Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2003:AM1913

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
01-10-2003
Datum publicatie
20-10-2003
Zaaknummer
WAHV 03-00526
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het feit dat een andere verbalisant dan degene die de gedraging heeft waargenomen de aankondiging van beschikking zou hebben opgemaakt, doet aan de bewijskracht van de waarneming niet af, aangezien dit slechts wijst op de omstandigheid dat de verbalisant in het gezelschap van een andere toezichthouder was en er kennelijk gezamenlijk is opgetreden. Gebruik van de vluchtstrook. Aan het eind van de door de betrokkene gevolgde invoegstrook lieten de bestuurders die reden in een aaneengesloten file op de rechterrijstrook van de rijbaan van de A50 de betrokkene niet invoegen. Geen sprake van noodgeval als bedoeld in art. 43, derde lid, RVV 1990. Voor betrokkenes stelling dat op de invoegstrook de snelheid slechts verhoogd en niet verlaagd mag worden is geen steun in het recht te vinden. Geen matiging sanctie.

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 9
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 03/00526

1 oktober 2003

CJIB 69054891767

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank te 's-Hertogenbosch

van 26 februari 2003

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement 's-Hertogenbosch ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van €Euro 144,-- opgelegd ter zake van "als weggebruiker buiten noodzaak over de vluchtstrook of vluchthaven rijden" (feitcode R472A), welke gedraging zou zijn verricht op 27 augustus 2002 op de Rijksweg A50 te Geffen.

3.2. De betrokkene stelt dat zij met de rechterwielen van het door haar bestuurde motorvoertuig over een afstand van 5 á 10 meter over de vluchtstrook heeft gereden en dat sprake was van een noodgeval, aangezien aan het eind van de door de betrokkene gevolgde invoegstrook de bestuurders die reden in een aaneengesloten file op de rechterrijstrook van de rijbaan van de A50 de betrokkene niet lieten invoegen, waarbij zij zich beroept op (de strekking van) de Nota van Toelichting bij het RVV 1990. De betrokkene meent dat de bewijslast van de gedraging geheel bij het openbaar ministerie ligt en dat niet van haar gevergd kan worden de door haar gestelde feiten en omstandigheden te bewijzen. Hierbij wijst de betrokkene erop dat sprake is van ontoereikend bewijs van de zijde van het openbaar ministerie, aangezien de aankondiging van beschikking en de toelichting in het zaakoverzicht zijn opgemaakt door twee verschillende verbalisanten en deze voorts elk de betrokkene hebben staande gehouden en "proces-verbaal hebben aangezegd". Voorts is het verweer dat niet buiten noodzaak op de vluchtstrook is gereden niet door enig bewijsmiddel weerlegd.

3.3. De in feitcode R 472a vermelde gedraging is een overtreding van art. 43, derde lid, RVV1990, dat luidt als volgt:

"Behoudens in noodgevallen is het de weggebruikers verboden op een autosnelweg of autoweg gebruik te maken van de vluchtstrook, de vluchthaven of de berm.".

3.4. Bij de stukken van het geding bevindt het zaakoverzicht van het CJIB, waarin is opgenomen een ambtsedige verklaring van de verbalisant Lebbing, inhoudende onder meer:

Pleegdatum: 270802

Pleeglokatie: Rijksweg A50

Pleegplaats: Geffen

Ik zag dat de bestuurder met een geschatte snelheid van 50 km/h over een afstand van 300 m. over de vluchtstrook reed.

3.5. Het hof ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de waarneming van de verbalisant. Het feit dat een andere verbalisant de aankondiging van beschikking zou hebben opgemaakt doet aan de bewijskracht van voormelde waarneming niet af, aangezien dit slechts wijst op de omstandigheid dat de verbalisant in het gezelschap van een andere toezichthouder was en er kennelijk verder gezamenlijk is opgetreden. Het hof acht niet aannemelijk dat de betrokkene slechts over korte afstand over de vluchtstrook is gereden.

3.6. Thans dient nog de door de betrokkene opgeworpen stelling, dat sprake was van een noodgeval, te worden besproken. De nota van toelichting op het RVV 1990 houdt in Hoofdstuk X (Belangrijke veranderingen) het volgende in:

"1 Het gebruik van de vluchtstrook (artikel 43)

Weggebruikers op autowegen en autosnelwegen mogen slechts in noodgevallen gebruik maken van vluchtstrook, vluchthaven of berm. Hier gaat het met name om de vluchtstrook. In het RVV 1990 is namelijk niet alleen het parkeren op de vluchtstrook aan banden gelegd maar ook het berijden ervan.

Bij het rijden op de vluchtstrook gaat het om twee totaal verschillende situaties. Rijden op de vluchtstrook om in te voegen, en rijden op de vluchtstrook om de file op de hoofdrijbaan te ontgaan. Het heeft natuurlijk nooit in de bedoeling gelegen dit toe te laten. Maar een verbod ontbrak. Vandaar dat tegen dit euvel werd opgetreden op grond van het verbod om rechts in te halen of artikel 25 van de WVW. Het nieuwe RVV verbiedt nu ook het rijden op de vluchtstrook nadrukkelijk. Tegen het irritante gebruik van de vluchtstrook bij filevorming kan nu dus zonder meer worden opgetreden. Bij het invoegen ligt de zaak anders. Verscheidene organisaties adviseren automobilisten van de vluchtstrook gebruik te maken als het invoegen vanaf de invoegstrook niet lukt. Hoewel voor dat advies begrip bestaat, wordt aan deze praktijk toch een einde gemaakt. Waarom? De vluchtstrook is primair bestemd voor pechgevallen. Men treft er vaak auto's aan waaraan gesleuteld wordt. Het is noch voor de inzittenden van een pechvoertuig, noch bijvoorbeeld voor een wegenwacht die ermee bezig is, een prettig idee dat er elk ogenblik een auto op ze af kan stormen die bezig is om snelheid te maken. De meeste invoegstroken zijn lang genoeg om zonder problemen te kunnen invoegen. En als er een file staat blijken de meeste bestuurders bereid er anderen tussen te laten. Volledigheidshalve is vermeld dat het berijden van de vluchtstrook in noodgevallen is toegestaan. Men kan daarbij denken aan een invoegende automobilist die plotseling geconfronteerd wordt met iemand die op de hoofdrijbaan snelheid maakt.".

3.7. Indien, zoals de betrokkene stelt, het invoegen wegens een file op de hoofdrijbaan sterk werd bemoeilijkt dan wel belemmerd, dan nog was gelet op het hiervoor onder 3.6. overwogene geen sprake van een noodgeval. Zo de betrokkene niet in staat was in een vroeger stadium in te voegen - voor betrokkenes stelling dat op de invoegstrook de snelheid slechts verhoogd en niet verlaagd mag worden is geen steun in het recht te vinden - dan had zij tijdig op de invoegstrook moeten stoppen teneinde op een geschikt moment alsnog in te voegen.

3.8. Het voorgaande brengt mee dat naar de overtuiging van het hof vast staat, dat de betrokkene met haar voertuig over de vluchtstrook heeft gereden zonder dat er sprake was van een noodgeval als bedoeld in artikel 43, derde lid RVV 1990 en dusdoende de gedraging heeft verricht. Voorts is hetgeen de betrokkene aanvoert niet van dien aard, dat geoordeeld zou moeten worden, dat de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden het opleggen van een administratieve sanctie niet billijken dan wel dat een lager bedrag van de sanctie zou moeten worden vastgesteld.

3.9. De beslissing waarvan beroep zal worden bevestigd.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Hiemstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.