Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2003:AF4450

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
10-02-2003
Datum publicatie
12-02-2003
Zaaknummer
BK 759/01 Waterschapsbelasting
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N 2003/28.1.35

Uitspraak

BELASTINGKAMER GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN UITSPRAAK

Kenmerk: BK 759/01 10 februari 2003

Uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden, tweede meervoudige belastingkamer, op het beroep van mevrouw X te Z (nader: de gemachtigde) namens de erven van G. Wessels Boer-Pol tegen de uitspraak van de ambtenaar belast met de heffing van het waterschap Velt en Vecht te Coevorden (hierna: de heffingsambtenaar, respectievelijk het waterschap), gedaan op het bezwaarschrift van A (nader: belanghebbende) tegen de haar opgelegde aanslagen in de waterschapsomslag voor het jaar 2000.

1. Ontstaan en loop van het geding

Belanghebbende werd voor het jaar 2000 op grond van de Omslagverordening waterschap Velt en Vecht (nader: de omslagverordening) in de waterschapsomslag aangeslagen met aanslagnummer 0000000000 tot een bedrag van totaal f.3.952,-- en met aanslagnummer 0000000001 tot een bedrag van totaal f.21.167,--.Voorts werd met aanslagnummer 0000000002 een aanslag tot een totaalbedrag van f.2.468,00 opgelegd aan A en cons.

Op het tijdig ingediende bezwaar van belanghebbende tegen de aanslagen met nummer 0000000001 en 0000000000 heeft de heffingsambtenaar bij de bestreden uitspraak van 30 augustus 2001 de aanslagen gehandhaafd.

De gemachtigde is tegen deze uitspraak in beroep gekomen bij een beroepschrift (met bijlage), hetwelk op 11 oktober 2001 is ingekomen en is aangevuld bij schrijven van 6 november 2001.

Nadat de heffingsambtenaar zijn verweerschrift (met bijlagen) heeft ingezonden, heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden ter zitting van 18 november 2002, gehouden te Leeuwarden, alwaar aanwezig waren X als gemachtigde van de erven, zomede de gemachtigden van de heffingsambtenaar.

Ter voormelde zitting heeft een der gemachtigden van de heffingsambtenaar de door hem ter zitting voorgedragen pleitnota overgelegd. De gemachtigde heeft ter zitting uitvergrotingen van de door het waterschap gehanteerde natuurgroepenkaart (behorend bij de omslagklassenverordening van het waterschap) getoond.

Van alle genoemde (en hierna nog te noemen) stukken moet de inhoud als hier ingevoegd worden beschouwd.

2. De feiten.

Blijkens de gedingstukken en op grond van het verhandelde ter zitting staat als onbetwist, dan wel onvoldoende betwist, tussen partijen vast:

2.1 Wijlen belanghebbende was bij het begin van het kalenderjaar 2000 als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht omslagplichtig met betrekking tot de onroerende zaken zoals die vermeld zijn op de aanslagen met nummer 0000000001 en 0000000000.

2.2 De onroerende zaken zijn in omslagklassen ingedeeld overeenkomstig hun weergave op de bij de Omslagklassenverordening waterschap Velt en Vecht behorende streefpeilenkaart, de bodemtypenkaart, de natuurgroepenkaart en de hoogtekaart. De aanslagen zijn overeenkomstig deze indeling van de onroerende zaken in omslagklassen volgens het tarief van de omslagverordening vastgesteld.

2.3 Op het tijdig ingediende bezwaar van belanghebbende tegen de onder 2.1 genoemde aanslagen, die zij uitdrukkelijk in het bezwaarschrift heeft genoemd, heeft de heffingsambtenaar bij de bestreden uitspraak de aanslagen gehandhaafd.

2.4 De gemachtigde heeft zowel in de bezwaarfase als in de beroepsfase de indeling in omslagklassen van enige onroerende zaken, betrokken in aanslagnummer 0000000002, ter discussie gesteld, zonder uitdrukkelijk tegen deze aanslag bezwaar te maken en zonder dat is gebleken dat zij optrad als gemachtigde van A en cons te L. De heffingsambtenaar heeft ten aanzien van deze onroerende zaken geen uitspraak op bezwaar gedaan.

3. Het geschil.

Te dezen is in geschil het antwoord op de vraag of de ter discussie gestelde onroerende zaken in de juiste omslagklassen zijn ingedeeld en daarmee naar het juiste tarief zijn aangeslagen.

4. Het standpunt van belanghebbende(n).

Door de gemachtigde is - voor zover te dezen van belang, kort samengevat - gesteld in het beroepschrift en mondeling ter zitting:

Een gedeelte van de onroerende zaken is door het beleid van het waterschap minder geschikt geworden voor landbouwdoeleinden. Het waterschap geeft voorrang aan de doelstellingen van natuurbeschermingsorganisaties en zorgt daarmee voor vernatting van de gronden.

Andere grondpercelen zijn op verkeerde manier geklassificeerd. Een perceel dat gedeeltelijk uit bos bestaat is als cultuurgrond aangemerkt. Bovendien is dat bos onjuist op de betreffende kaart ingetekend en ten onrechte gesplitst geklassificeerd.

Sommige percelen hebben geen waterschapsvoorzieningen. Daarbij zijn aangrenzende percelen in een lagere klasse ingedeeld.

De in geding zijnde onroerende zaken behoren in de laagstbetalende klasse te worden ingedeeld.

5. Het standpunt van de heffingsambtenaar.

De heffingsambtenaar heeft daartegenover -voor zover te dezen van belang, kort samengevat- aangevoerd in het verweerschrift en mondeling ter zitting:

De in de aanslag met nummer 0000000002 betrokken onroerende zaken kunnen niet in deze procedure worden betrokken nu tegen die aanslag geen bezwaar is gemaakt en daaromtrent geen uitspraak op bezwaar is gedaan.

