een reactie gegeven op het schrijven van de advocaat-generaal en daarbij aangegeven, zakelijk weergegeven, dat een nieuwe zitting niet noodzakelijk is.

De voorzitter heeft de zaak ter behandeling verwezen naar de meervoudige kamer.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van Euro€ 86,-- opgelegd ter zake van "voor het motorrijtuig van 3500 kg of minder is geen keuringsbewijs afgegeven" (feitcode K045A), welke gedraging zou zijn verricht op 15 januari 2002 op de Rijksweg A50 te Arnhem ten aanzien van een personenauto met het kenteken [kenteken]

3.2. De betrokkene ontkent de gedraging niet, maar stelt dat de personenauto - hoewel deze technisch voldoet aan de APK-normen - niet goedgekeurd kon worden wegens het ontbreken van de nieuwe fraudebestendige kentekenplaten. De betrokkene heeft gewetensbezwaren tegen het voeren van deze kentekenplaten, uitsluitend omdat hierop het EU-symbool is aangebracht, bestaande uit een krans van 12 sterren op een blauwe achtergrond. De krans is ontleend aan de Bijbel, te weten Openbaringen 12:1. Voorts heeft de ontwerper van dit EU-symbool beoogd met de krans van 12 sterren eer te bewijzen aan Maria en maakt het EU-symbool aldus onderdeel uit van de Mariaverering binnen de Rooms-Katholieke Kerk. De betrokkene heeft gewetensbezwaren tegen het voeren van het EU-symbool omdat dit ingaat tegen de kern van haar geloof, namelijk dat zondaars slechts door Gods genade door het bloed van Christus worden gereinigd en niet op voorspraak van Maria worden gered. Het voeren van een symbool dat beoogt eer te bewijzen aan Maria, is in strijd met Gods geboden. De door de betrokkene genoemde omstandigheden billijken niet het opleggen van een sanctie.

3.3. De gedraging onder de feitcode K045A berust op overtreding van artikel 72, eerste lid, WVW 1994. Dit artikellid bepaalt:

"Voor een motorrijtuig of een aanhangwagen, waarvoor een kenteken is opgegeven dan wel dient te zijn opgegeven, dient een keuringsbewijs te zijn afgegeven.".

3.4. Ingevolge art. 75, eerste lid en onder a wordt een keuringsbewijs voor een personenauto als de onderhavige - zakelijk weergegeven - afgegeven, indien het motorrijtuig heeft voldaan aan de eisen die ingevolge art. 71 WVW 1994 voor wat betreft bouw, inrichting en staat van onderhoud aan dat voertuig worden gesteld. De ingevolge art. 71 WVW 1994 aan personenauto's gestelde eisen zijn onder meer vastgelegd in art. 5.2.1.c Voertuigreglement luidende:

c. de kentekenplaten moeten zijn voorzien van het in artikel 5 van het Kentekenreglement voorgeschreven goedkeuringsmerk en moeten deugdelijk aan de voor- en achterzijde van het voertuig zijn bevestigd.".

3.5. Art. 5, eerste en derde lid, Kentekenreglement luidt:

"1. Het kenteken wordt aangebracht op een plaat die behoort tot een door de Dienst Wegverkeer goedgekeurde soort.

3. De in het eerste lid bedoelde plaat en de onderdelen daarvan zijn bij ministeriële regeling vast te stellen gevallen voorzien van bij die regeling vast te stellen merken.".

3.6. Art. 19 van de in het derde lid van art. 5 Kentekenreglement bedoelde Regeling eisen goedkeuring kentekenplaten 2000 bepaalt voor kentekenplaten volgens de modellen (....) 27.1 t/m 27.31 van de bijlage behorende bij de Regeling kentekens en kentekenplaten:

"1. Het keurmerk op de kentekenplaat moet zichtbaar, leesbaar en onuitwisbaar aan de voorzijde daarvan zijn aangebracht.

2. Het keurmerk dient overeen te komen met het model M.2 of M.3 van de bijlage behorende bij de Regeling kentekens en kentekenplaten.(....).".

3.7. Het hof heeft ambtshalve de vraag opgeworpen, waarop de eis berust dat ten behoeve van een APK-keuring slechts het voeren van zogenaamde GAIK-kentekenplaten is toegestaan. Het hof overweegt hieromtrent het volgende.

3.8. Blijkens de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 met betrekking tot de afgifte en inname van kentekenplaten (Kamerstukken II 1997-1998, 26138, nr. 3) is een aantal maatregelen noodzakelijk om fraude met kentekenplaten en gebruik van valse kentekenplaten tegen te gaan. Eén van de voorgestelde maatregelen is de invoering van een nieuw model kentekenplaat, dat zal bestaan uit een nieuw letter- en cijfertype, een Europees embleem en een landenteken. De invoering van het nieuwe model zal aldus plaatsvinden dat motorrijtuigen uiterlijk op 1 januari 2002 moeten zijn voorzien van kentekenplaten volgens het nieuwe model.

3.9. De Regeling kentekens en kentekenplaten schrijft in verband hiermee in art. 3 voor:

"1. Kentekens moeten zijn aangebracht op kentekenplaten in zwarte, onuitwisbare tekens op retroreflecterende achtergrond, volgens de modellen 27.1 tot en met 27.29 van de bijlage. De kleur van de achtergrond is geel voor de modellen 27.1 tot en met 27.10 (....).

