Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2003:AF9027

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
22-05-2003
Datum publicatie
22-05-2003
Zaaknummer
24-190068-02
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 24-190068-02

Arrest d.d. 22 mei 2003 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank van het arrondissement Assen d.d. 4 oktober 2002 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

verschenen in persoon.

Het vonnis waarvan beroep.

De politierechter in de rechtbank van het arrondissement Assen heeft de verdachte bij voormeld vonnis op tegenspraak wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, één en ander als in het vonnis nader omschreven.

Aanwending van het rechtsmiddel.

De verdachte is d.d. 4 oktober 2002 op de voorgeschreven wijze en tijdig van voormeld vonnis in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep.

Het hof heeft gelet op het onderzoek ter 's hofs terechtzitting van 8 mei 2003 en op het onderzoek in eerste aanleg als voorgeschreven bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering.

De beslissing op het hoger beroep.

Het hof zal het vonnis, waarvan beroep, vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging.

Aan dit arrest is gehecht een fotokopie van de inleidende dagvaarding, waaruit de inhoud van de tenlastelegging geacht moet worden hier te zijn overgenomen.

Vrijspraak.

Aan verdachte is tenlastegelegd dat hij het in artikel 91, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wet op de accijns opgenomen verbod heeft overtreden. Deze bepaling houdt - voor zover in dit verband van belang - in:

"Het is niet toegestaan halfzware olie en gasolie die zijn voorzien van herkenningsmiddelen als bedoeld in artikel 27, derde lid, dan wel bestanddelen bevatten van die herkenningsmiddelen, voorhanden te hebben in:

a. de brandstoftank van een motorrijtuig (...)".

Gelet op de strekking en inhoud van de Wet op de accijns is naar het oordeel van het hof het in artikel 91, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wet op de accijns opgenomen verbod gericht tegen de eigenaar en/of kentekenhouder en/of bestuurder van het motorrijtuig.

Het kan niet de bedoeling van de wetgever zijn geweest dat ook een (toevallige) inzittende die verder geen beschikkingsmacht over (de brandstoftank van) het motorrijtuig heeft, onder de reikwijdte van voornoemde bepaling valt.

In de onderhavige zaak heeft verdachte ter terechtzitting van het hof, als ook in eerste aanleg, verklaard dat het in de tenlastelegging bedoelde motorrijtuig zijn vrouw (geheel) in eigendom toebehoorde, dat zij dit motorrijtuig op 10 juni 2001 bestuurde en dat hijzelf op de passagiersstoel zat. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid van deze - ook door de advocaat-generaal niet betwiste - verklaring te twijfelen.

Het voorgaande brengt mee dat de ambtenaren van de Belastingdienst/ Douane niet verdachte, maar diens echtgenote als verdachte van het overtreden van het in artikel 91, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wet op de accijns opgenomen verbod hadden moeten aanmerken. Van verdachte kan immers niet worden gezegd dat hij de in de tenlastelegging omschreven olie voorhanden heeft gehad, als bedoeld in artikel 91, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wet op de accijns. Dat verdachte op of enige tijd vóór 10 juni 2001 zelf de bewuste olie heeft getankt, zoals hij zelf heeft verklaard, kan aan dit laatste niet afdoen.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aldus aan de verdachte is tenlastegelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.

De uitspraak.

HET HOF,

RECHTDOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw rechtdoende:

verklaart het verdachte als voormeld tenlastegelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij.

Dit arrest is aldus gewezen door mrs. Zwerwer, voorzitter, Weenink en Roes, in tegenwoordigheid van mr. Jongeling als griffier, zijnde mr. Roes voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.