Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2003:AF8817

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
02-04-2003
Datum publicatie
16-05-2003
Zaaknummer
WAHV 02-00917
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 20d
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 02/00917

2 april 2003

CJIB 59045778960

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank te Haarlem

van 10 september 2002

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Haarlem gegrond verklaard en de inleidende beschikking en de beslissing van de officier van justitie vernietigd. De kantonrechter heeft voorts bepaald, dat het bedrag van de zekerheidstelling aan de betrokkene wordt terugbetaald. Tenslotte heeft de kantonrechter de officier van justitie veroordeeld in de kosten van de procedure tot een bedrag van €Euro 25,--. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De officier van justitie heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De betrokkene is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

Bij brief van 19 december 2002 heeft het hof vragen gesteld aan Gatsometer BV.

Op verzoek van Gatsometer BV zijn bij brief van 6 februari 2003 negatieven van enige foto's toegezonden.

Bij brief van 20 februari 2003 heeft Gatsometer BV gereageerd op de brieven van het hof van 19 december 2002 en 6 februari 2003.

Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om op voormelde brief van Gatsometer BV te reageren. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 250,- (= €Euro 113,45) opgelegd ter zake van "overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom (gedragsregel); > 25 km/h en t/m 30 km/h", welke gedraging zou zijn verricht op 1 oktober 2001 om 20.45 uur op de provinciale weg Zaandam-Castricum te Krommenie. De gedraging zou zijn verricht met het voertuig met het kenteken [kentek[kentekennummer]]

3.2. De betrokkene voert het volgende aan. Voormelde weg is vanwege de vele afslagen een weg met twee rijbanen (naar het hof aanneemt is bedoeld: twee rijstroken voor verkeer in dezelfde richting). De betrokkene reed met normale snelheid op de linker rijbaan ( het hof leest: rijstrook) om al voorgesorteerd te zijn voor de afslag Krommenie-West, die over enige afstand zou verschijnen. Aangezien deze weg niet verlicht is, was de afstand tot de komende afslag nogal lastig in te schatten. Op dat moment haalde een auto de betrokkene rechts in en werden deze auto en de auto van de betrokkene geflitst. De auto die de auto van de betrokkene inhaalde reed met aanzienlijk hogere snelheid dan de auto van de betrokkene. Volgens de betrokkene is de door hem aangevoerde situatie zichtbaar op de foto.

3.3. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard.

3.4. In beroep bij de kantonrechter heeft de betrokkene zijn verweer herhaald.

3.5. De kantonrechter heeft overwogen, dat genoegzaam is gebleken dat de gedraging is verricht met of door middel van een motorrijtuig waarvoor een kenteken was afgegeven dat ten tijde van de gedraging op naam van de betrokkene in het kentekenregister was ingeschreven, terwijl niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder was. Voorts heeft de kantonrechter overwogen, dat de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden en/of de omstandigheden waarin de betrokkene verkeert, zodanig zijn dat de officier van justitie de sanctie op nihil had moeten stellen.

3.6. De officier van justitie stelt zich in het hoger beroepschrift op het standpunt dat de motivering van de kantonrechter onjuist is. Hiertoe voert de officier van justitie -kort samengevat- het volgende aan. Indien de kantonrechter de mening is toegedaan dat de betrokkene de gedraging niet heeft verricht, moet het beroep op grond daarvan ongegrond (het hof leest: gegrond) worden verklaard. Verder heeft, aldus de officier van justitie, de betrokkene geen omstandigheden aangevoerd, die matiging dan wel vernietiging van de sanctie billijken.

3.7. Het hof overweegt hieromtrent, dat - wat er zij van de motivering waarop die beslissing rust - de kantonrechter het beroep van de betrokkene gegrond heeft verklaard, zoals door de officier van justitie voorgestaan, zodat dat onderdeel van het hoger beroep geen nadere bespreking vereist.

3.8. Bij de gedingstukken bevonden zich aanvankelijk drie foto's. Op de eerste foto zijn twee voertuigen waar te nemen. De tweede en derde foto betreffen respectievelijk uitvergrotingen van het inspiegelbeeld op de eerste foto en van het zich op de eerste foto links bevindende voertuig, waardoor het kenteken van dat voertuig leesbaar is, welk kenteken ten tijde van de gedraging in het kentekenregister op naam van de betrokkene was ingeschreven.