De indeling van de onroerende zaken is gebaseerd op de mate van drooglegging, met dien verstande dat hoe dichter de feitelijke waterhuishoudkundige situatie van een perceel komt bij de gewenste waterhuishoudkundige situatie voor dat perceel, hoe hoger de omslagklasse is waarin dat perceel wordt ingedeeld. Derhalve zijn niet het voorzieningenniveau en de zichtbare inspanningen van het waterschap direct bepalend voor de klasseindeling. De gewenste waterhuishoudkundige situatie is vastgelegd in de peilenkaart waarop de streefpeilgebieden zijn aangegeven. Tevens wordt rekening gehouden met het bodemtype (volgens de bodemtypenkaart) en het onderscheid tussen bos- en natuurgebieden en cultuurgrond (volgens de natuurgroepenkaart). Deze kaarten behoren, met de winterbed- en waterkeringenkaart en de hoogtekaart, bij de omslagklassenverordening. Afzonderlijke indeling van gedeelten van percelen vindt overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 van de omslagklassenverordening plaats ingeval die gedeelten groter zijn dan 0,5 hectare. Het door belanghebbende genoemde bosgedeelte is omstreeks 1 hectare groot en derhalve afzonderlijk vermeld. Dat dit gedeelte op een onjuiste plaats op het perceel zou zijn ingetekend is niet belangrijk.

Nu de onroerende zaken overeenkomstig de vorenvermelde kaarten zijn ingedeeld zijn de aanslagen tot juiste bedragen opgelegd.

6. De overwegingen omtrent het geschil.

6.1 Het onderhavige beroepschrift is gericht tegen de aanslagen genummerd 0000000001 en 0000000000. Ook het bezwaarschrift was blijkens de uitdrukkelijke vermelding daarvan tegen deze aanslagen gericht. De uitspraak op bezwaar heeft eveneens slechts betrekking op deze aanslagen. Weliswaar zijn in het bezwaarschrift en de aanvulling op het beroepschrift ook bezwaren geuit tegen de klasseindeling van enige onroerende zaken die zijn betrokken in de aanslag met nummer 0000000002, doch deze bezwaren kunnen in de onderhavige procedure niet worden behandeld, nu tegen die aanslag geen bezwaarschrift is ingediend, geen uitspraak op een zodanig bezwaarschrift is gedaan en het beroepschrift niet op enige andere formele rechtsgrond tegen deze aanslag geacht kan worden te zijn ingediend. Daarenboven is niet gebleken dat X optrad als gemachtigde van degenen aan wie deze aanslag was opgelegd.

6.2 Vast staat dat de onroerende zaken, waarvan de hoogte van de waterschapsomslag wordt betwist, in omslagklassen zijn ingedeeld overeenkomstig de bij de omslagklassenverordening behorende kaarten.

6.3 De door de gemachtigde geponeerde bezwaren tegen deze indeling zijn, naar het hof begrijpt, gericht tegen de van haar opvatting afwijkende maatstaf van wenselijkheid van de mate van drooglegging, zoals die uit de vermelding op de respectievelijke kaarten volgt en die door het waterschap wordt gehanteerd.

6.4 Nu de betreffende kaarten behoren bij de omslagklassenverordening en dientengevolge daarvan deel uitmaken, welke verordening door het algemeen bestuur van het waterschap is vastgesteld in de openbare vergadering van 23 februari 2000 en werd goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van Overijssel bij besluit van 17 mei 2000 en door Gedeputeerde Staten van Drenthe bij besluit van 16 mei 2000, is de indeling van de onroerende zaken in omslagklassen onherroepelijk komen vast te staan. Belanghebbendes van die indeling afwijkende voorkeur voor een andere indeling kan hieraan niet afdoen.

6.5 Het bezwaar tegen de gesplitste indeling van het perceel kadastraal bekend Gemeente M Sectie E nr.00 kan naar 's hofs oordeel niet leiden tot verlaging van de aanslag nu, naar de gemachtigde ter zitting heeft verklaard, het bosgedeelte groter is dan 0,5 hectare, zodat dat gedeelte terecht afzonderlijk is ingedeeld. Tevens blijkt uit de aanslag dat het bosgedeelte is ingedeeld in klasse C, zijnde de overeenkomstig de natuurgroepenkaart en Bijlage 2 bij de omslagklassenverordening voor het bosgebied toepasselijke omslagklasse. Hieraan doet niet af dat het bosgedeelte op de kaart op een onjuiste plaats op het betreffende perceel zou zijn ingetekend.

6.6 Nu aldus de onroerende zaken overeenkomstig de toepasselijke verordeningen zijn ingedeeld in omslagklassen en niet is bestreden dat voor dat geval juiste tarieven zijn toegepast zijn derhalve de aanslagen tot juiste bedragen opgelegd. Van een onredelijke of willekeurige regelgeving van het waterschap die de wetgever niet op het oog heeft gehad, is het hof niet gebleken. Het beroep is derhalve ongegrond.

6.7 Het hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

6. De beslissing.

Het hof verklaart het beroep ongegrond.

Gedaan op 10 februari 2003 door mr. Drion, raadsheer als voorzitter, mr. Huiskes en mr. Fransen, raadsheren, en op die dag in het openbaar uitgesproken door voornoemde voorzitter in tegenwoordigheid van de griffier mevrouw mr. Hiemstra en ondertekend door de voorzitter en de griffier.

Op 12 februari 2003 afschrift

aangetekend verzonden aan beide partijen.