Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2003:AF3244

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
08-01-2003
Datum publicatie
23-01-2003
Zaaknummer
WAHV 02-00964
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Proceskostenveroordeling
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 13
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 14
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
VR 2003, 86
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 02/00964

8 januari 2003

CJIB 29044226765

Gerechtshof te Leeuwarden

Beslissing

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank te Rotterdam

van 13 september 2002

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

gevestigd te [plaats]

voor wie als gemachtigde optreedt:

drs. M.J.G. Schroeder, wonende te Rotterdam.

1. De beslissing van de kantonrechter

De beslissing van de kantonrechter houdt in, dat hij verstaat dat de betrokkene zijn beroep tegen de opgelegde sanctie heeft ingetrokken. Voorts heeft de kantonrechter het verzoek van de betrokkene om de Staat der Nederlanden te veroordelen in de kosten van het beroep afgewezen.

2. Het procesverloop

De (gemachtigde van de) betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De (gemachtigde van de) betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Blijkens de gedingstukken heeft drs. Schroeder het door hem namens [betrokkene] ingestelde beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ter zitting van de kantonrechter ingetrokken. Voorts heeft hij ter zitting van de kantonrechter medegedeeld, dat hij het verzoek om de officier van justitie te veroordelen in de kosten van het beroep handhaaft.

3.2. De kantonrechter heeft door uit te spreken dat hij verstaat dat de betrokkene zijn beroep tegen de opgelegde sanctie heeft ingetrokken een uitspraak gegeven die de wet niet kent en is daarmee getreden buiten het toepassingsgebied van art. 13 WAHV. Dat brengt mee, dat de betrokkene in hoger beroep kan worden ontvangen, ondanks het feit, dat de administratieve sanctie bij die beslissing onder de in art. 14, eerste lid WAHV gestelde appelgrens is gebleven.

3.3. Het belang van betrokkene bij haar beroep tegen de beslissing door de officier van justitie is door de intrekking van het beroep door de gemachtigde tijdens de behandeling daarvan door de kantonrechter komen te vervallen, zodat de betrokkene in dat beroep, nu de behandeling daarvan ter zitting reeds was aangevangen, niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard. Het hof zal dan ook doen hetgeen de kantonrechter had behoren te doen.

3.4. De kantonrechter heeft ten onrechte de gemachtigde van de betrokkene aangeduid als de betrokkene. In aanmerking nemende, dat in het onderhavige geval de gemachtigde blijkens zijn overgelegde pleitnota degene is geweest die de gedraging feitelijk heeft verricht en, - naar aan te nemen valt - ,ook aansprakelijk kan worden gesteld voor betaling van de opgelegde administratieve sanctie, is door deze vergissing noch het belang van de betrokkene noch dat van de gemachtigde zodanig geschaad, dat niet zou kunnen worden volstaan met het in dit opzicht verbeterd lezen van de beslissing van de kantonrechter zoals in het hoofd van dit arrest aangegeven.

3.5. De gemachtigde van de betrokkene heeft verzocht om de advocaat-generaal te veroordelen in de kosten die hij in de procedure bij de kantonrechter en het hof heeft gemaakt. Nu de wet slechts voorziet in het veroordelen van een partij in de kosten die een andere partij in verband met de behandeling van het beroep heeft moeten maken, dient het verzoek te worden afgewezen, nu niet aannemelijk is dat de betrokkene kosten heeft gemaakt.

3.6. Voor zover de gemachtigde de vergoeding van proceskosten verzoekt op grond van de omstandigheid, dat hij ook uit eigen hoofde in beroep had kunnen komen (vgl. Hof Leeuwarden 3 oktober 2001, WAHV 01/00227, NJ 2001,679, VR 2002,10) zal het hof het verzoek afwijzen, omdat hij in hoofdzaak in het ongelijk wordt gesteld.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het bij de rechtbank ingestelde beroep;

wijst het verzoek om een kostenvergoeding af.

Deze beslissing is gegeven door mr. Dijkstra, Van Dijk en Weenink, in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.