Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2003:AF8423

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
17-04-2003
Datum publicatie
12-05-2003
Zaaknummer
WAHV 02-01156
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wegenverkeerswet 1994 1
Wegenverkeerswet 1994 67
Wegenverkeerswet 1994 68
Wegenverkeerswet 1994 72
Wegenverkeerswet 1994 73
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 02/01156

17 april 2003

CJIB 49043937265

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank te 's-Hertogenbosch

van 20 februari 2002

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement 's-Hertogenbosch ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Bij het beroepschrift is verzocht om een behandeling ter zitting.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal heeft een reactie gegeven op de nadere toelichting op het beroep.

De zaak is behandeld ter zitting van 17 april 2003. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr. E. Bloemendaal. De betrokkene is niet verschenen.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van ƒ 180,- (= €Euro 81,68) opgelegd ter zake van "voor het motorrijtuig van 3500 KG of minder heeft het keuringsbewijs zijn geldigheid verloren", welke gedraging zou zijn verricht op 22 juli 2001, Hoogstraat te Berlicum.

3.2. Niet in geschil is dat ten tijde van de gedraging het keuringsbewijs voor het betreffende voertuig zijn geldigheid had verloren, dat de geldigheid van het kenteken ten tijde van de gedraging geschorst was en dat dit voertuig geparkeerd stond op voormelde plaats.

3.3. Het beroep strekt ten betoge dat de plaats waar het betreffende voertuig gestald stond geen voor het openbaar verkeer openstaande weg is. Hiertoe voert de betrokkene aan dat het hier een privéterrein van garagebedrijf [naam] betreft, hetgeen zou blijken uit de gegevens van het kadaster, dat er geen blauw bord met de letter P is geplaatst, dat het parkeren is toegestaan, indien de eigenaar daarvan geen hinder ondervindt en dat het terrein anders is bestraat dan de aangrenzende openbare weg. Nu de geldigheid van het voor het betrokken voertuig afgegeven kentekenbewijs was geschorst en met dit voertuig geen gebruik van de openbare weg is gemaakt, is ten onrechte aan hem een sanctie opgelegd, aldus de betrokkene.

3.4. Ingevolge art. 67, eerste lid, WVW 1994 schorst de Dienst Wegverkeer, indien met een voertuig geen gebruik van de weg wordt gemaakt, op aanvraag van de eigenaar of de houder van dat voertuig, tegen betaling, op de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze, van het door deze dienst vastgestelde tarief, de geldigheid van het kentekenbewijs.

3.5. Ingevolge art. 72, eerste lid, in samenhang met art. 73, eerste lid, aanhef en onder b, WVW 1994 behoeft voor een motorrijtuig, waarvan de geldigheid van het voor het betrokken voertuig afgegeven kentekenbewijs is geschorst, geen geldig keuringsbewijs te worden afgegeven.

3.6. Artikel 68, eerste lid, aanhef en onder d, WVW 1994 bepaalt dat de schorsing eindigt, zodra met het voertuig gebruik van de weg wordt gemaakt.

3.7. Blijkens art. 1, eerste lid, aanhef en onder b, WVW 1994 wordt onder wegen verstaan: alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten.

3.8. Beslissend voor de vraag of het terrein waar de gedraging is geconstateerd een voor het openbaar verkeer openstaande weg is, is of dit terrein ten tijde van de gedraging feitelijk voor het openbaar verkeer openstond. Daarvoor zijn mede van belang de verdere feitelijke omstandigheden zoals of door de rechthebbende (n) wordt geduld dat het algemene verkeer gebruik maakt van het terrein (vgl. de uitspraak van de Hoge Raad van 8 april 1997, nr. 602-96-V.).

3.9. De verklaring van de verbalisant van 31 januari 2003 houdt onder meer het volgende in: "Het terrein waarop de auto geparkeerd stond, staat open voor het openbaar rij- en ander verkeer. Er zijn totaal geen belemmeringen, zoals hekken of slagbomen. Ook staan er geen borden of andere aanduidingen waarop staat vermeld dat het hier gaat om privé-terrein. Op het terrein staan dagelijks verschillende personenauto's geparkeerd. Het pand wat op het terrein is gelegen is thans niet in gebruik en staat leeg. Dit was ook al het geval op juli 2001 (het hof leest: 22 juli 2001)". Bij de verklaring zijn enkele foto's van het betreffende terrein gevoegd.

3.10. In aanmerking genomen, dat zoals uit de verklaring van de verbalisant en de overgelegde foto's blijkt een ieder ten tijde van de gedraging feitelijk toegang tot het terrein had en dat dit terrein ook daadwerkelijk door andere personen dan de eigenaar van het garagebedrijf werd betreden, is het hof van oordeel, dat het terrein aan de Hoogstraat ten tijde van de gedraging feitelijk voor het openbaar verkeer openstond en aldus een voor het openbaar verkeer openstaande weg in de zin van de WVW 1994 was. Dat het hier een privéterrein betreft, dat er geen blauw bord met de letter P was geplaatst, dat de eigenaar van het terrein parkeren slechts toestond indien daarvan geen hinder werd ondervonden en dat het terrein anders was bestraat dan de aangrenzende openbare weg, doet aan het voorgaande niet af.

3.11. Uit het vorenstaande vloeit voort dat met het betrokken voertuig, waarvan de geldigheid van het voor dit voertuig afgegeven kentekenbewijs was geschorst, gebruik werd gemaakt van de voor het openbaar verkeer openstaande weg, terwijl voor dit voertuig geen geldig keuringsbewijs was afgegeven. Naar de overtuiging van het hof is daarom komen vast te staan dat de gedraging is verricht.

3.12. Gelet op het voorgaande zal het hof de bestreden beslissing bevestigen.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Weenink, in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.