Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2003:AL6340

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
01-10-2003
Datum publicatie
02-10-2003
Zaaknummer
Rolnummer 0300261
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

[appellant] stelt zich op het standpunt, dat hij ten aanzien van de niet-gewerkte uren de overeengekomen prijs aan CBAB-STAP niet verschuldigd is, zolang [werknemer] niet alsnog voor de duur van het bedoelde aantal uren te zijnen behoeve werkzaam is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest d.d. 1 oktober 2003

Rolnummer 0300261

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

[appellant],

wonende te [woonplaats],

appellant,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna te noemen: [appellant],

procureur: mr P. Stehouwer,

tegen

COÖPERATIEVE CBAB-STAP U.A.,

gevestigd te Wirdum (gemeente Leeuwarden),

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna te noemen: CBAB-STAP,

procureur: mr R. Glas.

Het geding in eerste instantie

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in de vonnissen uitgesproken op 21 januari 2003 en 8 april 2003 door de rechtbank te Leeuwarden.

Het geding in hoger beroep

Bij exploot van 21 mei 2003 is door [appellant] hoger beroep ingesteld van de genoemde vonnissen met dagvaarding van CBAB-STAP tegen de zitting van 4 juni 2003.

De conclusie van de dagvaarding in hoger beroep, die tevens de grieven behelst en waarbij een productie is overgelegd, luidt:

"te vernietigen de vonnissen van de kantonrechter te Leeuwarden d.d. 21 januari 2003 en 8 april 2003, en, opnieuw rechtdoende, bij arrest uitvoerbaar bij voorraad, de vordering van geïntimeerde alsnog af te wijzen, één en ander met veroordeling van geïntimeerde in de kosten van deze procedure in beide instanties."

Bij memorie van antwoord is door CBAB-STAP verweer gevoerd met als conclusie:

"bij arrest voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

de vonnissen door de Rechtbank Leeuwarden, sector kanton, locatie Leeuwarden tussen partijen gewezen op 21 januari 2003 en 8 april 2003 onder rolnummer CV EXPL 02-3115, desnoods onder aanvulling of verbetering van gronden, te bekrachtigen, althans de grieven ongegrond te verklaren, onder veroordeling van appellant in de kosten van dit geding."

Tenslotte hebben partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.

De grieven

[appellant] heeft vijf grieven opgeworpen.

De beoordeling

1. De grieven richten zich niet tegen het gemeld vonnis van 21 januari 2003, zodat [appellant] in zijn hoger beroep tegen dit vonnis niet kan worden ontvangen.

2. Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet voldoende betwist staat tussen partijen vast:

a. Partijen zijn destijds een overeenkomst aangegaan, ter zake

waarvan een schriftelijk contract d.d. 21 augustus 1995 is opgemaakt. In het schriftelijk contract wordt [appellant] als opdrachtgever aangeduid en CBAB-STAP als werkgever.

b. Het schriftelijk contract houdt onder meer in:

"1. De opdrachtgever krijgt ingaande 3 augustus 1995 (..) gedurende (..) vijf werkdagen per week op zijn bedrijf een werknemer toegewezen,

a. in het kader van het combinatiebanenproject

b. (..)

c. (..).

2. Als werkdag(en) van tewerkstelling is (zijn) door partijen de navolgende dag(en) vastgesteld: ma., di., wo., do, en vr. (..).

De arbeidstijd gedurende deze dag(en) zal 33/4 uur per dag bedragen en de arbeid zal tussen 12.00 en 18.00 uur plaatsvinden.

3. De opdrachtgever betaalt middels automatische bankoverschrijving (..) aan de werkgever. Voor de tariefsbepaling zijn maatgevend de leeftijd en de dienstjaren van de werknemer op de laatste kalenderdag van de maand waarin de arbeid plaatsvindt. Indien door algemene afspraken de loonkosten worden gewijzigd, zal dit worden doorberekend in het tarief.

4. Indien op de in lid 2 genoemde werkdagen geen arbeid wordt verricht in verband met de viering van algemeen erkende feestdagen of met het opnemen van in de collectieve arbeidsovereenkomst geregelde vakantiedagen, snipperdagen of rooster vrije dagen, zullen aan de opdrachtgever geen arbeidsuren worden berekend. Evenmin worden arbeidsuren doorberekend bij verzuim van de werknemer wegens arbeidsongeschiktheid en z.g. kort verzuim wegens andere bijzondere omstandigheden."

c. Ten behoeve van de overeenkomst tussen CBAB-STAP en [appellant] heeft eerstgenoemde [werknemer] in dienst genomen.

d. Op 17 november 2000 heeft een bespreking plaatsgehad tussen CBAB-STAP, [appellant] en [werknemer]. Het hiervan door CBAB-STAP opgemaakte stuk houdt onder meer in:

"Overeengekomen is dat [werknemer] op maandag, dinsdag, donderdag en

vrijdag 3.75 uur per dag aangesloten werkt, de uren van de woensdag zullen worden gemaakt als de opdrachtgever afwezig is of vakantie geniet, of als er in overleg weekenduren worden gemaakt, mochten er daarna nog verliesuren zijn dan mag hier een gedeelte van de vakantieuren voor worden gebruikt."

e. De overeenkomst tussen partijen is inmiddels beëindigd.

f. [werknemer] heeft een aanmerkelijk aantal van de overeengekomen uren niet gewerkt.

