Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2003:AM1934

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
01-10-2003
Datum publicatie
20-10-2003
Zaaknummer
WAHV 03-00672
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

art. 14 WAHV; hoogte sanctie: Cumulatie van sancties niet mogelijk. De betrokkene betoogt dat de beslissing van de kantonrechter niet in het openbaar is uitgesproken. In aanmerking nemende dat de behandeling van de zaak in het openbaar heeft plaatsgevonden en voorts dat de beslissing van de kantonrechter aan de gemachtigde van de betrokkene is toegezonden, is naar het oordeel van het hof geen sprake van een zodanige schending van de in art. 6 EVRM vermelde waarborgen voor een eerlijk proces, dat ten aanzien van de betrokkene zou moeten worden geconcludeerd dat de behandeling niet eerlijk en onpartijdig is geweest. Geen doorbreking appelverbod..

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 03/00672

1 oktober 2003

CJIB 89046818518

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank te Rotterdam

van 28 februari 2003

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats]

voor wie als gemachtigde optreedt mr.drs. M.J.G. Schroeder, wonende te Rotterdam.

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl. 90,-- (= €Euro 40,84) opgelegd ter zake van "parkeren in strijd met parkeerverbod op plaats voor laden en lossen (Bord E7)", welke gedraging zou zijn verricht op 21 oktober 2001 om 13.34 op de Mauritsweg in Rotterdam.

3.2. Ingevolge het bepaalde in artikel 14 WAHV kan tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep bij het gerechtshof te Leeuwarden worden ingesteld, indien de opgelegde administratieve sanctie bij die beslissing meer bedraagt dan Euro€ 70,--, of indien de betrokkene niet-ontvankelijk is verklaard wegens het niet of niet tijdig stellen van zekerheid als bedoeld in art. 11, derde lid, WAHV. De aan de betrokkene opgelegde sanctie bedraagt € Euro 40,84.

3.3. Namens de betrokkene is aangevoerd, dat hij voor dezelfde overtreding die op 20 oktober 2001 om 20.04 uur is verricht eveneens een sanctie van € 40,84 heeft ontvangen, dat beide overtredingen als één gedraging moeten worden beschouwd, dat beide sancties daarom bij elkaar dienen te worden opgeteld en dat het hoger beroep op grond van cumulatie van beide sancties ontvankelijk is.

3.4. In de door de gemachtigde van de betrokkene aangehaalde arresten van het hof van 4 oktober 2000, WAHV 00/00095 en WAHV00/00096 (VR 2000/183) heeft het hof geoordeeld, dat cumulatie van sancties niet mogelijk is en wel reeds daarom niet omdat aan de betrokkene bij afzonderlijke inleidende beschikkingen een administratieve sanctie is opgelegd ter zake van twee op verschillende data geconstateerde gedragingen en op de tegen die beschikkingen aangewende rechtsmiddelen dienovereenkomstig steeds per beschikking afzonderlijk is beslist. In het onderhavige geval is daarvan eveneens sprake. Dat er in dit geval slechts 17,5 uur zit tussen beide overtredingen, maakt nog niet dat er sprake is van één gedraging in de zin van de WAHV. Ook het feit dat de auto niet van zijn plaats is geweest, leidt niet tot die conclusie. Hetgeen namens de betrokkene is aangevoerd, treft derhalve geen doel.

3.5. De betrokkene kan derhalve in het beroep niet worden ontvangen.

3.6. Namens de betrokkene is aangevoerd, dat hij desondanks in het hoger beroep dient te worden ontvangen, omdat de uitspraak van de kantonrechter in strijd met het bepaalde in art. 13, tweede lid, WAHV niet in het openbaar is uitgesproken.

3.7. Het hof heeft in bestendige rechtspraak beslist, dat het voorschrift met betrekking tot de openbaarheid van de uitspraak voor een goede rechtspleging van zo wezenlijke betekenis is dat de niet-naleving daarvan leidt tot nietigheid van de betreffende beslissing. De beslissing van de kantonrechter houdt in, dat deze is uitgesproken ter openbare terechtzitting. Door de gemachtigde van de betrokkene wordt gemotiveerd bestreden, dat de vermelding in de beslissing juist is. Hij heeft daarom verzocht de kantonrechter als getuige te horen. Op grond van het navolgende zal het hof geen nader onderzoek (doen) verrichten naar de vraag of de uitspraak daadwerkelijk in het openbaar is gedaan.

3.8. Het hof is van oordeel dat, wanneer een beroep wordt gedaan op schending van zo fundamentele beginselen van behoorlijke rechtspleging dat geen sprake is van een eerlijke en onpartijdige behandeling en dit beroep gegrond moet worden geacht, doorbreking van het appelverbod van art. 14,eerste lid, WAHV gewettigd is.

3.9. In aanmerking nemende, dat niet is bestreden dat de behandeling van de zaak in het openbaar heeft plaatsgevonden, en voorts, dat de gemachtigde van de betrokkene de beslissing is toegezonden is naar het oordeel van het hof geen sprake van een zodanige schending van de in art. 6, eerste lid, EVRM vermelde waarborgen voor een eerlijk proces, dat ten aanzien van de betrokkene zou moeten worden geconcludeerd, dat de behandeling niet eerlijk en onpartijdig is geweest. Voor een doorbreking van het appelverbod is derhalve geen plaats.

3.10. Voor een vergoeding van proceskosten is geen aanleiding. Derhalve zal het hof het verzoek om een kostenvergoeding afwijzen.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

verwerpt het beroep;

wijst het verzoek om een kostenvergoeding af.

Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.