Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2003:AF6253

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
12-03-2003
Datum publicatie
25-03-2003
Zaaknummer
WAHV 02-01109
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 7:18
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 11
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 19
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 02/01109

12 maart 2003

CJIB 39048689358

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank te Amsterdam

van 23 oktober 2003

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

gevestigd te [plaatsnaam]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend en daarbij een fotoset van de gedraging in het geding gebracht.

De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhoudster bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van ÔéČEuro 86,22 opgelegd ter zake van "overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom (gedragsregel) meer dan 20 km/h en t/m 25 km/h", welke gedraging zou zijn verricht op 21 december 2001 op de Hilversumseweg te Laren, met het voertuig met het kenteken 81-GN-KF.

3.2. De betrokkene ontkent niet de gedraging te hebben verricht, maar voelt zich bezwaard doordat haar niet op haar verzoek het bewijs van de overtreding is geleverd door middel van toezending van een foto van de gedraging. In antwoord op een schrijven van de officier van justitie vraagt zij op grond waarvan een betrokkene kan worden verplicht kosten te betalen voor het opvragen van het bewijsmateriaal.

3.3. Op grond van het bepaalde in 7:16 Awb heeft de betrokkene het recht te worden gehoord door de officier van justitie. Op grond van art. 7:18 Awb dienen de op de zaak betrekking hebbende stukken gedurende ten minste een week ter inzage te worden gelegd. Art. 7:18, vierde lid, Awb luidt: "Belanghebbenden kunnen van deze stukken tegen vergoeding van ten hoogste de kosten afschriften verkrijgen."

3.4. Indien beroep is ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie worden, nadat zekerheidstelling heeft plaatsgevonden, op grond van art. 11, vierde lid, WAHV alle op het beroepschrift betrekking hebbende stukken neergelegd ter griffie van de rechtbank. De betrokkene of zijn gemachtigde kan binnen een door de kantonrechter bepaalde en aan hem door de griffier medegedeelde termijn, deze stukken inzien en daarvan afschriften of uittreksels vragen. De laatste volzin van art. 11, vierde lid, WAHV luidt als volgt:

"Op de voor de verstrekking van afschriften en uittreksels aan de betrokkene is het ter zake bepaalde bij of krachtens de Wet tarieven in burgerlijke zaken van overeenkomstige toepassing."

3.5. Zowel in de fase van het administratief beroep als in de procedure bij de kantonrechter kunnen derhalve op grond van de wet kosten in rekening worden gebracht indien afschriften van stukken worden gevraagd. Een vergelijkbare regeling als in art. 11, vierde lid WAHV is met betrekking tot de procedure in hoger beroep opgenomen in art. 19, vierde lid, WAHV.

3.6. De in het zaakoverzicht opgenomen op ambtseed opgemaakte toelichting van de verbalisant houdt onder meer in:

"De geconstateerde snelheid is het resultaat van een uitgevoerde coorectie op de gemeten radarsnelheid, overeenkomstig de richtlijn van de VECOM.

De gereden snelheid stelde ik vast met behulp van een voor de meting geteste en op de voorgeschreven wijze gebruikt verkeersmiddel.

Gemeten radarsnelheid: 76

Geconstateerde/gecorrigeerde snelheid: 73

Toegestane snelheid 50

Overschrijding met 23

De gedraging vond plaats binnen de bebouwde kom."

3.7. Op de door de advocaat-generaal in het geding gebrachte foto's is een auto met het in de inleidende beschikking opgenomen kenteken te zien. Op het inspiegelbeeld op de foto's zijn de datum en tijd die opgenomen zijn in de inleidende beschikking te lezen, alsmede de gemeten snelheid van 76 km/u (V=76).

3.8. Op grond van een en ander staat naar de overtuiging van het hof vast, dat de gedraging is verricht. De beslissing van de kantonrechter dient derhalve te worden bevestigd.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Hiemstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.