Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2003:AH9178

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
02-07-2003
Datum publicatie
03-07-2003
Zaaknummer
WAHV 02-01128
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Proceskostenveroordeling
Inhoudsindicatie

Kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht door de betrokkene. de advocaat-generaal verzoekt om de betrokkene te veroordelen in de kosten van het opstellen en uitbrengen van een verweerschrift. In casu geen sprake van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Verzoek afgewezen.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 8:75, geldigheid: 2003-07-02
Besluit proceskosten bestuursrecht 1, geldigheid: 2003-07-02
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 13a, geldigheid: 2003-07-02
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 20d, geldigheid: 2003-07-02
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JB 2003/251
AB 2003, 373
VR 2004, 4

Uitspraak

WAHV 02/01128

2 juli 2003

CJIB 79048091231

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank te Utrecht

van 17 oktober 2002

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats]

1. De inhoud van het tussenarrest van dit hof van 26 maart 2003 wordt hier overgenomen.

2. Het verdere procesverloop

Naar aanleiding van voormeld tussenarrest heeft de advocaat-generaal bij brief van 22 mei 2003 het verzoek om de betrokkene te veroordelen in de kosten nader onderbouwd.

De betrokkene is in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

3. De verdere beoordeling

3.1. De advocaat-generaal heeft in het verweerschrift verzocht de betrokkene wegens kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht te veroordelen in de proceskosten ter hoogte van €Euro 161,-.

3.2. Ingevolge art. 20d, vierde lid, jo art. 13a, eerste lid, tweede volzin, van de WAHV kan een natuurlijke persoon slechts in de kosten worden veroordeeld in geval van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht.

3.3. In het tussenarrest van 26 maart 2003 heeft het hof reeds geoordeeld dat er in dit geval sprake is van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht.

3.4. Ingevolge art. 1 van het van toepassing zijnde Besluit proceskosten bestuursrecht kan een veroordeling in de kosten uitsluitend betrekking hebben op:

a. kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand,

b. kosten van een getuige, deskundige of tolk die door een partij of een belanghebbende is meegebracht of opgeroepen, dan wel van een deskundige die aan een partij verslag heeft uitgebracht,

c. reis- en verblijfkosten van een partij of een belanghebbende,

d. verletkosten van een partij of een belanghebbende,

e. kosten van uittreksels uit de openbare registers, telegrammen, internationale telexen, internationale telefaxen en internationale telefoongesprekken, en

f. kosten van het als gemachtigde optreden van een arts in zaken waarin enig wettelijk voorschrift verplicht tot tussenkomst van een gemachtigde die arts is.

3.5. In zijn reactie op het tussenarrest heeft de advocaat-generaal aangegeven, dat de in het verweerschrift verzochte kostenveroordeling is gebaseerd op de in art. 1, aanhef en onder a, van voormeld Besluit genoemde kostenpost. Het bedrag van Euro€ 161,- is berekend conform art. 2, eerste lid, van voormeld Besluit. Hierbij is uitgegaan van één punt voor de proceshandeling 'schrijven verweerschrift door (het hof leest: een juridisch medewerker van het ressortsparket namens) de advocaat-generaal' en van een gewicht van de zaak 'licht' (factor 0,5). Bij een waarde per punt van €Euro 322,- levert dit een bedrag op van €Euro 161,-.

3.6. Verder heeft de advocaat-generaal in zijn reactie op het tussenarrest aangegeven, dat bij nader inzien een veroordeling van de proceskosten wegens kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht in dit geval niet mogelijk is. De advocaat-generaal stelt zich namelijk op het standpunt dat voor zover het bestuursorgaan zelf procedeert de grond ontbreekt voor een veroordeling van de wederpartij in de kosten van rechtsbijstand van dat bestuursorgaan. Nu het in het verweerschrift gevorderde bedrag geheel gebaseerd is op de post 'kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand' en door het openbaar ministerie in de onderhavige zaak geen kosten zijn gemaakt die onder een andere in art. 1 van meergenoemd Besluit genoemde kostenpost kunnen worden gebracht, is een veroordeling van de betrokkene in de proceskosten niet mogelijk, aldus de advocaat-generaal.

3.7. In geschil is de vraag of de door de advocaat-generaal gemaakte kosten van Euro€ 161,- onder de in het Besluit proceskosten bestuursrecht genoemde kostenposten vallen en dan met name of de door de juridisch medewerker van het ressortsparket verrichte proceshandeling, te weten het uitbrengen van een verweerschrift (door de advocaat-generaal zelf interne rechtsbijstand genoemd), moet worden beschouwd als door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

3.8. De in de WAHV opgenomen regeling inzake een proceskostenveroordeling is geheel ontleend aan art. 8:75 Awb (Memorie van Toelichting, Kamerstukken II, 1995/1996, 23689, nr. 3, p.4). De Memorie van Antwoord bij deze bepaling houdt onder meer het volgende in: "Wij merken ten slotte in dit verband nog op,

dat het voornemen bestaat om in de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur nader te regelen dat als kosten van rechtsbijstand slechts voor vergoeding in aanmerking komen kosten van professionele en externe rechtsbijstand. Bestuursorganen procederen in de regel zelf." (Parlementaire Geschiedenis Awb II, p. 489).

3.9. In de Nota van Toelichting op het ingevolge art. 13a, eerste lid, vierde volzin, van toepassing zijnde Besluit proceskosten bestuursrecht wordt onder meer het volgende opgemerkt: "De onder a gegeven omschrijving sluit - in overeenstemming met andere proceskostenregelingen - allereerst niet professioneel verleende rechtsbijstand uit. (...) De omschrijving sluit ten tweede niet door derden verleende rechtsbijstand uit. De door een interne juridische dienst van een bedrijf of van een tot dezelfde groep behorend bedrijf aan een procedure bestede tijd kan niet worden aangemerkt als door een derde verleende rechtsbijstand en komt derhalve niet voor vergoeding in aanmerking. Een zelf procederende particulier kan immers ook uitsluitend zijn verletkosten, zijn

< zichtbaar> door de procedure veroorzaakte tijdverzuim wegens bijvoorbeeld het bijwonen van een zitting, vergoed krijgen." (Stb. 1993, 763, p. 6/7).

3.10. Noch in de tekst van art. 1 van meergenoemd Besluit zelf noch in de wetsgeschiedenis is steun te vinden voor de stelling dat de door de juridisch medewerker van het ressortsparket namens de advocaat-generaal verrichte proceshandeling, te weten het opstellen en uitbrengen van een verweerschrift, moet worden beschouwd als door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

3.11. Nu deze kosten niet vallen onder een van de andere in art. 1 van het Besluit genoemde kostenposten en ook overigens niet is gebleken van kosten die voor vergoeding in aanmerking komen, dient het verzoek om de betrokkene te veroordelen in de proceskosten wegens kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht te worden afgewezen.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

wijst het verzoek van de advocaat-generaal om de betrokkene te veroordelen in de proceskosten af.

Dit arrest is gewezen door mrs. Dijkstra, Van Dijk en Weenink, in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.