Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2003:AO0870

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
26-11-2003
Datum publicatie
23-12-2003
Zaaknummer
WAHV 03-00609
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

maximumsnelheid; internetberoep; tuftufclub.nl; Onjuiste en onbetrouwbare meting? De betrokkene volstaat slechts met het naar voren brengen van vele algemeenheden, die geen van alle een feitelijke grondslag hebben in het dossier. Geen aanleiding te twijfelen aan verklaring verbalisant. Geen nader onderzoek. IJkrapport. Certificaat gekwalificeerdheid opsporingsambtenaar. Verbalisant niet als getuige gehoord. Verzoek om informatie aan de politie.

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 12
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 11
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 03/00609

26 november 2003

CJIB 79052503307

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank te 's-Hertogenbosch

van 22 april 2003

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement 's-Hertogenbosch ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van €Euro 115,- opgelegd ter zake van "overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom (gedragsregel); > 25 km/h en t/m 30 km/h", welke gedraging zou zijn verricht op 3 juni 2002 om 08.30 uur op de Deurneseweg in Oploo.

3.2. De betrokkene ontkent niet ten tijde en ter plaatse van de gedraging de maximumsnelheid te hebben overschreden, doch betwist de mate van overschrijding van de maximumsnelheid. Hiertoe voert de betrokkene - zakelijk weergegeven - aan, dat er om velerlei redenen sprake was van een onjuiste en onbetrouwbare meting.

3.3. In WAHV-zaken biedt de ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB, in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling van de schuld van de betrokkene. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de ambtsedige verklaring in het zaakoverzicht dan wel uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken. Indien een en ander zich niet voordoet, bestaat geen noodzaak tot nader onderzoek.

3.4. Het zaakoverzicht houdt onder meer in dat de verbalisant de werkelijke snelheid van het voertuig van de betrokkene heeft vastgesteld met behulp van een voor de meting getest, geijkt en op de voorgeschreven wijze gebruikt verkeersmeetmiddel. Dit kan bezwaarlijk anders worden opgevat dan dat op de gebruikelijke en rechtens deugdelijke wijze de snelheid van het voertuig is vastgesteld.

3.5. De betrokkene voert ter ondersteuning van zijn stelling geen voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aan, doch volstaat slechts met het naar voren brengen van vele algemeenheden die geen van alle een feitelijke grondslag hebben in het dossier. Deze algemeenheden geven het hof geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van de ambtsedige verklaring in het zaakoverzicht. Het hof is bij die stand van zaken niet gehouden tot nader onderzoek.

3.6. De betrokkene voert verder aan, dat geen afschriften van het zaakoverzicht van het CJIB, een geldige verklaring van onderzoek voor de gebruikte meetapparatuur, een verklaring van de opsporingsambtenaar waaruit ondubbelzinnig blijkt hoe de overtreding is geconstateerd en de manier waarop is gemeten, en het certificaat waaruit ondubbelzinnig blijkt dat de opsporingsambtenaar die de radarapparatuur bediende althans had ingesteld hiervoor ook was gekwalificeerd ten tijde van de meting, aan hem zijn afgegeven.

3.7. Ten aanzien van het verzoek om een afschrift van het zaakoverzicht van het CJIB overweegt het hof dat uit het proces-verbaal van de zitting van de kantonrechter blijkt, dat hij het complete dossier heeft ontvangen. Nu het zaakoverzicht van het CJIB zich in dit dossier bevindt, moet het ervoor worden gehouden dat de betrokkene hiervan een afschrift heeft ontvangen. In het zaakoverzicht is een ambtsedige verklaring van de verbalisant opgenomen, die zoals hiervoor reeds is overwogen onder meer inhoudt dat de werkelijke snelheid is vastgesteld met behulp van een voor de meting getest, geijkt en op de voorgeschreven wijze gebruikt snelheidscontrole-apparaat. Dat de betrokkene geen zaakoverzicht en de verklaring van de verbalisant heeft ontvangen, mist derhalve feitelijke grondslag.

3.8. Met betrekking tot het verzoek van de betrokkene om overlegging van het ijkrapport, een verklaring van de opsporingsambtenaar en het certificaat overweegt het hof, dat geen wettelijke bepaling voorschrijft, dat in een geval als het onderhavige deze stukken deel uitmaken van de stukken van het geding. Een en ander brengt mee, dat de betrokkene aan art. 11, vierde lid, WAHV geen aanspraak op inzage van die stukken of verstrekking van een afschrift daarvan kan ontlenen, terwijl een zodanige aanspraak in het kader van de onderhavige procedure evenmin uit enige andere wettelijke bepaling voortvloeit (vgl. HR 27 oktober 1998, VR 1999, nr. 53).

3.9. Verder voert de betrokkene aan, dat de kantonrechter de verbalisant ten onrechte en in strijd met art. 6 EVRM, ondanks zijn uitdrukkelijk verzoek daartoe, niet als getuige heeft gehoord.

3.10. Art. 12, derde lid, WAHV bepaalt dat ter zitting getuigen en deskundigen kunnen worden meegebracht ten einde door de kantonrechter te worden gehoord. Deze kan ambtshalve of op verzoek ook andere personen als getuige of deskundige horen. Noch deze bepaling, noch enige andere rechtsregel verplicht de kantonrechter echter om in zaken als de onderhavige op verzoek een getuige of getuigen te horen.

3.11. In het oordeel van de kantonrechter ligt besloten dat hij het klaarblijkelijk niet nodig heeft geacht om de verbalisant als getuige op te roepen, omdat hij zich in staat heeft geacht en op grond van het dossier zich ook in staat heeft kunnen achten een oordeel te geven over het beroep van de betrokkene.

3.12. Tenslotte voert de betrokkene aan, dat hij in de bezwaarfase (het hof leest: beroepsfase) bij de officier van justitie ten onrechte niet schriftelijk op de hoogte is gesteld van een verzoek om informatie aan de politie.

3.13. In aanmerking genomen dat een dergelijk verzoek in de procedure bij de officier van justitie niet is gedaan, mist het verweer feitelijke grondslag en treft het derhalve geen doel.

3.14. Het hof ziet geen aanleiding te twijfelen aan de ambtsedige verklaring in het zaakoverzicht. Naar de overtuiging van het hof is dan ook komen vast te staan dat de betrokkene heeft gereden met de geconstateerde snelheid op de tijd en plaats als in de inleidende beschikking vermeld.

3.15. Gelet op het vorenoverwogene dient de beslissing van de kantonrechter te worden bevestigd.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Dijk, in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.