2. (....)

3. Met betrekking tot motorrijtuigen die voor 1 februari 2000 in gebruik zijn genomen mogen kentekens (....) in afwijking van het eerste lid zijn aangebracht op een gele achtergrond volgens de modellen 11.1, 12.1, 13.1, 14.1, en 18.1 van de bijlage (....). Deze afwijkingsmogelijkheid geldt:

a. voor APK-plichtige motorrijtuigen: tot de aanvang van de eerste periodieke keuring na 1 juni 2000 (....).".

3.10. Uit de bijlage bij de Regeling kentekens en kentekenplaten volgt, dat kentekenplichtige motorrijtuigen op meer dan twee wielen kentekenplaten dienen te voeren volgens model 27.1 of 27.2. Ingevolge art. 2 eerste lid van de Regeling kentekens en kentekenplaten is daarop het Europese embleem en de landenindicator aangebracht op een blauwe reflecterende achtergrond.

Ingevolge het derde lid van art. 5 van deze Regeling moeten de kentekenplaten volgens onder meer de modellen 27.1 en 27.2 zijn voorzien van een merk volgens model M3 van de bijlage.

3.11. Blijkens de toelichting van de verbalisant in het zaakoverzicht is het voertuig in kwestie op 5 juli 1991 toegelaten op de weg en diende het voertuig (naar het hof begrijpt: voor de eerste maal en uiterlijk) gekeurd te worden op 5 juli 1994. Uit het voorgaande volgt, dat op het voertuig bij het aanbieden ter keuring een model kentekenplaat diende te zijn aangebracht voorzien van een merk overeenkomstig model M.3.

3.12. Aangezien blijkens het voorgaande platen volgens de modellen 27.1 en 27.2 tevens zijn voorzien van het door de betrokkene gewraakte EU-symbool, heeft het bezwaar van de betrokkene tegen het gebruik van dit symbool meegebracht dat het voertuig van de betrokkene blijkbaar noch bij het aanbieden ter keuring, zo dit in 2000 of 2001 al heeft plaatsgevonden, noch op 15 januari 2002 was voorzien van kentekenplaten, voorzien van een merk overeenkomstig model M.3.

Hieruit vloeit voort dat voor het voertuig, zo het al in de bestaande staat ter keuring kon worden aangeboden, het afgeven van een keuringsbewijs in elk geval niet mogelijk was, omdat het voertuig niet voldeed aan de daaraan gestelde eis dat het was voorzien van kentekenplaten, voorzien van het voorgeschreven goedkeuringsmerk.

3.13. Het voorgaande brengt mee dat naar de overtuiging van het hof de gedraging is verricht.

3.14. Vervolgens dient het hof de stelling van de betrokkene te beoordelen dat haar gewetensbezwaren zoals verwoord onder 3.2., het opleggen van een sanctie niet billijken. Het hof stelt vast dat de bezwaren van de betrokkene tegen het voeren van de kentekenplaten met EU-symbool op grond van haar geloofsovertuiging dermate klemmend zijn dat zij zich in geweten genoodzaakt voelt te weigeren deze platen te voeren. De weigering van de betrokkene deze kentekenplaten te voeren vloeit voort uit haar geloofsovertuiging en geeft aldus uitdrukking aan haar recht haar godsdienst in vrijheid te belijden. De gewetensbezwaren die de betrokkene aanvoert, houden derhalve een - terecht - beroep in op het recht, bedoeld in art. 6, eerste lid, Grondwet alsmede in art. 9, eerste lid, EVRM.

3.15. Het hof staat voor de beantwoording van de rechtsvraag of het recht van de betrokkene om haar godsdienst in vrijheid te belijden, ontoelaatbaar wordt beperkt door de verplichting fraudebestendige kentekenplaten met EU-symbool te voeren.

3.16. In beginsel moet worden aangenomen, dat, wanneer de wetgever geen bijzondere voorziening voor gewetensbezwaarden heeft geboden, geen vrijstelling kan worden verleend van de uit die wet voortvloeiende verplichtingen (vgl. HR 26-3-1991, NJ 1992, 196).

3.17. Weliswaar bevat de WVW 1994 in art. 149 een ontheffingsbevoegdheid voor de daar bedoelde situaties, maar ten aanzien van de verplichting tot het voeren van de fraudebestendige kentekenplaten met EU-symbool behelst de WVW 1994 geen regeling op grond waarvan wegens gewetensbezwaren vrijstelling kan worden verleend van deze verplichtingen. Bij de parlementaire behandeling van het hiervoor genoemde voorstel tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 met betrekking tot de afgifte en inname van kentekenplaten (Kamerstukken 26138) is de vraag of een zodanige vrijstellingsregeling in de wet zou moeten worden opgenomen noch door de regering noch door de Staten-Generaal aan de orde gesteld. Op grond daarvan moet worden aangenomen dat de wetgever van zodanige vrijstellingsregeling niet heeft willen weten.

3.18. Onder die omstandigheden en gelet op de aard van de GAIK-regeling (Gecontroleerde Afgifte en Inname Kentekenplaten) kan het beroep van de betrokkene op het recht van vrijheid van godsdienst niet leiden tot het oordeel dat in casu het opleggen van een sanctie niet is te billijken.

3.19. Het hof zal mitsdien de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mrs. Dijkstra, Poelman en Van Dijk, in tegenwoordigheid van mr. Hiemstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.