3. De grieven hebben de strekking het geschil in volle omvang ter beoordeling van het hof voor te leggen.

4. Uit hetgeen ten processe vaststaat, blijkt dat CBAB-STAP zich jegens [appellant] heeft verbonden tot het beschikbaar stellen van een werknemer van haar aan [appellant], waartegenover deze een volgens het tarief van CBAB-STAP te bepalen prijs aan laatstgenoemde dient te voldoen. Oorspronkelijk zijn partijen ten aanzien van bedoelde beschikbaarstelling van de werknemer overeengekomen, dat deze gedurende de maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag 3 3/4 uur per dag zal plaatsvinden. Als werknemer is door CBAB-STAP [werknemer] aangewezen. Ten aanzien van de beschikbaarstelling zijn partijen kort gezegd nader overeengekomen, dat [werknemer] maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag 33/4 uur per dag aangesloten werkt, terwijl de dag(en) waarop de resterende 33/4 uur door [werknemer] wordt gewerkt, door [appellant] en [werknemer] ook in onderling overleg wordt bepaald.

5. [appellant] stelt zich op het standpunt, dat hij ten aanzien van de niet-gewerkte uren de overeengekomen prijs aan CBAB-STAP niet verschuldigd is, zolang [werknemer] niet alsnog voor de duur van het bedoelde aantal uren te zijnen behoeve werkzaam is.

6. Bij conclusie van repliek heeft CBAB-STAP gesteld, dat zij, [appellant] en [werknemer] tijdens de bespreking op 17 november 2000 een nadere afspraak hebben gemaakt, die neergelegd is in het hiervoor aangehaalde, door CBAB-STAP opgemaakte stuk. Aangezien [appellant] niet voldoende gemotiveerd heeft betwist, dat bedoeld stuk de nadere afspraak juist weergeeft, gaat het hof ervan uit, dat bedoelde afspraak de inhoud heeft, zoals die in dat stuk is te vinden.

7. Uit de nadere afspraak als hiervoor bedoeld leidt het hof af, dat deze nog een verdere invulling behoefde in die zin, dat [appellant] en [werknemer] onderling nog dienden af te spreken, gedurende welke aaneengesloten periode van de dag [werknemer] op maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag zijn werkzaamheden van de overeengekomen duur van 33/4 uur op het bedrijf van [appellant] zou verrichten, terwijl ten aanzien van de resterende 3 3/4 uur ook de dag waarop [werknemer] zijn werkzaamheden diende te verrichten, nog door [appellant] en [werknemer] in onderling diende te worden bepaald. Die verdere invulling was ook reeds voordien nodig ten aanzien van hetgeen CBAB-STAP en [appellant] oorspronkelijk waren overeengekomen. [appellant] heeft immers onweersproken gesteld, dat hij en [werknemer] na het aangaan van de oorspronkelijke overeenkomst gedurende een reeks van jaren zonder problemen tot die verdere invulling zijn gekomen.

8. Blijkens de conclusie van dupliek stelt [appellant] zich op het standpunt, dat er in totaal tien keer per keer week door [werknemer] moest worden gemolken, terwijl [werknemer] slechts vier keer per week kwam om te melken. Dit standpunt van [appellant] is naar het oordeel van het hof evenwel onverenigbaar met de nadere afspraak van 17 november 2000, volgens welke [werknemer] op maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag 3 3/4 uur aaneengesloten werkzaam zou zijn.

9. Niet is gesteld of gebleken, dat [werknemer] heeft geweigerd om ten aanzien van de verdere invulling van de vorenbedoelde nadere afspraak op een voorstel van de zijde van [appellant] die in overeenstemming is met die afspraak, in te gaan en daaraan gevolg te geven. Weliswaar heeft [appellant] bij memorie van grieven de stelling opgeworpen, dat het in de praktijk minder goed mogelijk was om in onderling overleg de ontbrekende uren in te vullen, maar die stelling wordt niet verder onderbouwd, zodat zij als zijnde te vaag moet worden verworpen.

10. Nu CBAB-STAP niet toerekenbaar tekort is geschoten bij de uitvoering van de uit de tussen partijen gesloten overeenkomst voor haar geldende verplichtingen, kan het hof [appellant] dan ook niet volgen in zijn redenering, dat hij de overeengekomen prijs aan CBAB-STAP niet verschuldigd is, zolang [werknemer] niet alsnog voor de duur van het bedoelde aantal uren te zijnen behoeve werkzaam is.

11. De grieven treffen derhalve geen doel.

12. Het vorenstaande leidt tot de slotsom, dat het gemeld vonnis van 8 april 2003 moet worden bekrachtigd en [appellant] als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van het geding in hoger beroep moet worden veroordeeld.

De beslissing

Het gerechtshof:

verklaart [appellant] in het hoger beroep van het vonnis van 21 januari 2003 niet ontvankelijk;

bekrachtigt het vonnis van 8 april 2003;

veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep en begroot die aan de zijde van CBAB-STAP tot aan deze uitspraak op Euro 205,-- aan verschotten en Euro 545 (tarief I, 1 pt.) aan salaris voor de procureur;

verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mrs. Mollema, voorzitter, Zuidema en Breemhaar, raden, en uitgesproken door mr Mollema, vice-president, lid van een enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van de heer Bilstra als griffier ter openbare terechtzitting van dit hof van woensdag 1 oktober 2003.