3.9. Het ambtsedig proces-verbaal van de verbalisant van 6 december 2001 houdt het volgende in: "Op 1 oktober 2001, heb ik van 19.30 uur tot 22.00 uur een snelheidscontrole gehouden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg de Provinciale weg Zaandam-Castricum te Krommenie, gemeente Zaanstad, ter hoogte van hectometerpaal 52.4. De controle werd gehouden door middel van radarsnelheidsapparatuur merk Gatso (...). Tijdens deze controle, te 20.45 uur, werd een snelheidsovertreding geconstateerd, welke gepleegd werd door de bestuurder van een Volkswagenbusje, kleur wit, voorzien van het kenteken [kentek[kentekennummer]] Dit voertuig reed bij meting met een geconstateerde snelheid van 113 kilometer per uur, daar waar een snelheid van maximaal 80 kilometer per uur is toegestaan. Dat betrokkene verklaart aan de rechterzijde te zijn ingehaald door een ander voertuig is niet juist. Indien tijdens controle dit door mij geconstateerd wordt, vermeld ik dit op de begeleidende radarverzamelstaat. Bovendien is op de foto duidelijk te zien, gezien de referentiepunten, dat het voertuig op de linkerrijstrook de snelheidsovertreding pleegde. Betrokkene verklaart tevens linksaf te willen slaan, doch de eerstvolgende afslag linksaf (...) is gelegen ter hoogte van hectometerpaal 51.3. Betrokkene was op moment van meting dus nog ongeveer 1100 meter verwijderd van eerstvolgende afslag naar links".

3.10. Gelet op het door de betrokkene gevoerde verweer en op het feit dat op de foto van de gedraging twee voertuigen zijn afgebeeld, is aan Gatsometer BV, de fabrikant van de in deze zaak gebruikte radarsnelheidsapparatuur, onder meer gevraagd of er sprake is van een voor het waarnemen van een snelheidsovertreding bruikbare foto en zo ja, of het voertuig met het kenteken [kentekennummer] in dit geval een snelheidsovertreding heeft gepleegd. Aan Gatsometer BV is het gehele dossier ter beschikking gesteld. Voorts zijn op verzoek van Gatsometer BV de volledige negatieven van de zich in het dossier bevindende foto's, alsmede de negatieven van de foto's die zijn voorafgegaan aan de onderhavige serie en de daarop volgende foto's toegezonden.

3.11. Bij brief van 20 februari 2003 heeft Gatsometer BV het volgende aan het hof medegedeeld: "Naar aanleiding van uw brief d.d. 19 december 2002 en

6 februari 2003 met bijbehorende foto's is het duidelijk dat het voertuig met kenteken [kentekennummer] de snelheidsovertreding heeft begaan. Het andere voertuig op de foto heeft de radarbundel reeds verlaten. Als referentie waren ook foto's van een enkel voertuig bijgevoegd die ook op de juiste positie zijn gefotografeerd.".

3.12. De betrokkene heeft hierop niet gereageerd.

3.13. Hoewel de onderbouwing van de mededeling van Gatsometer BV ontbreekt, zodat deze mededeling de beslissing van het hof niet kan dragen, acht het hof op grond van de eigen waarneming van de in het geding gebrachte serie foto's de in die brief opgenomen conclusie juist.

3.14. In het geding zijn gebracht de opeenvolgende serie foto's vanaf nummer 42 tot en met nummer 46, genomen vanaf 20.40 uur tot 20.47 uur. Van deze fotoserie is de betwiste foto nummer 45, genomen om 20.45 uur. Uit deze foto's blijkt, dat de radar-opstelling zodanig is, dat de voertuigen die op de rechterrijstrook de drempelsnelheid overschrijden, op de foto die dan wordt gemaakt de rechterzijde van het beeld grotendeels vullen en zodanig groot zijn afgebeeld, dat het kenteken rechtstreeks leesbaar is, terwijl de auto's die op de linkerrijstrook worden gefotografeerd zich aanmerkelijk kleiner in beeld aan de linkerzijde van de foto bevinden. De foto nummer 46 betreft een voertuig, dat zich op die linkerrijstrook bevindt, terwijl op die foto niet kan worden betwijfeld, dat de snelheidsovertreding dat voertuig betreft. Het voertuig van de betrokkene op de betwiste foto bevindt zich op ongeveer dezelfde plaats op de weg, terwijl de auto op de rechterrijstrook op deze foto zich in geen enkel opzicht bevindt in de nabijheid waar de voertuigen op de foto's 42 tot en met 44 werden gefotografeerd in verband met de door de bestuurders ervan begane snelheidsovertredingen.

3.15. Gelet op het vorenoverwogene is naar de overtuiging van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht met het voertuig met het kenteken dat ten tijde van de gedraging in het kentekenregister op naam van de betrokkene was geregistreerd.

3.16. In casu is niet gebleken van omstandigheden die het opleggen van de sanctie niet billijken dan wel aanleiding geven om een lager bedrag van de sanctie vast te stellen.

3.17. Gelet op het vorenoverwogene kan de beslissing van de kantonrechter niet in stand blijven. Het hof zal daarom de beslissing van de kantonrechter vernietigen en het bij de kantonrechter ingestelde beroep alsnog ongegrond verklaren.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep alsnog ongegrond.

Dit arrest is gewezen door mrs. Dijkstra, Van Dijk en Weenink, in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.