Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2003:AI0473

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
21-05-2003
Datum publicatie
25-07-2003
Zaaknummer
WAHV 03/00008
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Art. 43 RVV; keren op een autoweg; Noch in art. 1 RVV 1990 noch in de wetsgeschiedenis wordt omschreven wat onder '"keren" moet worden verstaan, zal derhalve afhangen van wat daaronder in het spraakgebruik wordt verstaan en van de feitelijke omstandigheden van het geval. Nu de betrokkene via de bij de autoweg behorende invoegstrook in plaats van in te voegen over de doorgaande rijbaan van de autoweg en vervolgens in de tegenovergestelde richting is gereden, is er naar het oordeel van het hof sprake van keren op een autoweg in de zin van het RVV 1990.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
VR 2003, 163
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 03/00008

21 mei 2003

CJIB 39049714463

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank te Assen

van 7 november 2002

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Assen ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van €€€Euro 144,-- opgelegd ter zake van "op autoweg keren", welke gedraging zou zijn verricht op 11 maart 2002 op de Rijksweg N34 in Emmen. De feitcode is R469.

3.2. De betrokkene ontkent de gedraging te hebben verricht. Hiertoe voert de betrokkene het volgende aan.

De betrokkene was op weg naar Emmen en miste de afslag Emmen-Zuid. De betrokkene is doorgereden in de veronderstelling dat er verderop wel een keerpunt of afslag zou komen. Na enige tijd was rechts van de weg een tankstation met parkeergelegenheid gelegen. De betrokkene heeft hier de autoweg verlaten en is de oprit (naar het hof begrijpt van het tankstation) opgereden. Bij het verlaten van het tankstation is de betrokkene de autoweg overgestoken om zijn weg naar de afslag Emmen-Zuid te vervolgen. De betrokkene stelt zich op het standpunt dat er een wezenlijk verschil zit tussen "op autoweg keren" en na een tankstation oversteken. Hij stelt geen aanwijzingen te hebben kunnen ontdekken, dat dat laatste niet toegestaan was. De betrokkene heeft voorts het standpunt van de verbalisant bestreden, dat hij na het tankstation aan de rechterzijde van de N34 de invoegstrook van deze weg en daarna de uitvoegstrook naar het aan de andere zijde van de N34 gelegen tankstation is opgereden, achter dit tankstation langs is gereden en vervolgens weer de N34 is opgereden.

3.3. Uit het voorgaande leidt het hof af, dat de betrokkene het voor hem aan de rechterzijde van de N34 gelegen tankstation heeft verlaten door middel van het oprijden van de invoegstrook en dat hij de N34 in tegengestelde richting is opgereden.

3.4. De in feitcode R469 vermelde gedraging is een overtreding van art. 43, eerste lid, RVV 1990, dat voor zover hier van belang luidt als volgt: Het is de bestuurders verboden op een autoweg hun voertuig te keren.

3.5. Noch in art. 1 RVV 1990 noch in de wetsgeschiedenis wordt omschreven wat onder "keren" moet worden verstaan. Wat onder "keren" moet worden verstaan, zal derhalve mede afhangen van wat daaronder in het spraakgebruik wordt verstaan en van de feitelijke omstandigheden van het geval.

3.6. In het Groot Woordenboek der Nederlandse Taal (Van Dale) wordt keren (onoverg.) omschreven als "wenden, omkeren, omdraaien, veranderen van loop, teruggaan, een draai of een bocht nemen".

3.7. Ingevolge art. 1, aanhef en onder d, RVV 1990 wordt in dit Besluit en de daarop berustende bepalingen onder een autoweg verstaan: weg, aangeduid door bord G3 van bijlage 1; langs autowegen gelegen parkeerplaatsen, tankstations en bushalteplaatsen maken geen deel van de autoweg uit.

3.8. Ingevolge art. 1, aanhef en onder m, RVV 1990 wordt onder doorgaande rijbaan verstaan: rijbaan zonder de invoeg- en uitrijstroken.

3.9. Art. 1, aanhef en onder s, RVV 1990 bepaalt dat onder een invoegstrook moet worden verstaan: door een blokmarkering van de doorgaande rijbaan afgescheiden weggedeelte dat is bestemd voor bestuurders die de doorgaande rijbaan oprijden.

3.10. Gelet op het samenstel van voorgaande bepalingen behoort de invoegstrook, anders dan de advocaat-generaal heeft betoogd, tot de autoweg.

3.11. Onder invoegen in verkeerstechnische zin is te verstaan: zich met zijn voertuig inpassen in een rijdende verkeersstroom - (in het bijzonder) van de invoegstrook op de links daarvan gelegen rechter rijstrook van een snelweg of autoweg rijden (vgl. Van Dale).

3.12. Nu de betrokkene via de bij de autoweg behorende invoegstrook in plaats van in te voegen over de doorgaande rijbaan van de autoweg en vervolgens in de tegenovergestelde richting is gereden, is er naar het oordeel van het hof sprake van keren op een autoweg in de zin van het RVV 1990. Naar de overtuiging van het hof is derhalve komen vast te staan dat de gedraging is verricht.

3.13. De door de betrokkene aangevoerde omstandigheden geven geen aanleiding om de sanctie op nihil te stellen dan wel om deze te matigen.

3.14. Gelet op het vorenoverwogene zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mrs. Dijkstra, Van Dijk en Weenink, in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.